Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/7.3
7.3 Het ‘andere afloop’-criterium
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS363030:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld: HvJ 10 september 2013, zaak C-383/13, (G. en R.), punt 38; HvJ 14 februari 1990, zaak C-301/87, (Frankrijk/Commissie), punt 31; HvJ 5 oktober 2000, zaak C-288/96, (Duitsland/Commissie), punt 101 en HvJ 1 oktober 2009, zaak C-141/08, (Foshan), punt 94.
HvJ 3 juli 2014, zaken C-129/13 en C-130/13, (Kamino), punt 79; Zie ook: Richardson 2017, onder 6.1.
HvJ 3 juli 2014, zaken C-129/13 en C-130/13, (Kamino), punt 79; HvJ 21 september 2000, zaak C-462/98 P, (Mediocurso), punt 45.
HvJ 10 september 2013, zaak C-383/13 PPU, (G. en R.), punt 38 e.v.
HvJ 21 maart 1990, zaak C-142/87, (België/Commissie), punt 48.
Het Hof van Justitie heeft veelvuldig overwogen dat niet elke schending van het kenbaarmakingsbeginsel tot vernietiging van het bezwarende besluit leidt.1 In bijvoorbeeld de zaak Kamino heeft het Hof van Justitie expliciet geoordeeld dat schending van het kenbaarmakingsbeginsel pas tot nietigverklaring van het na afloop van de betrokken administratieve procedure genomen besluit leidt, wanneer deze procedure zonder deze onregelmatigheid een andere afloop had kunnen hebben.2 De jurisprudentie van het Hof van Justitie leidt tot de volgende uitleg en invulling ten aanzien van het ‘andere afloop’-criterium:
de bewijslast dat voldaan wordt aan het ‘andere afloop’-criterium ligt bij de belanghebbende (paragraaf 7.3.1);3
het ‘andere afloop’-criterium moet worden ingevuld aan de hand van de specifieke omstandigheden van het geval (paragraaf 7.3.2);4 en
niet moet kunnen worden uitgesloten dat het besluitvormingsproces zonder de onregelmatigheid een andere afloop had kunnen hebben (paragraaf 7.3.3).5
Aangezien het Hof van Justitie zich ten aanzien van het ‘andere afloop’-criterium beperkt tot het formuleren van algemene regels en de invulling aan de lidstaten laat, zal ik hierna steeds eerst weergeven wat de algemene invulling van het Hof van Justitie is om vervolgens de invulling daarvan te bespreken aan de hand van de Nederlandse (fiscale) jurisprudentie. Ik beperk mij hierbij uit praktische overwegingen tot de Nederlandse jurisprudentie. Het is zonder goede kennis van de talen en het procesrecht van de lidstaten niet goed mogelijk jurisprudentie met betrekking tot het kenbaarmakingsbeginsel van de verschillende lidstaten te achterhalen en te doorgronden. Bovendien kennen de meeste lidstaten vanuit hun nationale recht een vorm van het horen voordat een bezwarend besluit wordt genomen. Dat heeft tot gevolg dat uitspraken die op het kenbaarmakingsbeginsel zien, veelvuldig zullen zijn gebaseerd op de nationale wetgeving van de lidstaten. Bovendien zegt de invulling die in een andere lidstaat wordt gegeven aan het ‘andere afloop’-criterium niet meteen iets over de wijze waarop dit in het Unierecht moet worden uitgelegd. Niet alleen de vertroebeling door nationale wetgeving geeft daarbij problemen, maar de invulling van het ‘andere afloop’-criterium van andere lidstaten is niet voorgelegd aan het Hof van Justitie.
7.3.1 De bewijslast dat wordt voldaan aan het ‘andere afloop’-criterium7.3.2 Invulling van het ‘andere afloop’-criterium aan de hand van de specifieke omstandigheden van het geval7.3.3 Een andere afloop moet niet kunnen worden uitgesloten