Instellingen voor collectieve belegging in effecten
Einde inhoudsopgave
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/5.4.4.1:5.4.4.1 Wat zijn belangenconflicten?
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/5.4.4.1
5.4.4.1 Wat zijn belangenconflicten?
Documentgegevens:
mr. drs. J.E. de Klerk, datum 01-02-2020
- Datum
01-02-2020
- Auteur
mr. drs. J.E. de Klerk
- JCDI
JCDI:ADS193527:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor een zeer heldere uiteenzetting over belangenconflicten Broekhuizen (2009).
Een medewerker in de breedste zin van het woord, hier vallen alle personen onder die (in)direct door een zeggenschapsband met de beheerder zijn verbonden.
Art. 17 lid 1 Icbe-Uitvoeringsrichtlijn 2010/43.
Broekhuizen (2009).
Zie voor overzichtsartikelen bijvoorbeeld: Schwartz (2005).
Bhattacharya, Lee en Pool (2013).
Hao en Yan (2012).
Golez en Marin (2012).
Brown, Harlow en Starks (1996).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals in paragraaf 3.3 is beschreven, zijn de conflicterende belangen tussen beheerder en icbe een belangrijke reden om aanvullende regelgeving voor icbe’s op te stellen. Belangenconflicten zijn echter nergens in de regelgeving gedefinieerd.1 Wel zijn er enkele criteria opgenomen ter bepaling van belangenconflicten. Zo is aangegeven dat belangenconflicten zich voor kunnen doen tussen de beheerder en zijn cliënten, tussen cliënten onderling, tussen een cliënt en een icbe en tussen twee icbe’s.2 Ook zijn enkele situaties opgenomen waaruit belangenconflicten kunnen voortkomen. De geschetste situaties komen erop neer dat de beheerder of een medewerker3 ervan een voordeel (in brede zin – niet alleen financieel) kan behalen of een verlies kan vermijden ten koste van een (deelnemer in een) icbe.4
In de praktijk doen zich tal van belangentegenstellingen voor. De beheervergoeding van een icbe is een direct gewin voor een beheerder ten koste van de icbe. Letterlijke lezing van de regelgeving omvat ook een dergelijke belangentegenstelling. Toch wordt in de literatuur wel betoogd dat deze belangentegenstellingen niet als belangenconflicten opgevat moeten worden.5 Veeleer zou belangenverstrengeling onder belangenconflicten verstaan moeten worden.
Veelal worden beloningsprikkels, nevenfuncties, giften en provisies opgevat als onderwerpen waarbij belangenconflicten zich kunnen voordoen. Uit diverse onderzoeken blijkt echter dat zich veel meer soorten belangenconflicten voordoen bij beleggingsinstellingen.6 Enkele voorbeelden hiervan zijn:
Fonds-in-fondsen. Als een fonds-in-fonds alleen in beleggingsinstellingen kan investeren die beheerd worden door dezelfde beheerder, blijken deze fonds-in-fondsen significant slechter te presteren. Deze fonds-in-fondsen verzorgen liquiditeit voor de beleggingsinstellingen waarin ze investeren, maar dat gaat ten koste van de eigen prestaties.7
Beleggingsinstellingen die worden beheerd door beheerders die in één groep zitten met een investeringsbank houden meer dan andere beleggingsinstellingen aandelen aan van initial public offerings (IPO’s) en secondary equity offerings (SEO’s) van klanten van de gelieerde investeringsbank. Het onderzoek suggereert dat deze banken hun beleggingsinstellingen gebruiken om IPO’s en SEO’s te steunen waarop te weinig inschrijvingen zijn.8
Beleggingsinstellingen die gelieerd zijn aan banken blijken ook grotere posities van door de bank uitgegeven instrumenten in de portefeuille te hebben na grote prijsdalingen van de aandelenkoers van de bank dan niet-gelieerde beleggingsinstellingen.9
Veel beleggingsinstellingen worden vergeleken met een benchmark of referentie-index. Beleggingsinstellingen die halverwege het jaar slechter dan gemiddeld presteren, verhogen vaker dan andere beleggingsinstellingen het risicoprofiel in het tweede deel van het jaar. Dit hoeft echter niet in lijn te zijn met het risicoprofiel van de deelnemers.10