Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht
Einde inhoudsopgave
Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht (SteR nr. 49) 2020/6.4.3:6.4.3 Taakstraffen
Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht (SteR nr. 49) 2020/6.4.3
6.4.3 Taakstraffen
Documentgegevens:
J. Kort, datum 01-03-2020
- Datum
01-03-2020
- Auteur
J. Kort
- JCDI
JCDI:ADS200721:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit hoofdstuk 4 kwam naar voren dat politiemensen opgelegde taakstraffen vaak niet passend of niet hoog genoeg vinden. Onder officieren van justitie lijkt meer steun te bestaan voor de taakstraf, maar ook sommigen van hen zeggen liever te kiezen voor een boete of een gevangenisstraf (zie vorige hoofdstuk). Rechters zijn tamelijk eensgezind over de taakstraf en beschouwen deze als een belangrijke strafmodaliteit. Sommige rechters menen wel dat vaak te soepel wordt omgegaan met ongeoorloofd verzuim door taakgestraften.
‘Ik vind de reclassering wel erg mild bij het uitvoeren van de werkstraf. Ik geloof dat [de taakgestrafte] wel tien kansen krijgt voor hij een keer wordt teruggestuurd [naar de rechtbank]. Als je die straf serieus neemt, zet daar dan steviger op in. Een waarschuwing, geel, rood en dan moet hij teruggestuurd worden. Ik ben dan de eerste om te zeggen: geen tweede kansen, weg ermee, je gaat gewoon die vervangende straf uitzitten.’
Rechters vermoeden dat critici van de taakstraf onvoldoende duidelijk is wat de overwegingen zijn om deze sanctie op te leggen. Dan gaat het bijvoorbeeld om de overweging van rechters bepaalde delinquenten ‘steviger aan te pakken’ door middel van een taakstraf, dan door een (korte) gevangenisstraf of een boete. Het feit dat de veroordeelde door een taakstraf uit zijn aangewende dagelijkse ritme wordt gehaald en enige tijd verplicht actief moet worden, is in de ogen van deze rechters een vorm van leedtoevoeging. Daarnaast willen ze mogelijk nadelige of ‘ontwrichtende effecten’ van gevangenisstraf vermijden.
‘Met de uitleg erbij zouden ze waarschijnlijk wel begrip kunnen hebben voor een taakstraf. Soms denk je [als rechter] bij sommigen [verdachten] juist: laat deze persoon maar eens negen uur per dag op het werk zijn in plaats van zitten. In de gevangenis wordt alles weer voor je geregeld. (...) Vaak grijpt gevangenisstraf heel diep in, in iemands leven en een gezin. Je kan zeggen, daar heb je zelf voor gekozen, maar wat wij ook proberen is criminaliteit in de toekomst te voorkomen en als iemand zijn baan kwijtraakt is de kans dat hij criminaliteit pleegt gewoon groter. Daar houden wij dus bijvoorbeeld rekening mee.’
‘[Een taakstraf] kan betekenen dat iemand die inactief is, een stuk actiever wordt. Zo kan je iemand in een ritme krijgen. Sommige jonge mensen leven alleen maar ’s nachts en iemand in de gevangenis stoppen heeft niet het effect dat iemand zijn dag-en-nacht ritme omdraait. Taakstraf is daar een geëigend middel voor. Bij een vrijheidsstraf blijft het vaak bij lethargisch tv kijken als ze niet willen werken of sporten en geen opleiding willen doen daar. Voor sommige verdachten kan een taakstraf juist heel passend zijn. En als iemand niet wil werken en niet wil veranderen, dan heb je vervangende hechtenis.’
Een opvallend verschil met politiemensen met name, is dat rechters niet of nauwelijks positieve effecten verwachten van gevangenisstraf en nauwelijks lijken te letten op het opsluitingseffect. In plaats dat een delinquent iets van een gevangenisstraf zou kunnen opsteken in positieve zin, zoals politiemensen wel veronderstellen (‘ik zit echt fout’, ‘ik moet mijn leven gaan beteren’) lijken rechters vooral te denken dat gevangenisstraf slechts nieuwe problemen veroorzaakt en menen ze dat taakstraffen fors kunnen bijdragen aan ‘positieve gedragsbeïnvloeding’.
‘[Door middel van taakstraf] word je op een nuttige en indringende manier geconfronteerd met je eigen gedrag. Van de gevangenis is volgens mij nog nooit iemand beter geworden. Dat komt uit onderzoek nog steeds meer naar voren. Taakstraffen helpen recidive voorkomen, beter dan gevangenisstraffen dat doen.’