Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/533
Mishandeling in weiland, art. 300 lid 1 Sr. Post-Keskin. Afwijzing van een ttz. in hoger beroep gedaan verzoek tot horen van aangeefster en getuige, op de grond dat noodzaak daartoe ontbreekt, nu verdediging het verzoek zeer beperkt heeft onderbouwd, voorhanden processtukken voldoende duidelijk zijn en verdediging in eerdere onderzoeksfase had moeten verzoeken tot horen van getuigen en niet pas bij inhoudelijke behandeling. Zijn afwijzing van getuigenverzoek en gebruik van eerder door aangeefster afgelegde verklaring voor bewijs verenigbaar met het door art. 6 EVRM gewaarborgde recht op eerlijk proces? Oordeel van hof is niet z.m. begrijpelijk, omdat aan verzoek ten grondslag is gelegd dat verdachte het tlgd. heeft betwist en dat eerder verklaringen van aangeefster en getuige belastende strekking hebben. Daarbij is van belang dat Rb en hof de bewezenverklaring van tlgd. hebben aangenomen mede o.g.v. die door verdachte betwiste verklaringen zonder dat verdediging deze getuigen heeft kunnen ondervragen, terwijl hof niet ervan blijk heeft gegeven te hebben nagegaan of procedure in haar geheel voldoet aan het door art. 6 EVRM gewaarborgde recht op eerlijk proces (vgl. HR 20 april 2021, NJ 2021/173, m.nt. J.M. Reijntjes). I.v.m. wat hof heeft overwogen over tijdigheid van verzoek is van belang dat stukken niets inhouden waaruit kan worden afgeleid dat a) verdediging desgevraagd uitdrukkelijk heeft gesteld geen getuigenverzoeken (meer) te hebben, of dat b) aan verdediging in eerder stadium van appelfase uitdrukkelijk is gevraagd of zij onderzoekswensen had waarbij er op dat moment duidelijk op is gewezen dat niet opgeven van dergelijke wensen zou worden opgevat als niet hebben van die wensen, en op die vraag door verdediging niet is gereageerd (vgl. HR 14 oktober 2025, NJ 2026/33, m.nt. N. Jörg). Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing.
HR 31-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:502
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
31 maart 2026
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, C. Caminada
- Zaaknummer
23/03808
- Conclusie
A-G mr. V.M.A. Sinnige
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:502, Uitspraak, Hoge Raad, 31‑03‑2026
ECLI:NL:PHR:2026:143, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 03‑02‑2026
Essentie
Mishandeling in weiland, art. 300 lid 1 Sr. Post-Keskin. Afwijzing van een ttz. in hoger beroep gedaan verzoek tot horen van aangeefster en getuige, op de grond dat noodzaak daartoe ontbreekt, nu verdediging het verzoek zeer beperkt heeft onderbouwd, voorhanden processtukken voldoende duidelijk zijn en verdediging in eerdere onderzoeksfase had moeten verzoeken tot horen van getuigen en niet pas bij inhoudelijke behandeling. Zijn afwijzing van getuigenverzoek en gebruik van eerder door aangeefster afgelegde verklaring voor bewijs verenigbaar met het door art. 6 EVRM gewaarborgde recht op eerlijk proces? Oordeel van hof is niet ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.