Einde inhoudsopgave
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/5.3
5.3 Criteria en overwegingen voor de toedeling van zaken
mr. drs. R. Baas, datum 24-12-2019
- Datum
24-12-2019
- Auteur
mr. drs. R. Baas
- JCDI
JCDI:ADS174114:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Voetnoten
Voetnoten
Rb. Breda 19 december 2012, ECLI:NL:RBBRE:2012:BY6852, r.o. 3.6.
De Volkskrant, 23 augustus 2017.
Mogelijke criteria zijn geïnventariseerd in interviews en literatuur. Ook is de respondenten ruimte geboden om zelf criteria aan te dragen.
Artikel 6, eerste lid, Besluit selectiecriteria uitsprakendatabank Rechtspraak.nl 2012.
Van ‘nieuwe regelgeving’ is sprake als nieuwe regelgeving van kracht is geworden waarover nog geen of nauwelijks jurisprudentie beschikbaar is.
Zoals zichtbaar in de tabel is het aantal respondenten bij de gerechtshoven klein. Van de afdelingen handel en familie is er slechts één respondent.
Ook Marseille (2009, p. 263) beschrijft deze praktijk.
Langbroek 2007, p. 113-122. Zie ook Langbroek & Fabri 2006.
Marseille e.a. 2007, p. 151-153.
In de vorige paragraaf bleek welke typen zaken gerechten veelal meervoudig afdoen. Van de meeste zaken is echter niet bij voorbaat duidelijk hoe ze behandeld dienen te worden. De vraag rijst dan ook welke criteria, anders dan die in de wet, een rol spelen bij de toedeling van zaken aan een meervoudige of enkelvoudige kamer.
Incidenteel legt de rechter in een uitspraak uit waarom hij vindt dat meervoudige behandeling de voorkeur verdient. Dat was bijvoorbeeld het geval in een zaak uit 2012 waarin een woningcorporatie een van haar bestuurders aansprakelijk stelde voor vermeend onverantwoorde strategische beslissingen. De rechter verwees de zaak naar de meervoudige kamer en motiveerde deze beslissing als volgt:
‘Hoewel de kantonrechter de zaak op grond van de bevoegdheidsregels onder zich kan houden en afdoen is deze van oordeel dat de zaak gelet op de achtergronden van het geschil en de omvang van de vorderingen over en weer, niet geschikt is voor behandeling en beslissing door één rechter. Met in achtneming van artikel 98 jo.15 Rv verwijst de kantonrechter de zaak daarom, in de stand waarin deze zich thans bevindt, naar de meervoudige kamer van de sector civiel van deze rechtbank voor verdere behandeling en afdoening.’1
Soms haalt een verwijzing naar een meervoudige kamer de krant, zoals gebeurde in een strafzaak tegen relschoppers die demonstreerden tegen de komst van een asielzoekerscentrum:
Niet één, maar drie rechters buigen zich over zaak tegen azc-relschoppers Heesch
Niet de politierechter, maar de meervoudige kamer van de rechtbank in Den Bosch (met drie rechters) gaat een oordeel geven over vier mannen die verdacht worden van openlijke geweldpleging bij een demonstratie tegen een asielzoekerscentrum in Heesch in januari vorig jaar.
‘De zaken bij de politierechter zijn ingetrokken’, zei een woordvoerder van de rechtbank woensdag. ‘Ze zijn gepromoveerd van de politierechter naar de meervoudige kamer.’ Voor die promotie worden enkele redenen gegeven: de omvang en complexiteit, het maatschappelijk belang en de media-aandacht. Ook de tijd speelt een rol: voor de politierechter was woensdagmiddag maar anderhalf uur gereserveerd voor alle vier de zaken – dat tijdschema leek bij voorbaat veel te krap. Alle vier de mannen is openlijke geweldpleging ten laste gelegd. Een van de vier wordt verder ook nog verdacht van diefstal.
