Biases in de boardroom en de raadkamer
Einde inhoudsopgave
Biases in de boardroom en de raadkamer (VDHI nr. 160) 2020/2.4.2:2.4.2 Van individu naar collectief
Biases in de boardroom en de raadkamer (VDHI nr. 160) 2020/2.4.2
2.4.2 Van individu naar collectief
Documentgegevens:
mr. drs. C.F. Perquin-Deelen, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. drs. C.F. Perquin-Deelen
- JCDI
JCDI:ADS111422:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Onderdeel van de kunstmatige intelligentie, Salminen 2012, p. 1.
Zie bijvoorbeeld ‘Grote zwerm spreeuwen ‘danst’ boven Israël’, nu.nl, 25 januari 2018.
Levy 1997; Woolley & Fuchs 2011; Zott e.a. 2011; Scarlat & Maries 2009, p. 61 e.v.
Woolley e.a. 2010, p. 687, twee studies met 699 personen, samenwerkend in groepen van twee tot vijf personen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Waarom het noodzakelijk is om naar het collectief en het supra-individuele niveau te kijken om de capaciteiten van de groep als geheel en de individuen te begrijpen, wordt duidelijk met het volgende voorbeeld uit de collective intelligence: de swarm intelligence.1 Swarm intelligence is de capaciteit van een groep spreeuwen om in een zwerm te vliegen. Hier is sprake van intelligence, omdat zij als groep overkoepelend en soms zeer complex gedrag vertonen (de zwenkingen, het indikken en uitdijen van de groep) zonder dat dit complexe gedrag centraal aangestuurd wordt. Individueel doen de spreeuwen niet veel meer dan niet tegen elkaar aan vliegen. Als zij gaan landen, wordt de groep zelfs nog compacter.2 De manier waarop de zwerm vliegt, is niet te begrijpen door te kijken naar het individuele niveau. Hoewel elke spreeuw als individu keuzes maakt, zie je pas vanaf het supra-individuele niveau van de groep hoe de individuen interacteren en door middel van een bepaalde collectieve intelligentie keuzes maken. Het handelen van de rvb en de rvc valt niet onder swarm intelligence. Bij swarm intelligence gaat het namelijk om simplistische handelingen en grote aantallen.3 Het swarm intelligence-voorbeeld maakt echter wel duidelijk waarom een systeembenadering nuttig kan zijn om de algemenere patronen van het supra-individuele niveau in kaart te brengen.
De rvb en de rvc worden meestal benaderd vanuit de individualiteit. Hierbij wordt gekeken naar het functioneren en de competenties van de individuele bestuurders en commissarissen. De competentiematrix van DNB tracht de benadering meer naar het collectieve niveau te brengen. De matrix gaat echter nog steeds uit van de individuen. De enige collectieve factor die hierin wordt meegewogen, is hoe de individuele bestuurders en commissarissen binnen hun orgaan matchen. Een systematische benadering is noodzakelijk om het functioneren van de rvb en de rvc als groepen te begrijpen.
Het bereiken van het optimale niveau van de prestaties van het team hangt binnen de DST af van de interactie tussen de bestuurders onderling en de commissarissen onderling en in breder verband tussen de rvb en de rvc.4 Binnen de DST spelen vier begrippen een hoofdrol: (1) de attractor; (2) de peturbatie; (3) synchronisatie; en (4) fractals en power laws. Ik pas deze begrippen metaforisch toe op de rvb en rvc. Praktisch vertaald behelst dit: (1) stabiele gedragspatronen waar de rvb en de rvc zonder peturbatie naar streven; (2) verstorende factoren; (3) synchronisatie; en (4) schaalinvariatie van gedragspatronen.
Aan de hand van deze analyse kunnen conclusies worden getrokken voor de praktijk ten behoeve van adviseurs, bestuurders en commissarissen. Inzichtelijk wordt gemaakt wat het gedrag van bestuurders en commissarissen stuurt, bepaalt en hoe dit gedrag indien gewenst kan worden bijgestuurd en hoe mentale misleiding kan worden beperkt (par. 2.5). Ik licht dit toe in de volgende paragrafen.
2.4.2.1 De attractor2.4.2.2 De peturbatie2.4.2.3 Synchronisatie2.4.2.4 Fractals en power laws2.4.2.5 Tussenconclusie