Einde inhoudsopgave
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/9.1.1
9.1.1 Rechtbanken
mr. drs. R. Baas, datum 24-12-2019
- Datum
24-12-2019
- Auteur
mr. drs. R. Baas
- JCDI
JCDI:ADS174073:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Voetnoten
Voetnoten
Kengetallen gerechten 2016, p. 37, 82.
De normen voor 2006 zijn bepaald per type zaak binnen een afdeling en passen daarom minder goed in de tabel. In de Kengetallen gerechten 2007 (p. 4) is te lezen dat ‘de registratiesystemen nog niet overal geschikt zijn om het MK-aandeel te meten voor alle zaakstypen, waarvoor de Rechtspraak doelstellingen heeft geformuleerd.’ De MK-normen voor 2006 waren voor de rechtbanken: verzoekschriftprocedures handel: 5%; bodemzaken bestuursrecht: 7%; strafzaken: 15%. Voor de hoven: dagvaardingszaken handel met verweer: 100%; verzoekschriftprocedures 100%; bodemzaken belastingrecht: 75% (bron: Kengetallen gerechten 2006, p. 7).
Jaarplan Rechtspraak 2016, p. 17; Jaarplan Rechtspraak 2015, p. 19; Kengetallen gerechten 2014, p. 74; Kengetallen gerechten 2010, p. 36; Kengetallen gerechten 2009, p. 40-41.
Kengetallen gerechten 2011, p. 18.
Jaarverslag Rechtspraak 2018, p. 65; Jaarverslag Rechtspraak 2017, p. 38; Jaarverslag Rechtspraak 2016, p. 38; Jaarverslag Rechtspraak 2015, p. 33; Kengetallen gerechten 2015, p. 32; Jaarverslag Rechtspraak 2014, p. 53; Jaarverslag Rechtspraak 2013, p. 47; Jaarverslag Rechtspraak 2012, p. 17. Voor een overzicht van welk type zaken meervoudig wordt behandeld alsook voor criteria voor meervoudige behandeling, zie de paragrafen 5.4-5.5.
Zie o.a. Kengetallen gerechten 2016, p. 38, en ook paragraaf 9.3.2 in dit boek.
Kengetallen gerechten 2015, p. 32, 141; Kengetallen gerechten 2014, p. 27, 127.
Kengetallen gerechten 2016, p. 39.
Jaarverslag rechtspraak 2018, p. 65; jaarverslag rechtspraak 2017, p. 38; jaarverslag rechtspraak 2016, p. 38; kengetallen gerechten 2014, p. 74; kengetallen gerechten 2010, p. 36; kengetallen gerechten 2009, p. 40-41.
Zie paragraaf 5.5 voor criteria voor en achtergronden van toewijzing aan een meervoudige of enkelvoudige kamer.
Kengetallen gerechten 2016, p. 38; Kengetallen gerechten 2015, p. 8, 32-33; Kengetallen gerechten 2014, p. 7, 27; Kengetallen gerechten 2013, p. 7, 27. Zie de Kengetallen gerechten van de diverse jaren voor cijfers per gerecht; bijvoorbeeld in Kengetallen gerechten 2016, p. 99-100.
Kengetallen gerechten 2016, p. 8, 39.
Binnen de rechterlijke macht zijn streefwaarden voor meervoudige afdoening vastgesteld. Daarmee wordt beoogd, in de woorden van de Raad voor de rechtspraak,
‘te voorkomen dat efficiency overwegingen […] ten koste gaan van de kwaliteit van de afdoening. Anders gezegd, dit kengetal en de normering ervan borgen dat rechters de ruimte ervaren om op inhoudelijke gronden een keuze te maken of een zaak door drie rechters behandeld moet worden of dat één rechter volstaat.’1
Meervoudige behandeling wordt in jaarpublicaties van de rechterlijke macht dan ook steevast genoemd als instrument om kwaliteit en soms ook de rechtseenheid te waarborgen (zie paragraaf 2.4).