De omvang en complexiteit, het maatschappelijk belang en de media-aandacht waren in bovenstaande zaak redenen om een zaak door een meervoudige kamer te laten behandelen.2 Uit de enquête in het kader van dit onderzoek bleek dat allerhande overwegingen een rol spelen bij de toewijzing van een zaak aan een of meer rechters, raadsheren en staatsraden. In tabel 5.1 is te vinden welke criteria binnen de rechtbanken belangrijk of zeer belangrijk worden gevonden voor toewijzing aan een zaak aan een meervoudige kamer.3
Zoals verwacht zijn ‘juridische complexiteit’, ‘groot maatschappelijk belang’ en ‘publicitaire gevoeligheid’ in vrijwel alle gerechtsafdelingen belangrijke criteria voor meervoudige behandeling. Deze criteria sluiten aan bij de criteria die gehanteerd worden in het gezamenlijk besluit van de gerechtsbesturen en de Raad voor de rechtspraak om meervoudige zaken ‘zoveel als mogelijk’ op rechtspraak.nl te publiceren, voor zover daarin niet alleen maar standaardformuleringen zijn gebruikt.4
Tabel 5.1 Aantal respondenten (gerechtsafdelingen) dat een genoemd criterium belangrijk of zeer belangrijk vindt bij de toedeling van een zaak aan een meervoudige kamer (bij de rechtbanken)
afdeling
Handel
Familie
Straf
Bestuur
Totaal
criterium
(n=13)
(n=14)
(n=13)
(n=10)
(n= 50)
Juridische complexiteit
13
14
12
10
49
Nieuwe regelgeving5
6
12
5
10
33
Groot maatschappelijk belang
13
13
13
10
49
Grote publicitaire gevoeligheid
12
10
11
9
42
Groot materieel c.q. financieel zaaksbelang
10
7
10
10
37
Opleiding
9
8
8
7
32
Te verwachten omgaan van het gerecht
7
10
9
9
35
Specialisme van de zaaksrechters
5
8
8
5
26
Soort zaak c.q. ten laste gelegde delict
6
9
10
7
32
Norm van de Raad voor de rechtspraak
7
6
8
4
25
Opvallend is dat de norm van de Raad voor de rechtspraak en de aanwezigheid van gespecialiseerde rechters slechts door de helft van de respondenten belangrijk of zeer belangrijk wordt gevonden. In de afdelingen straf en handel zijn er verhoudingsgewijs minder rechters die waarde hechten aan nieuwe regelgeving als criterium bij de zaakstoedeling dan in de afdelingen bestuur en familie. Een te verwachten nieuwe zienswijze van het gerecht (‘omgaan’) nodigt er in de afdeling bestuur sterker dan in andere afdelingen toe uit om meervoudig te behandelen. Criteria die de respondenten, buiten de in het enquêteformulier aangegeven criteria, zelf te berde hebben gebracht als belangrijk in het proces van zaakstoedeling zijn: emotionele beladenheid (tweemaal genoemd), beschikbare capaciteit, feitelijke complexiteit, kwaliteitsverhoging en terugverwijzing van zaken.
Enkele rechters wezen er in de interviews in dit onderzoek op dat niet in de wet genoemde criteria voor de wijze van afdoening niet op papier zijn gezet, maar min of meer als gewoonterecht gelden. Ze zijn bepaald op basis van intuïtie. Uit een interview met een familierechter bleek dat zaken die gaan over vaststelling van vaderschap of vernietiging van erkenning van vaderschap gevoelig liggen, zeker als er verweer wordt gevoerd. Deze komen bij de meervoudige kamer terecht. Zaken met aspecten van zowel het volwassenen- als het jeugdrecht kunnen in een samengestelde, dus meervoudige kamer komen. Een geïnterviewde bestuursrechter vertelde dat in zijn rechtbank ook zaken die een nieuw rechtsgebied betreffen aan de meervoudige kamer worden toegedeeld, evenals zaken die betrekking hebben op lokale regels welke in strijd lijken te zijn met de formele wet of met internationale verdragen.
Tabel 5.2 geeft weer in welke mate de gerechtsafdelingen van de gerechtshoven, de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het bedrijfsleven bepaalde criteria volgens de respondenten belangrijk of zeer belangrijk vinden bij de zaakstoedeling aan een enkelvoudige kamer. Deze tabel is tot stand gekomen op basis van de enquête die aan de afdelingsvoorzitters van de hoven en het College van Beroep voor het bedrijfsleven is voorgelegd alsmede op basis van een interview met de president van de Centrale Raad van Beroep). Hun werd gevraagd naar de waardering van de criteria van zaakstoedeling aan de enkelvoudige kamer, omdat collegiale rechtspraak bij deze gerechten hoofdregel is. Deze vraag aan de hoven, de CRvB en het CBb vormt dus het spiegelbeeld van die aan de rechtbanken.6
Juridische eenvoud is voor alle afdelingen van de hoven, de CRvB en het CBb reden om een zaak door een unus te laten behandelen. Ook een gering zaaksbelang is daarvoor een belangrijk criterium. Het criterium ‘specialismen van behandelende rechters’ speelt bij de gerechtshoven en de CRvB hoegenaamd geen rol, maar volgens de respondenten van het CBb is specialisatie binnen dit college juist wel een belangrijk criterium voor toedeling aan een alleensprekend raadsheer. De CRvB hanteert als belangrijkste criteria voor toedeling van een zaak aan een enkelvoudige kamer: juridische en feitelijke eenvoud (‘acte clair’ en ‘acte éclairé’). De laatste twee termen duiden erop dat volstrekt duidelijk is hoe de beslissing in een zaak dient te luiden, respectievelijk dat al eerder een soortgelijke zaak is behandeld waarin uitsluitsel is gegeven over de oplossing van het probleem. Daarmee is overigens niet gezegd dat een enkelvoudige behandeling altijd leidt tot een bevestiging van de in hoger beroep aangevallen uitspraak, zo verzekerde de respondent van de CRvB.
