Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid (IVOR nr. 116) 2019/8.1.1.1:8.1.1.1 Moeder-/dochtergroepsfusie
Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid (IVOR nr. 116) 2019/8.1.1.1
8.1.1.1 Moeder-/dochtergroepsfusie
Documentgegevens:
mr. drs. E.C.A. Nass, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
mr. drs. E.C.A. Nass
- JCDI
JCDI:ADS85652:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Rechtbank ’s-Gravenhage 21 februari 2019, JIN 2019/67, m.nt. Loesberg, r.o. 4.8 waar de rechtbank overweegt dat bij beoordeling van een verzet tegen een fusie niet doorslaggevend is of er minder waarborg is, en ook dat als er minder waarborg is, dat niet (zonder meer) betekent dat alsdan het verzet gegrond wordt verklaard.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als in een juridische fusie de 403-groepsrechtspersoon wiens aandelen volledig door de 403-aansprakelijke maatschappij worden gehouden, de verdwijnende maatschappij is en de 403-aansprakelijke maatschappij de verkrijgende maatschappij, is door het van kracht worden van de fusie het vermogen van de verdwenen 403-groepsrechtspersoon onder algemene titel overgegaan op de 403-aansprakelijke maatschappij. Hierdoor vervallen op dat moment de aandelen die de 403-aansprakelijke maatschappij houdt in het kapitaal van de 403-groepsrechtspersoon en daarmee het geplaatste kapitaal van de 403-groepsrechtspersoon. De activa, schulden en overige verplichtingen van de 403-groepsrechtspersoon zijn vanaf dit moment eigen activa, schulden en overige verplichtingen van de 403-aansprakelijke maatschappij.
Doordat de 403-groepsrechtspersoon op het fusiemoment is verdwenen, kan het groepsregime in ieder geval vanaf dat moment niet meer aan de orde zijn. Wel blijft als vraagstuk over of het groepsregime voor de jaarrekeningen van de 403-groepsrechtspersoon over het tijdvak van vóór het fusiemoment nog kan worden gebruikt. Het laatste boekjaar van de 403-groepsrechtspersoon eindigt op het tijdstip met ingang waarvan zijn financiële gegevens in de jaarrekening van de 403-aansprakelijke maatschappij over het fusiejaar zijn verwerkt (art. 2:321 lid 1 BW). Als dit ingangstijdstip de eerste dag van het fusiejaar is – wat wel zo praktisch is – is het boekjaar dat voorafgaat aan het fusiejaar, het laatste boekjaar. Voor dat jaar kan door de 403-groepsrechtspersoon tot het fusiemoment van het groepsregime gebruik worden gemaakt, mits alle voorwaarden zijn vervuld. Als in het fusiejaar vóór het fusiemoment direct na het depot van de in het kader van art. 2:403 BW vereiste stukken, tot intrekking van de 403-aansprakelijkstelling wordt overgegaan, wordt zodra de intrekking werking heeft, de 403-aansprakelijkheid van de 403-aansprakelijke maatschappij de restaansprakelijkheid. Deze restaansprakelijkheid kan niet worden beëindigd omdat van verbreking van de groepsband geen sprake is. Deze restaansprakelijkheid zal op het fusiemoment ter hoogte van de niet- voldane schulden uit rechtshandelingen waarvoor de restaansprakelijkheid nog bestaat, eigen aansprakelijkheid van de 403-aansprakelijke maatschappij worden. Hoewel de schulden uit de door de 403-groepsrechtspersoon tot het fusiemoment vanaf het begin van het fusiejaar aangegane rechtshandelingen buiten deze restaansprakelijkheid vallen, worden zij niettemin als zij op het fusiemoment niet zijn afgewikkeld, op dat moment ook eigen schulden van de 403-aansprakelijke maatschappij.
Als het ingangstijdstip van verwerking van de financiële gegevens van de 403-groepsrechtspersoon bij de verkrijgende maatschappij in het fusiejaar ligt, is het boekjaar van de 403-rechtspersoon dat vooraf gaat aan het fusiejaar, niet het laatste boekjaar maar het voorlaatste boekjaar van de 403-groeprechtspersoon. Het over dat jaar opgemerkte blijft evenwel gelden. Voor het laatste boekjaar dat dan loopt van de aanvang van het fusiejaar tot het tijdstip van verwerking van de financiële gegevens van de 403-groepsrechtspersoon in de jaarrekening van de verkrijgende maatschappij – een tijdstip dat in geen geval later kan liggen dat het fusiemoment – kan het groepsregime voor de 403- groepsrechtspersoon worden benut als de intrekking van de 403-aansprakelijkstelling niet in dat korte boekjaar plaatsvindt en overigens over dat boekjaar ook aan de andere voorwaarden voor het gebruik van het groepsregime wordt voldaan. De verplichtingen met betrekking tot de jaarrekening van de verdwenen 403-rechtspersoon rusten op de verkrijgende 403-aansprakelijke maatschappij.
De 403-verklaring biedt dekking voor de voldoening van alle schulden uit de tot het fusiemoment door de 403-groepsrechtspersoon aangegane rechtshandelingen. De omvang van deze 403-aansprakelijkheid wijzigt niet meer omdat de 403-rechtspersoon is verdwenen. Daar de schulden en overige verplichtingen van de 403-rechtspersoon ingaande de fusie eigen schulden en overige verplichtingen van de 403-aansprakelijke maatschappij zijn geworden, is daarin begrepen het deel dat onder de 403-aansprakelijkheid valt. Er is derhalve voor dat deel sprake van samenval.
In het kader van de voorgenomen fusie is er een verzetrecht voor de schuldeisers van de fuserende rechtspersonen, gericht op vervangende zekerheid (art. 2:316 BW). Het gaat dan om de schuldeisers van de te verdwijnen 403-groepsrechtspersoon en die van de 403-aansprakelijke maatschappij (waaronder ook vallen de schuldeisers met 403-aanspraak jegens de 403-aansprakelijke maatschappij respectievelijk bij intrekking vóór de fusie de schuldeisers met restaanspraak jegens die maatschappij). Naar het mij voorkomt zal de vermogenstoestand van de verkrijgende 403-aansprakelijke maatschappij na de fusie (waarin begrepen de activa en schulden van de 403-groepsrechtspersoon) niet minder waarborg bieden dat de vordering van de in verzet gekomen schuldeisers zal worden voldaan, dan er voordien is. 1Er zal daarom ook niet gauw een grond voor toewijzing van het verzet zijn.