De rol van de paritas creditorum bij een faillissement
Einde inhoudsopgave
De rol van de paritas creditorum bij een faillissement 2023/6.1:6.1 Bevindingen tot zover
De rol van de paritas creditorum bij een faillissement 2023/6.1
6.1 Bevindingen tot zover
Documentgegevens:
mr. M.J. Noteboom, datum 31-05-2022
- Datum
31-05-2022
- Auteur
mr. M.J. Noteboom
- JCDI
JCDI:ADS686130:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De in paragraaf 1.3 onder “1” gestelde deelvraag luidt als volgt: Welke juridische functie of functies heeft de in artikel 3:277 lid 1 BW neergelegde paritas creditorum in het kader van een (Nederlands) faillissement? Deze vraag is beantwoord via een aantal subvragen. Hierna bespreek ik de subvragen waarna de deelvraag wordt beantwoord.
1.1 Wat houdt de paritas creditorum in en welke uitzonderingen gelden op deze regel?
De paritas creditorum zoals neergelegd in artikel 3:277 BW is een verdelingsregel waarbij de crediteuren na afwikkeling van de voorrangsrechten, een gelijk recht hebben op een pro rata deel van de netto-opbrengst. De paritas creditorum is bij de verdeling van de netto-opbrengst de hoofdregel. De paritas creditorum kent, ondanks het feit dat er sprake is van een hoofdregel, relatief veel uitzonderingen. Deze uitzonderingen vallen in vijf categorieën te verdelen (voorrang op grond van pand en hypotheek, voorrang op grond van voorrecht, overige door de wet erkende redenen van voorrang, feitelijke voorrang en het oneigenlijke voorrecht verbonden aan de vordering tot betaling van executiekosten). Valt een vordering van een schuldeiser in één van deze vijf categorieën dan leidt dat (de jure dan wel de facto) tot een hogere rang bij de verdeling van de executie-opbrengst. Daarnaast kan de vordering van een schuldeiser een lagere rang hebben dan de rang die een schuldeiser toekomt op grond van de paritas creditorum in het geval er sprake is van een eigenlijke achterstelling. De omvang van de uitzonderingen relativeert de betekenis van de paritas creditorum als hoofdregel. Het gaat de facto eerder om een restregel dan om een hoofdregel.
De paritas creditorum lijkt van oudsher de functie van verdelingsregel te hebben gehad in het kader van een concursus creditorum. Daarnaast had de paritas creditorum mogelijk in de Romeinse tijd een tweede functie, te weten het bewaken van de gelijke behandeling van schuldeisers vanaf de missio in bona (de inbeslagneming van het vermogen).
De paritas creditorum heeft geen functie in het kader van de uitwerking van artikel 1 Grondwet in het executierecht.
1.2 Op welke wijze krijgt de paritas creditorum in het individuele executierecht gestalte en welke functie of functies heeft de paritas creditorum in deze context?
De paritas creditorum ex artikel 3:277 BW geldt in het individuele executierecht bij een beslagexecutie waarin twee of meer schuldeisers participeren en de opbrengst van de executie, na voldoening van de kosten, enerzijds toereikend is om de schuldeisers met een recht van voorrang te voldoen, maar anderzijds ontoereikend om alle schuldeisers te voldoen. Hierbij dienen partijen vervolgens bovendien na onderling overleg niet tot overeenstemming te komen. In het kader van de daaropvolgende rangregeling dient de rechter bij het opstellen van de staat van verdeling rekening te houden met artikel 3:277 BW. Slechts onder zeer specifieke omstandigheden komt derhalve aan de paritas creditorum in het individuele executierecht rechtstreeks betekenis toe.
In het individuele executierecht heeft de paritas creditorum een formele functie en een materiële functie. De formele functie is het bewaken van de gelijke behandeling van schuldeisers die zich niet op een recht van voorrang kunnen beroepen en waarvan de vordering niet is achtergesteld. Deze gelijke behandeling houdt in dat voor alle concurrente schuldeisers dezelfde verdelingsmaatstaf geldt. De materiële functie houdt in dat de netto-opbrengst wordt verdeeld naar evenredigheid van de vorderingen van de betrokken schuldeisers.
De paritas creditorum heeft in het kader van het individuele executierecht geen functie in de periode voorafgaande aan de beslaglegging.
