Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid (IVOR nr. 116) 2019/8.1.1:8.1.1 In fusie verdwijnende 403-rechtspersoon
Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid (IVOR nr. 116) 2019/8.1.1
8.1.1 In fusie verdwijnende 403-rechtspersoon
Documentgegevens:
mr. drs. E.C.A. Nass, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
mr. drs. E.C.A. Nass
- JCDI
JCDI:ADS85550:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als in een juridische fusie de 403-rechtspersoon de verdwijnende maatschappij is, houdt deze 403-rechtspersoon op te bestaan en gaat zijn vermogen onder algemene titel over op de verkrijgende maatschappij. Een dergelijke fusie kan binnen een groep plaatsvinden, in welk geval over groepsfusie wordt gesproken. Het vermogen kan ook overgaan op een verkrijgende maatschappij die niet behoort tot de groep waartoe de 403-aansprakelijke maatschappij behoort.
Bij een groepsfusie kan worden gedacht aan een moeder-/100%-dochtergroepsfusie (zie paragraaf 8.1.1.1) en een zusterfusie van maatschappijen met dezelfde 100%-aandeelhoudende moedermaatschappij (zie paragraaf 8.1.1.2). Deze kan tevens worden gerealiseerd door een driehoeksfusie (zie paragraaf 8.1.1.4). De fusie met een buiten de groep staande verkrijgende maatschappij heeft tot gevolg dat aandeelhouders van de verdwijnende 403-rechtspersoon aandeelhouder worden van de verkrijgende maatschappij (zie paragraaf 8.1.1.3). Ook kan een dergelijke fusie tot stand komen via een driehoeksfusie (zie paragraaf 8.1.1.4).
Als in het kader van een juridische fusie vóór het fusiemoment intrekking van de door de 403-aansprakelijke maatschappij gestelde 403-aansprakelijkheid plaatsvindt, is er vanaf het moment dat deze intrekking werkt, alleen nog aansprakelijkheid voor de schulden uit de tot dat moment door de 403- rechtspersoon verrichte rechtshandelingen. Deze restaansprakelijkheid kan alleen worden beëindigd indien de groepsband is verbroken, met andere woorden indien de voormalige 403-rechtspersoon niet meer behoort tot de groep van de voormalige 403-aansprakelijke maatschappij of waartoe deze behoort. Daar de groepsband vóór de fusie niet is verbroken kan in ieder geval tot het fusiemoment van beëindiging van de restaansprakelijkheid geen sprake zijn. Na het fusiemoment is van belang of de verkrijgende maatschappij al dan niet deel uitmaakt van de groep waartoe de voormalige 403-aansprakelijke maatschappij behoorde. Is dit wél het geval dan kan na de fusie de restaansprakelijkheid niet worden beëindigd.
Als vóór de juridische fusie geen intrekking van de 403-aansprakelijkstelling heeft plaatsgevonden, wordt een enkele keer wel eens de opvatting verdedigd dat als de 403-rechtspersoon door deze fusie verdwijnt de groepsband met de 403-aansprakelijke maatschappij wordt verbroken, ook al is de verkrijgende maatschappij een andere groepsmaatschappij.1 De gedachte hierachter is dat van een groepsband alleen kan worden gesproken bij rechtspersonen en vennootschappen maar niet als het gaat om afzonderlijke vermogensbestanddelen. De consequentie van dit standpunt is dat na het van kracht worden van de fusie na de intrekking van de 403-aansprakelijkstelling, de restaansprakelijkheid door de 403-aansprakelijke maatschappij kan worden beëindigd.
Naar mijn mening wordt in de weergegeven opvatting van een onjuiste gedachtegang uitgegaan. Het argument dat van een groepsband alleen kan worden gesproken bij rechtspersonen en vennootschappen maar niet bij afzonderlijke vermogensbestanddelen berust op een misverstand betreffende het begrip groep. Een groep vormt een organisatorische verwevenheid van rechtspersonen en vennootschappen (art. 2:24b BW). De organisatorische verwevenheid is gebaseerd op aandelenbezit, lidmaatschap, het zijn van vennoot en/of feitelijke relaties en heeft betrekking op allerlei ondernemingsactiviteiten en daaraan gerelateerde werkzaamheden. Als daarbinnen verschuivingen optreden door overdracht2 of overgang van vermogen verandert daardoor de groep niet. In de situatie dat een 403-aansprakelijke maatschappij haar aandelenbezit in een 403-rechtspersoon overdraagt – dus een overdracht van een vermogensbestanddeel – aan een andere maatschappij binnen de groep waartoe zij behoort, wordt de groepsband niet verbroken, met als consequentie dat na de intrekking van de 403-aansprakelijkstelling de restaansprakelijkheid bij de 403-aansprakelijke maatschappij blijft zonder beëindigingsmogelijkheid. Het is dan vreemd dat als het vermogen van de 403-rechtspersoon door een fusie overgaat op een verkrijgende groepsmaatschappij, de restaansprakelijkheid van de 403-aansprakelijke maatschappij wél zou kunnen worden beëindigd. Op soortgelijke wijze geldt hetzelfde als een 403-rechtspersoon al zijn vermogensbestanddelen onder bijzondere titel zou overdragen aan een andere maatschappij binnen de groep waartoe de 403-aansprakelijke maatschappij behoort. Ook in dat geval blijft de restaansprakelijkheid bij de 403-aansprakelijke maatschappij zonder beëindigingsmogelijkheid. Het is daarom voor mij evident dat de groepsband niet wordt verbroken als de 403-rechtspersoon in een juridische fusie de verdwijnende maatschappij is en de verkrijgende maatschappij tot dezelfde groep behoort als de 403-aansprakelijke maatschappij.
8.1.1.1 Moeder-/dochtergroepsfusie8.1.1.2 Zustergroepsfusie8.1.1.3 Fusie buiten groepsverband8.1.1.4 Driehoeksfusie al dan niet binnen groepsverband