In 2006 werd voor het eerst een normering voor meervoudige behandeling vastgesteld.2 De streefwaarden zijn sindsdien weinig veranderd: in handel dient 10 procent van de zaken meervoudig te worden behandeld, in familie 3 procent (tot 2012 5 procent), in straf 15 procent, in bestuur algemeen 10 procent, in vreemdelingen 5 procent (tot 2012 10 procent) en in rijksbelastingen 25 procent (tot 2012 15 procent).3 Vanaf 2012 zijn de normen voor familie en vreemdelingen verlaagd, omdat volgens de Raad voor de rechtspraak relatief weinig zaken in aanmerking kwamen voor meervoudige behandeling.4
Aan tabel 9.2 is af te lezen of de ambities zijn waargemaakt. Daarin is weergegeven welk gemiddeld aandeel van de zaken door de rechtbanken meervoudig is afgedaan. De gegevens betreffen de jaren 2007-2018. Vóór 2007 werden cijfers over de wijze van afdoening niet centraal bijgehouden.
De streefwaarden voor meervoudige behandeling worden bij straf en bestuur in het algemeen gehaald. De rechtsgebieden handel, familie en vooral vreemdelingen blijven wat achter op de norm. In de jaarverslagen van de rechterlijke macht wordt hierover opgemerkt dat in deze rechtsgebieden ‘relatief weinig zaken zich lenen voor meervoudige behandeling’.5 In de Kengetallen gerechten tot en met 2016 is ook aangevoerd dat bij handel en familie het soms moeilijk was de norm te halen, omdat rechtbanken bij deze zaken niet financieel worden gecompenseerd voor meervoudige behandeling.6 In het algemeen worden mk-waardige zaken door de rechtbanken meervoudig behandeld, zo is te lezen. Bij sommige rechtbanken lukt dat niet altijd als gevolg van een krappe bezetting van rechters.7 Een enkele rechtbank noemt achterstanden of het voorkomen van te lange doorlooptijden als verklaring voor het niet behalen van de norm.8
Tabel 9.2 Gemiddeld percentage meervoudige afdoening door de rechtbanken in de jaren 2007-2018 in de afdelingen handel, familie, straf, bestuur al-gemeen, bestuur vreemdelingen en bestuur rijksbelastingen9
2007
2008
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
Handel
5.0
4.6
5.3
4.8
5.5
7.1
10.0
8.4
8
8
7
7
Familie
0.6
1.0
1.5
2.3
1.4
1.3
1.3
2.0
2
2
2
2
Straf
10.1
10.7
10.9
12.5
13.8
14.5
14.3
15.2
14
15
16
17
Bestuur algemeen
7.3
8.8
10.5
10.0
10.5
10.9
9.3
10.6
10
12
12
12
Bestuur vreemd.
4.5
3.9
4.3
3.3
3.0
2.4
2.0
3.0
3
3
2
2
Bestuurrijksbel.
28
27
28.3
31.2
28.7
36
29
28
29
25
27
20
Verder springen de grote verschillen in meervoudige afdoening tussen de rechtsgebieden in het oog. Zo’n kwart van de rijksbelastingzaken is behandeld door een college van drie, terwijl dat bij familie gemiddeld in 2 op de 100 zaken voorkwam. Rijksbelastingzaken zijn dikwijls gecompliceerd en worden van oudsher relatief vaak meervoudig behandeld. In familiezaken wordt een naar verhouding zwaar beroep op de sociale vaardigheden van een rechter gedaan om een vruchtbaar overleg tussen partijen te bevorderen. Daarvoor zou enkelvoudige behandeling passender kunnen zijn.10 Voorts is sinds 2007 een voorzichtige ontwikkeling naar vaker meervoudig behandelen zichtbaar, behalve bij rijksbelastingzaken en vreemdelingenzaken. De stijging in het aandeel meervoudige behandeling van handelszaken vanaf 2011 kan mede verklaard worden doordat de kantonrechter sinds halverwege dat jaar vorderingen tot en met 25.000 euro behandelt en niet meer slechts tot en met 5.000 euro. Daardoor blijven er relatief grote vorderingszaken over voor de afdeling civiel van de rechtbank, die vaker worden voorgelegd aan een kamer van drie.
Overigens is het goed om voor ogen te houden dat de genoemde cijfers gemiddelden betreffen. Het aandeel meervoudige behandelingen per rechtbank verschilt soms aanzienlijk. De verschillen zijn vaak ook structureel. Volgens de Raad voor de rechtspraak kan dat wijzen op een verschillend zaaksaanbod (uiteenlopende complexiteit) en beleidsverschillen tussen de rechtbanken over welke soort zaken mk-waardig zijn.11 De mate van meervoudige behandeling hangt bijna nergens samen met de grootte van een rechtbank. Alleen in het bestuursrecht is een beperkte samenhang waar te nemen: de grotere rechtbanken behandelen zaken naar verhouding vaker in enkelvoudige kamer dan de kleinere.12