De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.5.5.7:4.5.5.7 Conclusie
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.5.5.7
4.5.5.7 Conclusie
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949419:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het Inspectietoezicht en het behalen van accreditatie is van groot belang voor het bevoegd gezag en in het verlengde daarvan de leraar. Beide zijn immers bepalend voor het behouden van de bekostiging. Om een voldoende te behalen op het toezicht van de Inspectie of accreditatie te behouden moet in elk geval het niveau van de afstuderende leerlingen op orde zijn, dit wordt mede bepaald aan de hand van de resultaten op de examens. Dit onderschrijft het grote belang dat in de onderwijssectorwetten wordt gehecht aan het uitgangspunt dat het niveau van degenen die het examen hebben afgelegd op orde moet zijn.
De onderzoekkaders van de Inspectie en het accreditatiekader van de NVAO bevatten standaarden met een nadere uitwerking van de wettelijke voorschriften ten aanzien van bijvoorbeeld de wijze waarop de leraar zijn beroep dient uit te oefenen en de wijze waarop het onderwijs afgesloten moet worden. Hieruit wordt duidelijk hoever de betreffende wettelijke voorschriften reiken en waar het bevoegd gezag en de leraar aan moeten voldoen. De standaarden die zijn opgenomen in de onderzoekskaders en het accreditatiekader zijn echter ook problematisch. Het is lang niet altijd duidelijk op welke wettelijke voorschriften deze standaarden precies zijn gebaseerd. Terwijl in principe enkel controlerend toezicht uitgeoefend kan worden of accreditatie geweigerd kan worden op basis van de bij of krachtens de onderwijswetten vastgestelde algemeen verbindende voorschriften.