Einde inhoudsopgave
De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland (SteR nr. 39) 2018/4.4
4.4 Proportionaliteitsbeginsel
mr. drs. S.M.A. Lestrade, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. drs. S.M.A. Lestrade
- JCDI
JCDI:ADS390989:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Economisch strafrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld Kamerstukken II 2015/16, 29 279, nr. 334, p. 12: ‘Inzet van het strafrecht is een zwaar middel, waarvan het subsidiariteits- en evenredigheidsbeginsel voorschrijven dat het niet eerder wordt ingezet dan wanneer het strikt noodzakelijk en proportioneel is’ en Kamerstukken II 1990/91, 22 008, nr. 2, p. 26-27 (Beleidsplan Zicht op wetgeving): ‘Een fundamentele eis bij alle overheidsoptreden is dat het niet nodeloos vergaand in de samenleving ingrijpt. Deze eis vloeit zowel uit het beginsel van subsidiariteit als het evenredigheidsbeginsel (het vereiste van proportionaliteit) voort.’ Zie ook De Roos 1987, p. 70, Schalken 1984, p. 174-175, Remmelink 1996, p. 66. In het Wetboek van Strafvordering blijkt het beginsel bijvoorbeeld uit titel IVA Sv ‘Bijzondere bevoegdheden tot opsporing’: zwaardere opsporingsbevoegdheden mogen alleen worden ingezet als de ernst van het delict en de verdenkingsgraad dit rechtvaardigen. Zie voorts met betrekking tot een behoorlijk strafprocesrecht Corstens/Borgers 2014, p. 58.
Zie o.a. De Hullu 2014, p. 6 en De Roos 1987, p. 70.
De Roos 1987, p. 71.
Het proportionaliteitsbeginsel heeft betrekking op de vraag of – en zo ja, in welke vorm – inschakeling van het strafrecht evenredig is aan het gedrag in kwestie. De reactie van de staat dient proportioneel te zijn aan de schadelijkheid van de gedraging.1 Is het bijvoorbeeld proportioneel om een relatief eenvoudige overtreding van arbeidswetgeving onder het zware delict mensenhandel te vervolgen? Dit beginsel is niet eenvoudig toepasbaar. Het is vaak moeilijk de (grootte van de) schade van gedrag vast te stellen. Dat hangt ook af van het schadebegrip dat wordt gehanteerd. Het is dus verweven met het schadebeginsel. Bovendien kan verschillend worden gedacht over het gewicht van de reactie van de overheid. Straffen kan worden gezien als afschrikwekkend (generaal of speciaal preventieve werking), maar ook als vergeldend.2 Als een afschrikwekkende reactie de boventoon moet voeren, kan dit zware sancties rechtvaardigen. Verder kan een verscheidene waarde worden toegekend aan de diverse straffen die Nederland kent (gevangenisstraf, werkstraf, leerstraf of geldboete). De bruikbaarheid van het proportionaliteitsbeginsel is dan ook gering omdat een eenduidige en absolute maatstaf ontbreekt waaraan kan worden afgemeten hoe ver strafrechtelijk overheidsingrijpen moet gaan.3 Maar ondanks deze beperking, noopt het proportionaliteitsbeginsel tot het zo goed mogelijk in kaart brengen en tegen elkaar afzetten van de schadelijkheid van een bepaalde gedraging en de consequenties van strafbaarstelling van die gedraging in de maatschappij. Het kan op die manier wel degelijk bijdragen aan de beoordeling van de inhoud en reikwijdte van een delictsomschrijving.
De relevante vragen bij dit beginsel zijn:
Hoe ernstig is het strafbaar gestelde gedrag? Veroorzaakt het schade en hoe groot is die schade?
Wat is de maximumstraf op de gedraging?
Wat zijn de maatschappelijke gevolgen van de strafbepaling?
Is de ernst/schade van het gedrag evenredig aan de straf op het delict en de maatschappelijke gevolgen van de strafbepaling?