Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/827
Mishandeling, meermalen gepleegd (art. 300 lid 1 Sr). Laatste woord, art. 311 lid 4 Sv. Uit p-v van tz. in hoger beroep blijkt niet dat aan verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Ook volgt uit het in dat p-v weergegeven verloop van zitting (waarbij verdachte zittingszaal had verlaten nadat voorzitter hem had aangemaand stil te zijn of buiten zittingszaal te wachten) niet zonder meer dat verdachte geen gebruik meer wilde maken van zijn recht om het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat voorschrift dat in art. 311 lid 4 Sv op straffe van nietigheid is gegeven, niet in acht is genomen. Volgt vernietiging en terugwijzing.
HR 03-09-2024, ECLI:NL:HR:2024:1109
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 september 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, F. Posthumus
- Zaaknummer
22/02050
- Conclusie
A-G mr. P.M. Frielink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1109, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑09‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:726, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 02‑07‑2024
Essentie
Mishandeling, meermalen gepleegd (art. 300 lid 1 Sr). Laatste woord, art. 311 lid 4 Sv. Uit p-v van tz. in hoger beroep blijkt niet dat aan verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Ook volgt uit het in dat p-v weergegeven verloop van zitting (waarbij verdachte zittingszaal had verlaten nadat voorzitter hem had aangemaand stil te zijn of buiten zittingszaal te wachten) niet zonder meer dat verdachte geen gebruik meer wilde maken van zijn recht om het laatst te spreken. Daarom moet ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.