Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/7.1
7.1 Procedurele autonomie
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS362984:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
HvJ 13 maart 2014, zaak C-29/13, (Global Trans Lodzhistik), punten 59 en 60; HvJ 18 december 2008, zaak C-349/07, (Sopropé), punt 40; HvJ 10 november 1993, zaak C-60/92, (Otto/Postbank), punt 14.
Zie bijvoorbeeld: HvJ 13 december 2017, zaak C-403/16, (El Hassani), punt 57 e.v. en HvJ 17 maart 2016, zaak C-161/15, (Benallal), punt 24 e.v.; Zie ook: Vos, de, 2011, p. 36.
HvJ 16 december 1976, zaak 33/76, (Rewe-Zentralfinanz en Rewe-Zentral), punt 5; HvJ 16 december 1976, zaak 45/76, (Comet), punt 19; HvJ 17 maart 2016, zaak C-161/15, (Benallal), punt 24.
HvJ 10 juli 1997, zaak C-261/95, (Palmisani), punt 27 e.v.
HvJ 16 december 1976, zaak 45/76, (Comet), punt 19.
HvJ 14 december 1995, zaak C-312/93, (Peterbroeck), punt 14; HvJ 14 december 1995, zaak C-430/93, (Van Schijndel), punt 19.
Jans e.a. 2017, onder 1.2 en 6.2.1.
HvJ 3 juli 2014, zaken C-129/13 en C-130/13, (Kamino), punt 79; Zie ook: Richardson 2017, onder 6.1.
Duijkersloot 2014, onder 5.2, Brink, van den en Ouden, den 2014, p. 92.
Timmermans en Schlössels 2015, p. 267.
Als het kenbaarmakingsbeginsel is geschonden, volgt de vraag welke gevolgen een dergelijke schending kan hebben. Het Unierecht zelf regelt de gevolgen van een dergelijke schending niet. In beginsel biedt dit de lidstaten procedurele autonomie en hebben de lidstaten ruimte om de gevolgen zelf in te vullen.1 Ter waarborging van een minimumniveau van rechtsbescherming in de verschillende lidstaten heeft het Hof van Justitie bepaald dat de lidstaten bij het ontbreken van procedurele Unierechtelijke voorschriften zelf binnen hun interne rechtsorde dergelijke voorschriften kunnen vaststellen als zij hierbij het gelijkwaardigheidsbeginsel en het doeltreffendheidsbeginsel in acht nemen.2
Op grond van het beginsel van gelijkwaardigheid mogen, bij het ontbreken van een Unieregeling, de nationale regels, die gelden voor besluiten waarin het Unierecht ten uitvoer wordt gebracht, niet ongunstiger zijn dan die voor soortgelijke nationale besluiten.3 Hierbij is het de taak van de nationale rechter bij de toepassing van het gelijkwaardigheidsbeginsel te onderzoeken wat in het concrete geval onder soortgelijke nationale besluiten moet worden verstaan.4 De nationale rechter zal daarbij het doel, het voorwerp en de voornaamste kenmerken van de regeling(en) in aanmerking moeten nemen. Het Hof van Justitie geeft door deze ruime formulering de lidstaten een brede marge om te beoordelen wat een gelijkwaardig besluit is.
Op grond van het beginsel van doeltreffendheid mogen de nationale procedureregels de uitoefening van de door het Unierecht verleende rechten in de praktijk niet onmogelijk of uiterst moeilijk maken.5 Voor de concrete invulling van het doeltreffendheidsbeginsel zijn de volgende factoren van belang: de plaats van de desbetreffende bepaling in de gehele procedure, het verloop en de bijzondere kenmerken ervan en de beginselen die aan het nationale stelsel van rechtspraak ten grondslag liggen.6 De rechter zal dus een afweging moeten maken tussen het belang van de nationale bepaling en de effectieve doorwerking van het Unierecht.7
Ten aanzien van de gevolgen van een schending van het kenbaarmakingsbeginsel heeft het Hof van Justitie nog een aanvullende voorwaarde gesteld. Een schending van het kenbaarmakingsbeginsel kan pas tot nietigverklaring van het bezwarende besluit leiden, wanneer de procedure zonder deze onregelmatigheid een andere afloop had kunnen hebben (‘andere afloop’-criterium).8 Duijkersloot, Van den Brink en Den Ouden stellen dat met het ‘andere afloop’-criterium de procedurele autonomie van de lidstaten is verdwenen.9 Timmermans en Schlössels vragen zich af of dit klopt. Ik sluit mij aan bij deze laatste twee auteurs.10 Met het ‘andere afloop’-criterium heeft het Hof van Justitie weliswaar de procedurele autonomie van de lidstaten enigszins beperkt, maar zichtbaar zal worden dat voldoende ruimte voor de lidstaten blijft bestaan.