Naar een Nederlandse political question-doctrine?
Einde inhoudsopgave
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/2.4.4:2.4.4 Afronding
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/2.4.4
2.4.4 Afronding
Documentgegevens:
mr. drs. R. van der Hulle, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. drs. R. van der Hulle
- JCDI
JCDI:ADS233576:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Anders dan deze eerste schets van de political question-doctrine doet vermoeden, was van een vastomlijnde doctrine aanvankelijk echter geen sprake. Hoewel een nadere bestudering van de rechtspraak leert dat het Hof met diverse factoren rekening hield bij zijn beoordeling of een political question aan de orde was, ontbrak het in deze beginperiode aan een generiek toetsingskader in de vorm van algemeen toepasbare criteria die de rechter moet hanteren. Ook de grondslag en procesrechtelijke vormgeving van de doctrine waren aanvankelijk nog onduidelijk. De doctrine kende daarmee een sluimerend bestaan.1 In het volgende hoofdstuk zal blijken dat het Hof halverwege de twintigste eeuw over deze aspecten, en daarmee over de doctrine als geheel, meer duidelijkheid zou bieden.2