Einde inhoudsopgave
Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht (SteR nr. 49) 2020/2.4
2.4 Theoretisch perspectief in dit onderzoek
J. Kort , datum 01-03-2020
- Datum
01-03-2020
- Auteur
J. Kort
- JCDI
JCDI:ADS200775:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zo vormt de politie zich in deze legalistisch-bureaucratische visie tot een efficiënt functionerende bureaucratie, waarin de leiding medewerkers precies volgens de gestelde wettelijke kaders laat functioneren middels een eigen opleiding, beleid en regels (Dixon, 1997).
Ook kan wetgeving niet als eenduidig worden beschouwd, of als ‘an unproblematic, fixed, certain and ascertainable entity’ (1991: 10). Packer nam in zijn tijd al nadrukkelijk afstand van de in de jaren 1950 nog zeer gebruikelijke legalistische visie: het empirische (sociologische) onderzoek dat hem ter beschikking stond wees al duidelijk op met name culturele invloedsfactoren. Het culturalistische perspectief dat op basis daarvan ontstond blijft niet beperkt tot het juridisch kader en vele studies op basis van deze richting benadrukken de beperkte invloed van wetgeving en regels en tegelijkertijd de grote invloed van bijvoorbeeld ‘politiecultuur’ (zie voor een overzicht: Crank, 2004).
In deze paragraaf wordt dieper ingegaan op het theoretisch perspectief waarvan in deze studie gebruik wordt gemaakt. De centrale onderzoeksvraag is gericht op de opvattingen van politiemensen, officieren van justitie en rechters over het strafrecht en op de achtergronden en mogelijke gevolgen daarvan. Dit onderzoek beoogt dus niet het functioneren van het strafrecht te beschrijven of verklaren, maar strekt ertoe zicht te krijgen op opvattingen daarover binnen de belangrijkste strafrechtelijke instituties en op factoren die daarop van invloed zijn.
In dit onderzoek wordt niet uitgegaan van een rechtstreekse relatie tussen in- en externe invloedsfactoren en het functioneren van het strafrechtsysteem. Het zijn immers politiemensen, officieren van justitie en rechters die een vertaling geven aan de regels en aan de omstandigheden waaronder zij moeten werken (vgl. Van de Bunt, 1985: 8; Zedner, 2004: 120). Met bijvoorbeeld Zedner wordt verondersteld dat naast regels ook een wisselwerking tussen regels en de eigen opvattingen van de ‘criminal justice officials’ van invloed is op het functioneren van het strafrecht. De focus ligt daarom in dit onderzoek niet bij de regels, maar bij de opvattingen van degenen die ze moeten interpreteren en toepassen. Ter vergelijking: in een legalistische analyse van de strafrechtspleging wordt aangenomen dat de wet de belangrijkste determinant is voor de activiteiten die daarbinnen worden ontplooid. Het resultaat is een veronderstelde congruente relatie tussen de wettelijk voorziene procedure en het handelen van politiemensen, officieren van justitie en rechters (1991: 10).1
In veel onderzoek is nog steeds de gebruikelijke benadering voor het verkrijgen van inzicht in de strafrechtspleging het analyseren van formele beslissingen die daarin worden genomen en vooral van de bijbehorende wetgeving. Bijvoorbeeld gaat het dan om beslissingen over het arresteren en voorlopig hechten van verdachten, de vervolging van strafzaken, de bewijsbeslissing en de straftoemeting (voorbeelden zijn Dreissen, 2007 en Schuyt, 2009). Bij deze benadering loopt men echter het gevaar de strafrechtspleging te beschouwen als een machine (vgl. Zedner, 2004: 120).2 Terwijl er in politiewerk, maar ook in de strafrechtspraktijk vaak veel ruimte is voor interpretatie van de wet. Uiteenlopende doelstellingen, culturele en situationele factoren kunnen daardoor een rol spelen (vgl. Dixon, 1997: 31). In het verlengde hiervan wordt in dit onderzoek verondersteld dat naast het juridisch kader, ook culturele en situationele factoren van invloed zijn op binnen de strafrechtelijke instituties heersende opvattingen over hoe het strafrecht functioneert en zou moeten functioneren.