Instellingen voor collectieve belegging in effecten
Einde inhoudsopgave
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/4.7:4.7 Beëindiging van icbe’s
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/4.7
4.7 Beëindiging van icbe’s
Documentgegevens:
mr. drs. J.E. de Klerk, datum 01-02-2020
- Datum
01-02-2020
- Auteur
mr. drs. J.E. de Klerk
- JCDI
JCDI:ADS193521:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 1 lid 5 Icbe-Richtlijn verbiedt dit.
Art. 29 lid 4 Icbe-Richtlijn.
In de Richtlijn staat op onregelmatige wijze, dat lijkt mij een verschrijving.
Zie art. 7 lid 5 Icbe-Richtlijn. Voor beheerders die ook de beleggingsdienst individueel vermogensbeheer verrichten, is er bovendien nog een additionele intrekkingsgrond en dat is als de maatschappij niet meer voldoet aan de kapitaalvereisten van de Herziene Richtlijn kapitaaltoereikendheid (Richtlijn 2006/49/EG).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De laatste paragraaf van dit hoofdstuk behandelt de beëindiging van een icbe. Een icbe kan op twee manieren beëindigd worden: door liquidatie of door fusie met een andere beleggingsinstelling. Beide manieren worden in deze paragraaf beschreven. Een icbe mag niet worden omgezet in een beleggingsinstelling die niet onder de Icbe-Richtlijn valt.1 Het is voor een icbe dus niet mogelijk om als niet-icbe verder te gaan. Wel is het mogelijk om verder te gaan als feeder-icbe. Ook deze mogelijkheid wordt in deze paragraaf beschreven.
Niet alleen de beheerder of beleggingsmaatschappij kan tot de conclusie komen dat er een einde gemaakt moet worden aan de activiteiten van een icbe, ook een bevoegde autoriteit kan dat doen. In dat geval is er sprake van een onvrijwillige liquidatie. Dat kan voor een beleggingsmaatschappij om vijf redenen2:
De beleggingsmaatschappij is binnen 12 maanden niet gestart met haar werkzaamheden, geeft aan niet van haar vergunning gebruik te zullen maken of heeft haar activiteiten als icbe voor een periode van meer dan zes maanden gestaakt.
De vergunning is op onrechtmatige3 wijze verkregen.
De beleggingsmaatschappij voldoet niet meer aan de voorwaarden waarop de vergunning is verleend.
De bepalingen in de Richtlijn zijn in ernstige mate en/of systematisch overtreden.
Er geldt een ander geval waarin intrekking volgens nationaal recht is vereist.
Dezelfde redenen zijn opgenomen als intrekkingsgrond voor een beheerder.4 Over de intrekking van een vergunning van een beleggingsfonds is de Richtlijn summierder. In Icbe-Richtlijn V is bepaald dat lidstaten intrekking van de vergunning van de icbe (en dus ook van een icbe-beleggingsfonds) in ieder geval als sanctie moeten kunnen opleggen als nationale regels die voortvloeien uit de Icbe-Richtlijn worden overtreden.5 De toezichthouder kan dus altijd een einde maken aan een icbe.
4.7.1 Liquidatie4.7.2 Fusie4.7.3 Conclusie