Naar een Nederlandse political question-doctrine?
Einde inhoudsopgave
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/3.4.1:3.4.1 Inleiding
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/3.4.1
3.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. R. van der Hulle, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. drs. R. van der Hulle
- JCDI
JCDI:ADS233685:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Skinner 2014, p. 452: ‘Since Baker, however, the Supreme Court has significantly retreated from the political question doctrine […].’ Zie voor een bespreking van de belangrijkste zaken bijv. Tribe 2000, p. 375-384; Rotunda en Nowak 2012, p. 465-472.
Shemtob 2016, p. 1002-1003, onderscheidt 38 zaken waarin de doctrine na Baker v. Carr ter sprake is gekomen. Skinner 2014, p. 452-453, spreekt over ongeveer 20 zaken. De belangrijkste, door beide auteurs genoemde, zaken komen in dit onderzoek aan bod.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Aan de hand van de zojuist besproken Baker-factoren zal in het vervolg van dit hoofdstuk nader worden ingegaan op de toepassing daarvan in latere rechtspraak. Daarbij past een belangrijke opmerking vooraf: het Hof heeft de political question-doctrine sinds Baker v. Carr slechts in drie zaken expliciet toegepast.1 Dit is echter geen reden om een bespreking van de rechtspraak tot deze zaken te beperken. Zoals hierna zal blijken, heeft het Hof de doctrine mogelijk ook nog een keer impliciet toegepast. Daar komt bij dat het Hof in diverse zaken waarin het de doctrine weliswaar niet heeft toegepast, toch belangrijke overwegingen aan de doctrine heeft gewijd.2
In deze paragraaf bespreek ik de zaken waarin het Hof de political questiondoctrine heeft toegepast en een inhoudelijke beoordeling achterwege heeft gelaten. In de volgende paragraaf ga ik in op andere zaken waarin het Hof dat niet heeft gedaan, maar waarin de doctrine wel ter sprake is gekomen.