Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/9.3.6.7
9.3.6.7 Het volgen van stemadviezen
J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS367592:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Monitoring Commissie Corporate Governance Code 2010, p. 6 en Verdam 2008, p. 43 e.v. Volgens sommigen verklaart dit waarom sinds de jaren 80 in de VS steeds meer aandeelhoudervoorstellen, vooral op het gebied van corporate governance, worden gedaan alsook de brede steun die deze voorstellen krijgen, zie bijvoorbeeld Brownstein/Kirman 2004, p. 26-28 en p. 32 e.v.. Uit onderzoek blijkt niettemin dat institutionele beleggers deze adviezen niet blindelings volgen, zie Schouten 2012, p. 141-168.
Ook ESMA is van mening dat dit op zichzelf geen acting in concert oplevert, zie ESMA 2013 – White list, p. 32. Idem Winner 2014, p. 389 (voetnoot 117), die evenwel een slag om de arm lijkt te houden omdat hier nog maar weinig onderzoek naar is gedaan.
Anders met betrekking tot het Duitse recht Schneider/Anzinger 2007, p. 94-95.
Vermoedelijk zal het gaan om een overeenkomst van opdracht of aanneming van werk, mede afhankelijk van jurisdictie.
Institutionele beleggers verlaten zich veelvuldig op de stemadviezen van ISS en Glass Lewis.1 Hierdoor kunnen identieke stempatronen ontstaan, bijvoorbeeld omdat verschillende partijen stemmen op hetzelfde advies. Naar mijn mening is dit een schoolvoorbeeld van een parallelle gedraging die buiten de reikwijdte van acting in concert valt omdat niet is voldaan aan het overeenkomstvereiste.2 Partijen voegen zich naar de adviezen van hun adviseur, maar doen dit niet op basis van een communicatief proces waaruit enigerlei vorm van een overeenkomst zou kunnen worden gedestilleerd. Of aandeelhouders tegenover de stemadviseur verklaren dat zij te allen tijde het stemadvies zullen opvolgen speelt hierbij geen rol.3 Iets anders is als zij onderling overeenkomen om het stemadvies te volgen. Hier zij nogmaals benadrukt dat een biedplicht ook in dat geval afhankelijk is van het doel van de samenwerking (zie hoofdstuk 7 en 8).
Er zal wel sprake zijn van een overeenkomst, van opdracht bijvoorbeeld, tussen de adviseur en de (institutionele) belegger4 , maar deze is niet relevant in het kader van de biedplicht nu hierin – naar mag worden aangenomen – geen afspraken staan aangaande de uitoefening van het stemrecht.