De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.5.5.4:4.5.5.4 Toezicht in verband met de afsluiting van het onderwijs
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.5.5.4
4.5.5.4 Toezicht in verband met de afsluiting van het onderwijs
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949575:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naast de standaard Pedagogisch-didactisch handelen zijn in de onderzoekskaders voor het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs onder meer verschillende standaarden opgenomen die zien op het afsluiten van het onderwijs, waaronder ook wordt verstaan de wijze waarop de examinering plaatsvindt. Voor het primair en voortgezet onderwijs komen deze standaarden grotendeels met elkaar overeen, het middelbaar beroepsonderwijs heeft afwijkende standaarden. De afsluiting van het onderwijs is van bijzonder belang omdat de oordelen onvoldoende of zeer zwak mede hierop worden gebaseerd.
Uit de standaard Afsluiting in het primair en voortgezet onderwijs vloeit voort dat de afsluiting van het onderwijs zorgvuldig moet verlopen. In het primair onderwijs wordt daarbij de nadruk gelegd op het voorbereiden van leerlingen op de overgang naar het vervolgonderwijs en op de totstandkoming van het schooladvies en de doorstroomtoets.1 Ten aanzien van het voortgezet onderwijs wordt bepaald dat de school moet beschikken over een programma van toetsing en afsluiting en een examenreglement dat voldoet aan de wettelijke eisen.2Naast de standaard Afsluiting zijn in het kwaliteitsgebied Onderwijsresultaten twee andere standaarden opgenomen die zien op het afsluiten van het onderwijs, namelijk de standaard Resultaten en de standaard Sociale en maatschappelijke competenties.3 In de standaard Resultaten is bepaald dat de leerresultaten van de leerlingen tenminste in overeenstemming moeten zijn met de gestelde norm. Daarnaast is in de standaard Sociale en maatschappelijke competenties bepaald dat het niveau van de leerling ten minste in overeenstemming is met de verwachtingen van het vervolgonderwijs en de maatschappij.
Het onderzoekskader voor het middelbaar beroepsonderwijs bevat eigen standaarden die zien op de wijze waarop het onderwijs wordt afgesloten. De standaard Borging diplomering ziet erop dat er een examencommissie moet zijn die deugdelijke diplomering borgt, daarnaast blijkt uit de standaard Afsluiting dat de opleiding moet kunnen onderbouwen of een student heeft voldaan aan de voorwaarden om voor het diploma in aanmerking te komen.4 Bij de invulling van deze standaarden is aangesloten bij de Regeling standaarden examenkwaliteit mbo 2021.5 Naast deze standaarden zijn in het kwaliteitsgebied Onderwijsresultaten twee standaarden opgenomen die zien op studiesucces en vervolgsucces.6 Onder de standaard Studiesucces wordt verstaan dat studenten ten minste leerresultaten behalen die overeenstemmen met de norm, uit de standaard Vervolgsucces blijkt dat studenten na het verlaten van de opleiding bijvoorbeeld tenminste doorstromen naar het beoogde vervolgonderwijs of de beoogde plek op de arbeidsmarkt.
De hiervoor genoemde standaarden zijn voor het bevoegd gezag van groot belang. Een onvoldoende in het primair en voortgezet onderwijs op de standaard Resultaten of in het middelbaar beroepsonderwijs op de standaard Borging diplomering of de standaard Afsluiting leidt ertoe dat de opleiding als onvoldoende wordt beoordeeld.7 Als in het primair en voortgezet onderwijs de standaard Resultaten en in het middelbaar beroepsonderwijs de standaard Studiesucces én een bepaalde andere standaard als onvoldoende wordt beoordeeld, kan de instelling zelfs als zeer zwak worden aangemerkt. In de volgende paragrafen wordt toegelicht wat de gevolgen zijn van dit oordeel.