Einde inhoudsopgave
De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland (SteR nr. 39) 2018/4.5
4.5 Effectiviteitsbeginsel
mr. drs. S.M.A. Lestrade, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. drs. S.M.A. Lestrade
- JCDI
JCDI:ADS390990:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Economisch strafrecht
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1990/91, 22 008, nr. 2, p. 25 (Beleidsplan Zicht op wetgeving).
De Roos 1987, p. 77-78.
Kamerstukken II 1990/91, 22 008, nr. 2, p. 25 (Beleidsplan Zicht op wetgeving).
De Roos 1987, p. 78-79.
De Roos 1987, p. 76.
Zie de reacties van de burgemeesters op ‘geen strafbaarstelling.nl’ (https://www.geenstrafbaarstelling.nl/nl/news/actualiteit/news_id,30/burgemeesters-tegen-strafbaarstelling-illegaal-verblijf).
Van der Leun 2012, p. 32-33.
Kamerstukken II 2012/13, 32 1025 (brief van de minister van Justitie en Veiligheid aan de Tweede Kamer over coffeeshopbeleid).
Kamerstukken II 1990/91, 22 008, nr. 2, p. 27 (Beleidsplan Zicht op wetgeving).
De Roos 1987, p. 106.
Het effectiviteitsbeginsel houdt in dat de wetgever zich dient te onthouden van strafbaarstelling indien dit geen effect sorteert.1 Symbolische wetgeving die niet reëel toepasbaar is, dient te worden voorkomen.2 De wet moet op zijn minst in belangrijke mate tot verwezenlijking van het door de wetgever beoogde doel kunnen leiden (vereiste van doeltreffendheid). Daarnaast dient de wet niet tot nodeloze inefficiëntie in de samenleving of bij de overheid te leiden. Er mag niet een te ongunstige verhouding ontstaan tussen de baten en lasten die uit de werking van de wet kunnen ontstaan (vereiste van doelmatigheid). Dit vereist van de wetgever dat de doelstelling van de wet helder en volledig wordt geformuleerd. Het maatschappelijke probleem, de betreffende maatschappelijke sector en de in het geding zijnde belangen dienen zo concreet mogelijk in kaart te worden gebracht.3 De strafbedreiging moet een generaal preventieve werking bezitten. De opneming van het delict in het wetboek moet de burger kunnen afhouden van het begaan van de gedraging. Tegelijkertijd kan hier geen al te grote betekenis aan worden toegekend. In de praktijk is waarschijnlijk niet zozeer de strafbaarstelling, maar veeleer de pakkans van doorslaggevend belang voor het afschrikken van potentiële overtreders.4 De vraag die hier dus speelt is of de beoogde gedragsbeïnvloedende (met name afschrikwekkende) werking reëel te verwachten is.5
Een voorbeeld van ineffectieve wetgeving is het inmiddels weer ingetrokken wetsvoorstel tot strafbaarstelling van illegaal verblijf.6 Bij het indienen van het voorstel keerden diverse burgemeesters van grote steden zich tegen de voorgestane wet.7 De achterliggende problemen, waaronder een hardnekkige uitzettingsproblematiek, zouden hierdoor niet worden aangepakt.8 Of de invoering van de wietpas in 2012 waarbij een verbod van verkoop van drugs aan buitenlanders gold. Diverse gemeenten uitten kritiek op deze maatregel omdat deze er juist toe zou bijdragen dat de drugshandel zich zou verplaatsen naar het illegale circuit op straat hetgeen tot meer overlast zou leiden. Vrij snel na de invoering is de wietpas dan ook weer afgeschaft.9
Voorts dient handhaving van de strafbaarstelling mogelijk te zijn.10 Bij de vormgeving van nieuwe delicten of de uitbreiding van bestaande strafbaarstellingen moet worden nagegaan in hoeverre vervolgingsprioriteiten moeten worden gewijzigd, of specialisatie en coördinatie nodig is en of andere organisatorische maatregelen moeten worden genomen.11 Van belang is aldus of de capaciteit van het strafrechtelijk systeem de toepassing kan waarborgen.
Het voorgaande leidt tot de volgende vragen ten aanzien van de effectiviteit en handhaving van de strafbaarstelling:
Kan de capaciteit van het strafrechtelijk systeem de toepassing waarborgen?
Is de beoogde gedragsbeïnvloedende (met name afschrikwekkende) werking reëel te verwachten?