Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/6.3.2:6.3.2 Maximum van ten minste vier jaren vrijheidsstraf versus concrete strafbare feiten
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/6.3.2
6.3.2 Maximum van ten minste vier jaren vrijheidsstraf versus concrete strafbare feiten
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859061:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Nederlandse wetgever opteert voor het systeem onwaardigheid te verbinden aan strafbare feiten tegen de erflater gepleegd waarop een vrijheidsstraf staat met een maximum van ten minste vier jaren. Deze feiten zijn zeer divers van aard. De Belgische wetgever vaart een andere koers door concrete strafbare feiten in de wet op te nemen.
Het Nederlandse systeem heeft als belangrijk voordeel dat veranderingen in het strafrecht niet direct hoeven te nopen tot aanpassing van artikel 4:3 BW. Verandert de wetgever van inzicht in die zin dat bepaalde strafbare feiten in de huidige tijdsgeest strenger bestraft moeten worden of dat bepaalde gedragingen die thans nog straffeloos zijn, strafbaar gesteld moeten worden, dan kan artikel 4:3 BW zonder aanpassing volgen.