1.3 Wat houdt het stelsel van gelijkheidsregels in, in het kader van een (Nederlands) faillissement, waarbinnen de paritas creditorum een plaats heeft?
Aan de faillissementsprocedure ligt het (formele) beginsel van de gelijkheid van schuldeisers ten grondslag. Dit beginsel strekt ertoe de belangen van de faillissementsschuldeisers te behartigen. Faillissementsschuldeisers die zich in een gelijke situaties bevinden, moeten ook gelijk worden behandeld. Voor de vraag of er sprake is van een gelijk geval is in faillissement de positie van een schuldeiser in het kader van een individuele beslagexecutie het dominante perspectief. Het beginsel van de gelijkheid van de schuldeisers schept in het kader van het faillissementsrecht een systeem, te weten het systeem dat in gelijke situaties crediteuren gelijk moeten worden behandeld, waarbij de gelijkheid is te verstaan vanuit de positie van een schuldeiser in het kader van een individuele beslagexecutie.
In de beheerfase komt het beginsel met name tot uitdrukking in artikel 26 Fw (jo. 110 Fw). Concurrente en preferente faillissementsschuldeisers worden hierbij gelijk behandeld doordat zij uitsluitend kunnen participeren in de faillissementsprocedure door de indiening van hun vordering ex artikel 110 Fw.
Voor boedelschuldeisers, die in geval van een negatieve boedel in een andere concursus verzeild zijn geraakt dan de faillissementsschuldeisers, geldt in deze concursus hetzelfde in de beheerfase, met dien verstande dat zij hun rechten niet geldend kunnen maken door indiening van hun vordering ter verificatie. Via de band van de redelijkheid en billijkheid, die doorwerkt via artikel 3:12 BW, komt het beginsel van de gelijkheid van schuldeisers in die verhouding als regel tot uitdrukking.
Het beginsel van de gelijkheid van schuldeisers komt ook tot uitdrukking in de door de Hoge Raad geformuleerde gelijkheidsregel. Deze gelijkheidsregel geeft een materiële invulling aan het beginsel van de gelijkheid van schuldeisers, met name door te bepalen of een schuldeiser zich terecht niet aansluit bij de groep van faillissementsschuldeisers die hun vordering ex artikel 26 Fw ter verificatie indienen. De gelijkheidsregel strekt er hierbij toe een voorkeursbehandeling te voorkomen.
Sommige maatregelen in het kader van de reconstructie van de boedel beschermen specifiek de gelijke behandeling van schuldeisers en voorkomen daarmee dat een schuldeiser op oneigenlijke wijze in de schemerperiode vóór faillissement zijn positie in het kader van de verdeling verbetert. Dergelijke maatregelen zijn regels die (mede) het beginsel van gelijkheid van schuldeisers tot uitdrukking brengen in de periode voor de faillietverklaring. Het gaat hier om de faillissementspauliana neergelegd in de artikelen 42 (zij het beperkt tot de door mij geduide variant) en 47 Fw alsmede het in artikel 54 Fw neergelegde verrekeningsverbod. Buiten deze maatregelen geldt het beginsel van de gelijkheid van schuldeisers niet voor de faillietverklaring.
Het beginsel van de gelijkheid van schuldeisers komt bij de verdeling niet alleen tot uitdrukking in de hierna nog te bespreken formele functie van de paritas creditorum. Dit beginsel komt ook naar voren in diverse andere regels die betrekking hebben op de gelijkheid van schuldeisers. Deze regels zorgen bijvoorbeeld voor gelijke informatierechten. Deze gelijke informatierechten worden echter soms in het kader van een procedure gericht tegen de faillietverklaring beperkt ten faveure van een ander (in artikel 19 Rv tot uitdrukking komend) gelijkheidsbeginsel. Daarnaast komt het beginsel bijvoorbeeld tot uitdrukking in het recht van schuldeisers om verzet aan te tekenen tegen een uitdelingslijst waarbij de gelijke behandeling niet in acht is genomen. In het kader van een akkoord komt het beginsel in diverse regels tot uitdrukking, zoals in de regel dat de homologatie van het akkoord geweigerd moet worden indien het akkoord tot stand is gekomen door één of meer schuldeisers te begunstigen.
