De grondwetsherzieningsprocedure
Einde inhoudsopgave
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/II.5.2:II.5.2 De zwaarte van de herzieningsprocedure
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/II.5.2
II.5.2 De zwaarte van de herzieningsprocedure
Documentgegevens:
T. van Gennip, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
T. van Gennip
- JCDI
JCDI:ADS285079:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hans Engels stelt in een interview door Remco Meijer dat de Grondwet te rigide is, zie: de Volkskrant 10 september 2018. Zie mijn reactie op dit artikel: T.E.J.H. van Gennip, de Volkskrant (website), 14 september 2018. Zie ook: Landman, Goossens & Nehmelman, TvCR 2018/2.
Het is overigens niet de bedoeling om aan te geven wat wel en niet in de Grondwet thuishoort, zie ook mijn eerdere afbakening in de inleiding.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een veelgehoorde stelling is dat de herzieningsprocedure in haar totaliteit zwaar of te zwaar is.1 Het is inderdaad niet eenvoudig om een grondwetsherziening te realiseren. De stelling dat de herzieningsprocedure te zwaar is, is echter om verschillende redenen niet hard te maken. Dat komt omdat de herzieningsprocedure geplaatst moet worden tegen het licht van de drie functies van de Grondwet, zoals ik in het vorige hoofdstuk heb omschreven: de rechtsstatelijke, stabiliserende en democratische functie.
Er is sprake van een rechtsstatelijke functie van de Grondwet, omdat de Grondwet een bindende ‘objectiefrechtelijke’ basisordening geeft waaraan alle staatsmachten gebonden zijn. De ordening bakent de bevoegdheden van alle overheidsambten af en beoogt zo machtsconcentratie en willekeur te voorkomen. Daarnaast is er de stabiliserende functie. De Grondwet waarborgt de belangrijke kaders en zorgt zo voor continuïteit. Voorts heeft de Grondwet een democratische functie. Belangrijke democratiseringen hebben zich in de loop der tijd genesteld in de Grondwet, zie ook hoofdstuk 4.
Bij deze functies van de Grondwet past een verzwaarde herzieningsprocedure. Bij de rechtsstatelijk functie past het systeem van twee lezingen met een tussentijdse ontbinding van de Tweede Kamer. Dit levert op dat een nieuw parlement over een voorstel voor een grondwetsherziening heeft te beslissen en alleen met een gekwalificeerde meerderheid kan instemmen met een grondwetsherziening. De gewone wetgever is in zoverre begrensd, omdat een ander parlement over het voorstel gaat en dat met een gekwalificeerde meerderheid. Het is vanuit dit perspectief van begrenzing logisch dat de grondwetsherzieningsprocedure is verzwaard, aangezien de Grondwet de bevoegdheden van en de onderlinge verhoudingen tussen de verschillende overheidsambten (waaronder de wetgever) op hoofdlijnen bepaalt. Kortom, het is redelijk om de herziening van deze basisstructuren niet aan de gewone wetgever alleen over te laten.
De Grondwet strekt er voorts toe om continuïteit en stabiliteit te bieden. Daar past een stevige herzieningsprocedure bij. Deze stabiliserende werking zien we ook duidelijk terug gelet op het feit dat veel bepalingen in de Grondwet lange tijd meegaan. Ook bij de democratische functie van de Grondwet past een stevige procedure, omdat de wetgever (op basis van een gewone meerderheid in het parlement) niet in staat mag zijn om bijvoorbeeld het actief kiesrecht in vergaande mate te beperken.
Deze bovenstaande koppeling van de functies van de Grondwet aan een verzwaarde herzieningsprocedure heb ik enkel op abstracte wijze behandeld. Laat ik het concreter maken. Bij welke concrete aspecten van de Grondwet past een zware waarborging? Ik loop achtereenvolgens de verschillende hoofdstukken langs van de Grondwet waarin ik enkele aspecten bespreek. Ik pretendeer hier overigens geen uitputtend overzicht te geven.2
II.5.2.1 GrondrechtenII.5.2.2 De regeringII.5.2.3 De Staten-GeneraalII.5.2.4 Raad van State, Algemene Rekenkamer, Nationale Ombudsman en de vaste colleges van adviesII.5.2.5 Wetgeving en bestuurII.5.2.6 RechtspraakII.5.2.7 Decentrale overheidsverbandenII.5.2.8 Herziening van de GrondwetII.5.2.9 De zwaarte van de herzieningsprocedure nader beschouwdII.5.2.10 De zwaarte van de herzieningsprocedure en de praktijk