Burgerschap op orde
Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/9.7.2.2:9.7.2.2 De Winter en Van Achter: gemeenschapsopvoeding
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/9.7.2.2
9.7.2.2 De Winter en Van Achter: gemeenschapsopvoeding
Documentgegevens:
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977247:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Winter stelt zich sinds de jaren negentig de principiële vraag of de school moet opvoeden tot democratische burgers. Aangezien de gemeenschapsvorming niet alleen plaatsvindt door instructie en oriëntatie, maar, expliciet of impliciet, ook door het schoolklimaat concludeert hij dat deze vraag irrelevant is.1 Het is vanzelfsprekend dat opvoeding tot democratische burgers noodzakelijk is, maar de vraag is hoe een werkbare doelstelling voor burgerschapsvorming en morele ontwikkeling eruit zou zien. De kans is namelijk groot dat het discours gereduceerd wordt tot discussie over pretentieuze leerstellingen.2 ‘Een democratische school die goed functioneert, voelt het aan als het opvoedingsdoel aangescherpt moet worden’, aldus de Winter. Hij werpt in dit kader als vragen op: ‘Als leerlingen morele ontwikkelingen doormaken, naar welk eindstadium evolueren ze dan?’ Gaat het om zich ‘goed voelen op school’ of om het bereiken van een rechtvaardige samenleving?’.3
9.7.2.2.1 De Winter: Community-development9.7.2.2.2 De Winter: Vorming tot democratische gemeenschapszin9.7.2.2.3 Van Achter: dialogische opvoeding9.7.2.2.4 Van Achter: opvoeding als waardenopvoeding9.7.2.2.5 Veugelers: door persoonsvorming gemeenschapopbouwend gedrag