Einde inhoudsopgave
De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen (VDHI nr. 163) 2020/5.4.9.3
5.4.9.3 Formele vereisten: vennootschapsrecht versus insolventierecht
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, datum 02-02-2020
- Datum
02-02-2020
- Auteur
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen
- JCDI
JCDI:ADS197832:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover Haas 2012, p. 964.
§254a lid 2 en lid 3 InsO. Zie voorts MüKoInsO/Madaus 2014, InsO § 254a Rn. 10-13 en Uhlenbruck/Lüer/Streit 2019, InsO § 254a Rn. 6-7.
§53 GmbHG.
Zie ook MüKoGmbHG/Lieder 2018, GmbHG § 56 Rn. 19e en Uhlenbruck/Lüer/Streit 2019, InsO § 254a Rn. 1. Een besluit tot statutenwijziging moet notarieel worden vastgelegd op straffe van nietigheid van het besluit, zie §53 lid 2 GmbHG.
Zie par. 6.5.11.4 onder d.
§254a lid 2 een na laatste zin InsO.
§54 lid 3 GmbHG.
§254a lid 2 laatste zin InsO.
MüKoInsO/Madaus 2014, InsO § 254a Rn. 22 en K. Schmidt InsO/Spliedt 2016, InsO § 254a Rn. 7.
Zoals hiervoor vermeld, bestaat discussie over de verhouding tussen het vennootschapsrecht en het insolventierecht wat betreft de vennootschapsrechtelijk inhoudelijke vereisten wanneer een vennootschapsrechtelijke regeling is opgenomen in een akkoord. Over de formele vereisten bestaat geen twijfel. In een akkoordprocedure gelden de formele vereisten uit het insolventierecht voor de totstandkoming van een akkoord en niet de totstandkomingsvereisten voor besluiten uit het vennootschapsrecht.1 De Insolvenzordnung geeft nadrukkelijk aan dat de vennootschapsrechtelijke besluiten van de algemene vergadering en de instemmingen van individuele aandeelhouders, die zijn opgenomen in een akkoord, worden aangemerkt als aangenomen en afgegeven in de voorgeschreven vorm door de homologatie van het akkoord.2 De regels uit de Insolvenzordnung ten aanzien van de oproeping voor de stemming over het akkoord, de stemming, de stemmeerderheden en de vereiste bekendmakingsvereisten komen in de plaats van de vennootschapsrechtelijke regels voor de totstandkoming van besluiten. Dit geldt eveneens voor de mogelijkheid tot aantasting van een besluit. Een aandeelhouder kan enkel bezwaar maken tegen de homologatie van het akkoord.
Wanneer voor een besluit van de algemene vergadering, zoals een besluit tot statutenwijziging,3 een notariële akte is vereist, is een dergelijke akte onder de akkoordprocedure niet nodig.4 De Insolvenzordnung bepaalt immers dat besluiten van de algemene vergadering en individuele instemmingen niet alleen in de voorgeschreven vorm zijn aangenomen maar ook zijn afgegeven. Een vergelijkbare bepaling ontbreekt onder de WHOA.5 Wel zijn de vereiste registraties uit het vennootschapsrecht gewoon van toepassing.6 Zo moet een statutenwijziging nog worden ingeschreven in het handelsregister.7 Het bestuur van de vennootschap zal voor de inschrijving zorg moeten dragen. Enkel wanneer geen sprake is van Eigenverwaltung, is ook de Insolvenzverwalter hiertoe bevoegd.8 In Duitsland legt de bewaarder van het handelsregister (het Registergericht) een indringendere toets aan dan in Nederland. De rechtsvragen die de insolventierechter heeft getoetst in het kader van de akkoordprocedure, mag de bewaarder echter niet meer toetsen.9