RvdW 2024/826:Oplichting, meermalen gepleegd (art. 326 lid 1 Sr), en mensenhandel, meermalen gepleegd (art. 273f lid 1 Sr). Vrijspraak eerste aanleg. 1. Bewijsklachten oplichting. Heeft verdachte door samenweefsel van verdichtsels aangeefsters bewogen tot aangaan van schulden in de vorm van telefoonabonnementen en afgifte van telefoons? 2. Bewijsklachten mensenhandel. Heeft verdachte aangeefsters uitgebuit? Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Oordeel van hof over ‘bewegen tot’ is in het licht van NJ 2020/372, m.nt. J.M. Reijntjes en daarin verwoorde gezichtspunten inzake oplichting onvoldoende gemotiveerd. Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Uit door hof vastgestelde voorvallen blijkt dat handelen van verdachte steeds min of meer zelfde verloop/patroon kent, waarbij hij (jonge) vrouwen benadert en deze, zonder dat dit zijn ware intenties zijn, liefdesrelatie met hem c.q. bekende in vooruitzicht stelt en/of misbruik maakt van kwetsbare positie waarin vrouw verkeert, terwijl zijn handelen er steeds op is gericht dat vrouw telefoonabonnementen afsluit, met als enig doel dat hij daarvan financieel profiteert. Van benarde positie waarin aantal aangeefsters hierdoor komt te verkeren, maakt verdachte vervolgens misbruik in de zin van seksuele exploitatie. Oordeel van hof over mensenhandel getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk noch ontoereikend gemotiveerd. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing.