De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.5.5.5:4.5.5.5 Sancties en openbaarmaking
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.5.5.5
4.5.5.5 Sancties en openbaarmaking
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949468:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 20 van de Wet op het onderwijstoezicht.
Stcr. 2021, 34766, p. 38.
Artikel 10a Wpo en artikel 2.94 van de Wvo 2020.
Zoontjens 2023, p. 552 e.v.
Artikel 164 Wpo en artikel 10.1 van de Wvo 2020.
Artikel 6.1.4b van de Web.
Artikel 4a.2 van het Uitvoeringsbesluit WEB.
Artikel 6.1.4 en 11.1 van de Web.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Inspectie legt haar oordelen en bevindingen vast in een inspectierapport.1 Indien daarvan sprake is, wordt in het rapport vastgelegd welke wettelijke voorschriften zijn overtreden en hoe het bevoegd gezag dit kan verbeteren. Hierover vindt overleg plaats tussen de Inspectie en het bevoegd gezag. Dit resulteert in herstelopdrachten.2 Naargelang de zwaarte van de overtreding wordt door de Inspectie aanvullend toezicht gehouden. Dit kan bestaan uit monitoring, verantwoording door het bestuur of een herstelonderzoek. Het toezicht wordt geïntensiveerd naargelang de school er minder in slaagt om de gebreken te herstellen. In een uiterst geval kunnen er sancties opgelegd worden of maatregelen worden genomen.
Het zwaarste oordeel dat de Inspectie kan geven is het oordeel zeer zwak. Hier kunnen ook de zwaarste sancties aan verbonden worden. In dat geval moet de standaard Resultaten en een of meer andere standaarden onvoldoende zijn. De Inspectie kan dus enkel tot het oordeel zeer zwak komen indien de leerresultaten onvoldoende blijken. Het oordeel zeer zwak wordt in het primair en voortgezet onderwijs gegeven indien de leerresultaten ernstig en langdurig tekortschieten én indien het bevoegd gezag hiermee eveneens tekortschiet in de naleving van een bij of krachtens de betreffende onderwijswet gesteld wettelijk voorschrift.3 In het primair onderwijs wordt met de leerresultaten de resultaten op het gebied van de Nederlandse taal, rekenen en wiskunde zoals gemeten op de doorstroomtoets bedoeld en in het voortgezet onderwijs gaat het om de eindexamen- en doorstroomresultaten.4 Als wordt vastgesteld dat sprake is van zeer zwak onderwijs dan staat tevens vast dat het bevoegd gezag haar zorgplicht voor de kwaliteit van het onderwijs niet is nagekomen. Het schenden van deze zorgplicht levert een schending van artikel 10 Wpo of artikel 2.94 Wvo 2020 op. In een dergelijk geval heeft de minister de bevoegdheid om een bekostigingssanctie op te leggen.5 Die sanctie kan bestaan uit het geheel of gedeeltelijk inhouden of opschorten van de bekostiging.
In het middelbaar beroepsonderwijs is sprake van een zeer zwakke opleiding indien het studiesucces van die opleiding onvoldoende is én indien het bevoegd gezag onvoldoende uitvoering geeft aan de zorgplicht inzake het onderwijsprogramma en de examinering, de beroepspraktijkvorming of de regels op het gebied van veiligheid.6 Van onvoldoende studiesucces is in het middelbaar beroepsonderwijs sprake indien aan twee van de volgende indicatoren niet wordt voldaan: het jaarresultaat (het resultaat van een opleiding in een bepaald jaar aan de hand van het aantal gediplomeerden en instellingsverlaters), het diplomaresultaat (het resultaat van een opleiding over een langere periode aan de hand van het aantal gediplomeerden en instellingsverlaters) of het startersresultaat (het aantal nieuwe studenten dat een diploma heeft behaald of na een jaar nog ingeschreven is bij dezelfde opleiding).7 Indien de Inspectie concludeert dat sprake is van een zeer zwakke opleiding kan de minister het recht van de instelling om diploma’s te verstrekken intrekken of de bekostiging geheel of gedeeltelijk inhouden of opschorten.8