1.4 Heeft de paritas creditorum een juridische functie of functies, en zo ja welke, in
(a) de beheerfase van een faillissement,
Aan de paritas creditorum ex artikel 3:277 BW wordt in de beheerfase niet toegekomen.
(b) de schemerperiode voor faillissement (achteraf beoordeeld vanuit het perspectief van de reconstructie van de boedel tijdens de beheerfase van een faillissement)
De in artikel 3:277 BW neergelegde paritas creditorum geldt niet in de periode voor faillissement. De paritas creditorum heeft in deze periode dan ook geen functie.
(c) de verdelingsfase van een faillissement?
Aan de paritas creditorum komt geen betekenis toe indien het faillissementsvonnis na verzet, hoger beroep of cassatie wordt vernietigd. Ook is de paritas creditorum niet van belang in het kader van de vereenvoudigde afwikkeling van een faillissement. De paritas creditorum heeft in een faillissement evenmin een functie indien een faillissement wordt beëindigd door omzetting in de schuldsaneringsregeling (WSNP).
De paritas creditorum ex artikel 3:277 BW is in de verdelingsfase van een faillissement een verdelingsregel. Zij houdt in dat geval in dat – indien een verificatievergadering is gehouden, de slotuitdelingslijst verbindend is geworden en voldoening van alle hoger gerangschikte crediteuren heeft plaatsgevonden – de concurrente crediteuren gelijkgerechtigdheid zijn op het resterende actief. De paritas creditorum heeft hierbij twee functies: het bewaken van de gelijke behandeling bij de verdeling (de formele functie) en het verdelen van de netto-opbrengst naar evenredigheid van de vorderingen van de concurrente schuldeisers van de schuldenaar (de materiële functie). De formele functie is een regel die voortvloeit uit het beginsel van de gelijkheid van schuldeisers. De materiële functie is geen uitvloeisel van dit beginsel en moet hier geheel los van worden gezien. Aan de formele functie komt nagenoeg geen praktische betekenis toe. De essentie van de paritas creditorum is gelegen in de materiële functie.
De paritas creditorum is in beginsel naar analogie van toepassing in het kader van de afwikkeling van een faillissement bij gebrek aan baten, mits er enerzijds wel baten aanwezig zijn om te verdelen onder de concurrente boedelschuldeisers, maar anderzijds die baten niet toereikend zijn om de concurrente boedelschuldeisers volledig te voldoen. Alsdan is de paritas creditorum eveneens een verdelingsregel met een formele functie (zonder praktische betekenis) en een materiële functie zoals hiervoor omschreven.
In het kader van een akkoord geldt dat de gerealiseerde baten van de boedel niet hoeven te worden verdeeld aan de hand van de paritas creditorum als heteronome verdelingsregel. De paritas creditorum wordt bij de homologatie in het kader van de toetsing op de voet van artikel 153 Fw naar analogie toegepast, zij het uitsluitend als modelnorm waarvan tot op zekere hoogte kan worden afgeweken. Als modelnorm heeft de paritas creditorum in dit verband het karakter van een verdelingsregel.
Welke juridische functie of functies heeft de in artikel 3:277 lid 1 BW neergelegde paritas creditorum in het kader van een (Nederlands) faillissement?
Het beginsel van de gelijkheid van schuldeisers komt uitsluitend in de formele functie van de paritas creditorum tot uitdrukking. Aan de formele functie komt praktisch gezien weinig tot geen betekenis toe. De paritas creditorum heeft dus geen systeemfunctie in het kader van het tijdens een faillissement geldende gelijkheidsstelsel. Uit dit gelijkheidsstelsel vloeit uitsluitend voort dat in ieder geval een verdelingsregel moet bestaan die consistent wordt toegepast, omdat het gelijkheidsstelsel anders op losse schroeven komt te staan. Aan een gelijke behandeling tot de verdeling kan immers geen waarde worden toegekend indien bij de verdeling zelf de chaos regeert.
De juridische functie van de paritas creditorum tijdens een faillissement is gelegen in de materiële verdelingsregel, waarbij de netto-opbrengst wordt verdeeld naar evenredigheid van de vorderingen van de concurrente schuldeisers van de schuldenaar. De juridische functie valt dus samen met de materiële functie van de paritas creditorum.