De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/9.3.6.6:9.3.6.6 Volmachtverlening
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/9.3.6.6
9.3.6.6 Volmachtverlening
Documentgegevens:
J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS371155:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 24 juni 1938, NJ 1939, 337.
Vgl. Löwensteyn 1959, p. 85.
Asser-Van der Grinten-Kortmann 2-I/22.
Daarvan lijkt ook uit te gaan Nieuwe Weme 2004, p. 140, waar hij stelt dat het stemrecht ook wordt toegerekend aan de gevolmachtigde of de wederpartij, omdat in de door hem voorgestane regeling bij een “dergelijke” stemovereenkomst onweerlegbaar wordt vermoed dat er sprake is van handelen in onderlinge overeenstemming.
Zonder deze nuance Van Olffen 2000, p. 42.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vooropgesteld moet worden dat volmachtverlening een rechtshandeling is, geen overeenkomst in de zin van art. 6:213 BW.1Anders dan een overeenkomst, schept de volmacht niet zelf rechtsgevolg tussen partijen, maar is het een instrument waarmee de gemachtigde dat namens een ander kan doen.2 Een hier relevant voorbeeld is de volmacht tot het uitoefenen van het stemrecht op aandelen.3 Indien daarbij geen afspraken worden gemaakt over die uitoefening – men spreekt dan van een “geïsoleerde volmacht” – is er geen sprake van een overeenkomst. Doorgaans echter vindt volmachtverlening plaats als onderdeel van een meer omvattende overeenkomst.4 Aandeelhouders die een coalitie willen vormen, zullen afspraken maken over de uitoefening van het stemrecht; de blote volmachtverlening kan moeilijk leiden tot gezamenlijke controleverwerving.5