Einde inhoudsopgave
Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker (R&P nr. CA18) 2018/7.6.5.6
7.6.5.6 De bedrijfsmatige gebruiker heeft het gebrek in fysieke zin veroorzaakt
mr. A. Kolder, datum 16-03-2018
- Datum
16-03-2018
- Auteur
mr. A. Kolder
- JCDI
JCDI:ADS301658:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Voetnoten
Voetnoten
De constructie zal, ondanks dat het huren niet oneindig zal zijn, m.i. kwalificeren als opstal in de zin van art. 6:174 (bestemd om duurzaam ter plaatse te blijven) en niet als roerende zaak in de zin van art. 6:173.
Althans deze zal niet kunnen aantonen dat bedoeld verband ontbreekt. Een treurig voorbeeld biedt in dit verband de exploitant van het zwembad in Tilburg, waar in 2011 plotseling twee geluidsboxen van het plafond naar beneden vielen en een zeer jonge bezoekster dodelijk werd troffen. Duidelijk werd dat te wijten aan de van het zwembadwater afkomstige chloordampen de dragers van de boxen waren doorgeroest. Zie https://nos.nl/artikel/2115518-gemeente-tilburg-schuldig-aan-dood-baby-in-zwembad.html.
Lankhorst, T&C BW (2017), commentaar op art. 6:186, aant. 4. Gewezen wordt op art. 6:186 lid 1 en sub b, waaruit volgt dat een product gebrekkig is, indien dit niet de veiligheid biedt die men daarvan mag verwachten, alle omstandigheden in aanmerking genomen en in het bijzonder het redelijkerwijs te verwachten gebruik van het product. (curs. AK)
Bauw 2015, p. 99.
Zie voor ondergrondse werken art. 6:174 lid 3, laatste zin, waarin een aan de laatste bedrijfsmatige gebruiker ‘klevende aansprakelijkheid’ is opgenomen ingeval het gebruik is gestaakt.
Parl. gesch. Boek 6, p. 755. Mogelijk kan de eigenaar wel een (contractuele) regresactie plegen op de voormalige bedrijfsmatige gebruiker van zijn opstal.
Het andere uiterste wordt gevormd door de sprekende gevallen waarin een opstal aanvankelijk voldoet aan de daaraan te stellen eisen, maar pas gebrekkig wordt als een fysiek gevolg van de bedrijfsactiviteiten die de gebruiker daarin verricht. Met andere woorden, de bedrijfsactiviteiten van de gebruiker veroorzaken letterlijk een gebrek in de opstal. Denk aan een op zich deugdelijk fabrieksgebouw dat niet bestand blijkt tegen een abnormaal of overmatig trillen en schokken vanwege daarin verrichte werkzaamheden en schade aanricht. Het gebrek is ‘veroorzaakt door’ de bedrijfsvoering van de gebruiker; ‘het ontstaan’ van het gebrek staat daarmee in verband, evenzo de verwezenlijking van het gevaar dat aan de gebrekkigheid van de opstal is verbonden. Gedacht kan ook worden aan het geval waarin de bedrijfsmatige gebruiker een gebrek in de opstal ‘veroorzaakt’ vanwege een door hemzelf aangebrachte ondeugdelijke wijziging of constructie. Ter exploitatie van een garagebedrijf huurt de bedrijfsmatige gebruiker voor onbepaalde tijd een fabriekshal. De exploitant richt in het gehuurde een afgescheiden ruimte in voor de autospuiterij. Wanneer de constructie daarvan het plotseling begeeft, behoort de aansprakelijkheid voor de daardoor ontstane schade ex art. 6:174 ingevolge art. 6:181 op de exploitant als ‘meest relevante laedens’ te rusten.1 In dit verband kunnen tevens gebreken worden genoemd die ontstaan door slijtage te wijten aan het gebruik dat de bedrijfsmatige gebruiker van de opstal maakt. De wetsgeschiedenis van de tenzij-clausule van art. 6:181 lid 1 bevat het voorbeeld van het bezwijken van een hijsbalk van een als pakhuis gebruikt gebouw. Is het gebrek in de hijsbalk ontstaan door slijtage wegens het gebruik dat de bedrijfsmatige gebruiker daarvan maakt, dan is de schade veroorzaakt door ‘tot de bedrijfsuitoefening te rekenen factoren’. Hier is geen sprake van een ‘toevallige’ gebruiker die niets met het schadeveroorzakende gebrek van doen heeft. ‘Het ontstaan’ van het gebrek hangt samen met de bedrijfsactiviteiten. Oftewel, tussen de verwezenlijking van het gevaar verbonden aan de gebrekkigheid en de activiteiten van de bedrijfmatige gebruiker bestaat voldoende verband.2 In deze richting wijst ook dat een gebrek door ‘normale’ slijtage geen gebrek in de zin van art. 6:186 oplevert (lees: geen ‘eigen’ gebrek van het product).3 De aansprakelijk rust niet op de producent van de zaak maar op de bezitter of bedrijfsmatige gebruiker uit art. 6:173 of 181, omdat het gebrek geacht wordt te zijn veroorzaakt door het gebruik dat deze persoon van de zaak heeft gemaakt.4
Ik merk nog op dat wanneer een bedrijfsmatige gebruiker een gebrek in de opstal heeft veroorzaakt dat pas schadelijk wordt nadat zijn gebruik reeds is gestaakt, de aansprakelijkheid voor die schade ex art. 6:174 op de bezitter rust.5 Als peilmoment heeft namelijk het moment van de schadeveroorzaking te gelden, terwijl de aansprakelijkheid van art. 6:174 in beginsel geldt ongeacht de oorzaak van de gebrekkige toestand waarin de opstal verkeert en zodoende mede ziet op gebreken die door een ander zijn veroorzaakt.6