Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht
Einde inhoudsopgave
Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht (VDHI nr. 109) 2011/4.7.4:4.7.4 De koppeling van de tussentijdse vermogensopstelling aan de nederlegging of openbaarmaking van het fusievoorstel
Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht (VDHI nr. 109) 2011/4.7.4
4.7.4 De koppeling van de tussentijdse vermogensopstelling aan de nederlegging of openbaarmaking van het fusievoorstel
Documentgegevens:
mr. H.J.M.M. van Boxel, datum 11-05-2011
- Datum
11-05-2011
- Auteur
mr. H.J.M.M. van Boxel
- JCDI
JCDI:ADS435726:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De in artikel 313 lid 2 neergelegde zesmaandstermijn is gekoppeld aan de nederlegging1 of openbaarmaking van het fusievoorstel. Dat geeft aandeelhouders (en schuldeisers) geen garantie dat de openbaar gemaakte cijfers zien op een tijdstip dat maximaal zes maanden oud is op het moment dat zij van die cijfers kennis kunnen nemen.
Wanneer het boekjaar van een te fuseren vennootschap gelijk is aan het kalenderjaar, dienen tussentijdse cijfers te worden opgesteld bij een nederlegging of openbaarmaking vanaf 1 juli, ongeacht wanneer aankondiging en passeren plaatsvinden. Vindt aankondiging plaats, bijvoorbeeld pas een jaar na de nederlegging of openbaarmaking, dan verlangt de wet niet dat er meer recente fmanciële gegevens openbaar worden gemaakt.2
De Derde Richtlijn verplicht tot het opmaken van een tussentijdse vermogensopstelling 'indien de laatste jaarrekening betrekking heeft op een boekjaar dat meer dan zes maanden voor de datum van het fusievoorstel is afgesloten'3
De datum van het fusievoorstel is de datum van ondertekening. Dat is chronologisch vóór de deponering. Artikel 313 gaat verder dan de richtlijn voorschrijft. Stel dat het fusievoorstel wordt ondertekend op 20 juni en dat deponering plaatsvindt op 2 juli dan is op grond van de Derde Richtlijn geen tussentijdse vermogensopstelling nodig terwijl artikel 313 lid 2 dat wél voorschrijft.
De zorgvuldige benadering van de wetgever is te prijzen. Nog zorgvuldiger zou het zijn de tussentijdse vermogensopstelling te koppelen aan de aankondiging in plaats van aan de nederlegging of openbaarmaking.
De ratio van de bepaling is zoals wij zagen de aandeelhouders zo goed mogelijk voor te lichten over de toestand van de vennootschap. Bijkomend wenselijk effect is dat schuldeisers beter inzicht krijgen in de financiële situatie van de vennootschap. Daarbij past dat zij zich een beeld kunnen vormen dat ziet op een tijdstip dat niet te ver gelegen is van het moment waarop zij kennis kunnen nemen van de voorgenomen fusie. Dat moment is de aankondiging.4