Tabel 5.2 Aantal respondenten (gerechtsafdelingen) dat een genoemd criterium belangrijk of zeer belangrijk vindt voor de toedeling van een zaak aan een enkelvoudige kamer (bij de gerechtshoven, de CRvB en het CBb)
afdeling
Handel
Familie
Straf
Belasting
CRvB
CBb
Totaal
criterium
(n=1)
(n=1)
(n=3)
(n=4)
(n=1)
(n=2)
(n=12)
Juridische eenvoud
1
1
3
4
1
2
12
Gering maatschappelijk belang
1
1
1
2
1
0
6
Geringe publicitaire gevoeligheid
1
1
3
2
1
0
8
Gering materieel c.q. financieel zaaksbelang
1
1
2
2
1
2
9
Opleiding
0
0
0
1
0
0
1
Specialisme van de zaaksraadsheer
0
0
1
0
0
2
3
Efficiëntie van de zaaksbehandeling
1
1
2
2
0
2
8
Omvang werklast op moment van toedeling
1
1
0
2
0
0
4
Soort zaak c.q. ten laste gelegde delict
0
0
3
2
1
2
8
Norm van de Raad voor de rechtspraak
1
1
3
3
0
0
8
Het opleidingsaspect is bij de hoven, weinig verrassend, evenmin een belangrijke factor voor toedeling aan een enkelvoudige kamer. Niettemin benadrukten rechters tijdens de interviews dat afdelingstarters niet alleen in de meervoudige, maar ook in de enkelvoudige kamer van de rechtbank worden opgeleid. Zo vertelde een bestuursrechter dat bij de begeleiding van opleidelingen die enkelvoudige zaken behandelen een ervaren rechter eveneens in toga achter de tafel zit. De opleideling heeft als president evenwel de leiding. De rechters-opleiders gaan niet achterin de zaal zitten, omdat ze tijdens de zitting moeten kunnen ingrijpen als het fout dreigt te gaan.7 Een geïnterviewde handelsrechter zei daarentegen dat in handelszaken de rechter-opleider van een opleideling alleen bij de eerste zitting in toga achter de tafel zit. Daarna gebeurt dat niet meer en observeert hij soms vanuit de zaal; anders richten partijen zich tot de ervaren rechter en dat is onplezierig voor de opleideling.
Er is weinig ander onderzoek waaruit volgt wat gerechten ertoe beweegt om een zaak door een dan wel meer rechters af te laten doen. Langbroek geeft vergelijkbare voorbeelden van zaakstoedeling in drie rechtbanken.8 Uit onderzoek van Marseille e.a. blijkt dat de wijze van behandeling binnen de Raad van State soms afhangt van de aard van de wettelijke regeling waarop het besluit is gebaseerd dat tot het geschil heeft geleid – zo gaan (plan-) schadezaken zonder uitzondering naar een meervoudige kamer –, maar bij zaken die onder het ‘individueel’ bestuursrecht vallen is het beeld divers. Huursubsidie wordt altijd behandeld in enkelvoudige kamer, naturalisatie steevast in meervoudige kamer en rechtsbijstand meestal in een kamer van drie. Niet van invloed op de meervoudige dan wel enkelvoudige afdoening van een zaak blijkt te zijn: van wie het hoger beroep afkomstig is (burger of bestuursorgaan), hoeveel partijen er bij het geschil zijn betrokken, of de burger al dan niet heeft geprocedeerd met professionele rechtshulp en of slechts één dan wel meerdere van de bij het geschil betrokken partijen in hoger beroep zijn gekomen.9 In dit onderzoek is evenmin geconstateerd dat deze elementen van invloed zijn.