Einde inhoudsopgave
Eigendomsvoorbehoud (Rechtswetenschappelijke publicaties) 2018/8.10.3
8.10.3 De bezitsverkrijging bij de eigendomsverkrijging
E.F. Verheul, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
E.F. Verheul
- JCDI
JCDI:ADS400818:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
M.v.A. II Inv., Parl. Gesch. Boek 3 BW (Inv. 3, 5 en 6), p. 1238, Reehuis 2010, nr. 102, Rank-Berenschot 2012, nr. 46, Pitlo/Reehuis & Heisterkamp 2012, nr. 963, Jansen 2014, p. 115 en Asser/Van Mierlo 3-VI 2016, nr. 529.
Vgl. Jansen 2014, p. 115 die opmerkt dat de bezitsverkrijging in het verlengde ligt van het op artikel 3:110 BW gebaseerde houderschap van de koper. Zie voor het Duitse recht Baur/Baur & Stürner 2009, p. 76.
Jansen 2014, p. 116.
Zie o.m. Mezas 1985, p. 5-6, Reehuis 2004, nr. 46 en nr. 59, Peter 2007, p. 134, Pitlo/Reehuis & Heisterkamp 2012, nr. 963, Rank-Berenschot 2012, nr. 5, Snijders & Rank-Berenschot 2012, nr. 493, Asser/ Bartels & Van Mierlo 3-IV 2013, nr. 127 en nr. 149, Reehuis 2013, nr. 56, Van Schaick 2014, nr. 10, Stolz 2015, p. 886, Verstijlen 2015, art. 3:92 BW, aant. 26 en aant. 30 en Asser/Van Mierlo 3-VI 2016, nr. 529. Zie over tussenfiguren als houderschap onder ontbindende voorwaarde gecombineerd met bezit onder opschortende voorwaarde reeds hiervoor in hoofdstuk 4, paragraaf 4.8.3.
Tot het moment van vervulling van de voorwaarde is de koper houder van de zaak. Door betaling van de verschuldigde tegenprestatie gaat de voorwaarde in vervulling en wordt de koper niet alleen eigenaar van de verkochte zaak, maar tevens bezitter.1 Terwijl bezitsverschaffing normaliter een voorwaarde is voor eigendomsoverdracht, is de bezitsverkrijging in dit geval een sequeel van de eigendomsoverdracht. Een levering op het moment van vervulling van de voorwaarde is niet meer nodig, nu de levering reeds heeft plaatsgevonden door de machtsverschaffing van artikel 3:91 BW, juist om de problemen die samenhangen met de levering op het moment van vervulling van de voorwaarde te vermijden. Maar ook een bezitsverschaffing is niet vereist op het moment dat de voorwaarde in vervulling gaat. De bezitsverkrijging van de eigenaar onder opschortende voorwaarde voltrekt zich automatisch en van rechtswege.2
Zoals in paragraaf 8.11 aan de orde komt, is de koper tot het moment van de vervulling van de voorwaarde houder, omdat hij door het overeenkomen van het eigendomsvoorbehoud het eigendomsrecht van de verkoper heeft erkend en zich bereid heeft verklaard de zaak aan de verkoper af te geven indien hij de verschuldigde prestatie niet voldoet. Uit deze strekking van de rechtsverhouding bij een eigendomsvoorbehoud volgt derhalve het houderschap van de koper. Door vervulling van de voorwaarde valt deze rechtsverhouding weg en heeft de koper de eigendomspretentie, waardoor hij bezitter van de zaak wordt.3 Aangezien de bezitsverkrijging een noodzakelijk gevolg is van de eigendomsverkrijging en het wegvallen van de rechtsverhouding op grond waarvan de koper de zaak voor de verkoper hield, wordt de koper zelfs bezitter indien hij niet op de hoogte is van de vervulling van de voorwaarde, bijvoorbeeld omdat een derde de koopprijs voldoet of omdat de koper ten onrechte aanneemt dat nog andere vorderingen moeten worden voldaan.4 Het is namelijk ondenkbaar dat de koper de zaak houdt voor de verkoper, terwijl laatstgenoemde – als gevolg van de eigendomsovergang – de zaak niet meer voor zichzelf houdt.
Aangezien de bezitsverkrijging van de koper niet enkel volgt uit het feit dat hij eigenaar wordt, maar tevens uit de omstandigheid dat de rechtsverhouding tussen de koper en verkoper eindigt, wordt de koper ook bezitter indien vervulling van de voorwaarde niet leidt tot eigendomsverkrijging. Uit de rechtsverhouding volgt immers dat de verkoper zijn pretenties ten aanzien van de zaak laat varen op het moment dat de koper de verschuldigde prestatie voldoet. Aangezien de verandering van de wil van de koper berust op een handeling van degene voor wie de koper de zaak hield, is van een verboden bezitsinterversie geen sprake (art. 3:111 BW).