De grondwetsherzieningsprocedure
Einde inhoudsopgave
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/II.5.4.3:II.5.4.3 De moderne visie
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/II.5.4.3
II.5.4.3 De moderne visie
Documentgegevens:
T. van Gennip, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
T. van Gennip
- JCDI
JCDI:ADS284992:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Rapport Staatscommissie Parlementair stelsel 2018, p. 53-58.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Er bestaat ook een moderne visie op representatie. In die visie vormt het parlement idealiter een afspiegeling van de bevolking. De Staatscommissie parlementair stelsel beschrijft en omarmt bijvoorbeeld een dergelijke visie op representatie.1 Bij deze vorm van representatie is de idee dat er idealiter geen (of minder) sprake is van een breuk of distantie tussen parlement en bevolking. In dit kader kunnen we een aantal ontwikkelingen plaatsen die lijken aan te sluiten bij de idee van representatie als afspiegeling. Politieke partijen kwamen in de tweede helft van de negentiende eeuw pas op en representeerden vooral de deelbelangen van hun achterban. Nu zien we zelfs dat kandidaten zich voortdurend inhoudelijk uitlaten op tal van thema’s in hun verkiezingsprogramma’s. Daarbij is het gebruikelijk dat politieke partijen verkiezingsbeloften doen tijdens de campagne. Kiezers kunnen zo op degene stemmen die zijn of haar opvattingen en belangen adequaat verwoordt.
In mijn ogen valt de kritiek op het functioneren van de ontbindingsverkiezingen vooral te plaatsen in het kader van deze moderne visie op representatie. Als partijen en kandidaten een grondwetsherziening niet of nauwelijks op de voorgrond plaatsen tijdens campagnes, dan is het waarschijnlijk dat grondwetsherzieningen een geringe rol spelen bij verkiezingen. Het is regelmatig onduidelijk wat partijen en kandidaten voorafgaand aan de verkiezingen vinden van een grondwetsherziening. In deze context is het maar de vraag in hoeverre de kiezer zijn stem uitbrengt met het oog op een grondwetsherziening, laat staan of de verkiezingsuitslag (en het verdere opereren van het parlement inzake een grondwetsherziening) een afspiegeling vormt van het electoraat ten aanzien van de concrete inhoud van een grondwetsherziening. De ontbindingsverkiezingen blijken niet geschikt als een precies peilend instrument, want andere thema’s en motieven kunnen eenvoudigweg een grotere rol spelen bij verkiezingen.
Het voorgaande laat overigens onverlet dat de kiezer eerst en vooral stemt op een lijst (van een politieke partij). Hij of zij kan ook kiezen vanwege bepaalde persoonlijke eigenschappen en vaardigheden van een kandidaat of kandidaten op een lijst. Hij of zij kan ook kiezen op een kandidaat of lijst vanwege de stroming waartoe een kandidaat of lijst behoort. De betreffende volksvertegenwoordigers zullen op hun beurt zoveel mogelijk hun belangrijkste beloftes willen waarmaken en hun kwaliteiten daarvoor inzetten, zo mogelijk om voor herverkiezing in aanmerking te komen. In zoverre bestaat er invloed van de kiezer op het parlement en kan het parlement daadwerkelijk een afspiegeling vormen van het electoraat. Van een peiling onder de bevolking over een concreet voorstel voor een grondwetsherziening hoeft dan nog steeds geen sprake te zijn. Toch is het voorstelbaar dat een grondwetsherziening sterk op de voorgrond staat tijdens verkiezingen. Daarbij is voorstelbaar dat een groot deel van de kiezers zijn of haar opvatting laat meewegen bij het uitbrengen van zijn of haar stem. In zoverre kan uiteraard sprake zijn van een kiezersraadpleging.