Einde inhoudsopgave
Personentoetsingen in de financiële sector (O&R nr. 127) 2021/1.3.1
1.3.1 Uitbreiding gereguleerde entiteiten
mr. drs. I. Palm-Steyerberg, datum 01-03-2021
- Datum
01-03-2021
- Auteur
mr. drs. I. Palm-Steyerberg
- JCDI
JCDI:ADS268527:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Europees financieel recht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Zo stelt de Nederlandse wetgeving personentoetsingen verplicht bij verschillende entiteiten zonder dat hiervoor een Europese noodzaak of equivalent bestaat, zoals trustkantoren, kredietunies, aanbieders van beleggingsobjecten, afwikkelondernemingen, clearinginstellingen en natura-uitvaartverzekeraars. Het onder toezicht plaatsen van deze entiteiten is een nationaal initiatief. In Hoofdstuk 2 worden voorts een aantal specifieke bepalingen geïdentificeerd op het terrein van personentoetsingen die uitsluitend een Nederlandse oorsprong kennen.
Zie Hoofdstuk 1, par. 1.1.1.
Een enkele uitzondering vormt de Benchmark-Verordening. Deze verordening introduceert een vergunning/ registratieplicht en doorlopend toezicht voor beheerders van benchmarks, zoals EURIBOR en LIBOR (art. 34 van de verordening). De verordening stelt geen betrouwbaarheids- of geschiktheidseisen aan de betrokken beleidsbepalers. Wel eist de Gedelegeerde verordening dat de aanvrager van de vergunning of registratie een Eigen verklaring van betrouwbaarheid overlegt, zie Bijlage I, onder I sub j en Bijlage II bij de Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/1646 van de Commissie van 13 juli 2018 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/1011 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot technische reguleringsnormen voor de informatie die moet worden verstrekt in een vergunningsaanvraag en een registratieaanvraag. Deze verklaring dient (slechts) gegevens te bevatten over i) enige tuchtprocedure, tenzij deze afgewezen is; ii) weigering van vergunning of registratie door een financiële autoriteit; iii) intrekking van vergunning of registratie door een financiële autoriteit. Daarnaast worden onder meer aan de werknemers die direct betrokken zijn bij het aanbieden van de benchmark bepaalde deskundigheidseisen gesteld, zie art. 4, zevende lid van de verordening.
Zie hierover nader Hoofdstuk 2 en 3.
Zie bijvoorbeeld het recente voorstel van de Commissie voor het onder toezicht plaatsen van aanbieders van cryptoactiva-diensten en emittenten van asset-referenced tokens (“MICA-Verordening”). Aan de leden van het leidinggevend orgaan van deze entiteiten zullen onder meer betrouwbaarheids- en deskundigheidseisen worden gesteld. Zie EC, Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende markten in cryptoactiva en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2019/1937, Brussel, XXX COM(2020) 593/3 2020/0265 (COD) en de daarin voorgestelde art. 30 en 61.
Het Nederlandse systeem van personentoetsingen bestaat voor een groot deel uit de implementatie van Europese richtlijnen en uit rechtstreeks werkende verordeningen, aangevuld met bepalingen van nationale origine.1 Na de crisis is op Europees niveau besloten om een aanzienlijk aantal partijen onder toezicht te plaatsen dat zich begeeft op gebieden die eerder niet werden gereguleerd.2 Voor de nieuw onder toezicht geplaatste instellingen geldt een vergunning- of registratieverplichting, waarbij personentoetsingen een standaard-onderdeel uitmaken van de voorwaarden voor het actief mogen zijn en blijven op de betreffende terreinen.3 In de meeste gevallen zien de toetsingscriteria op, in ieder geval, de betrouwbaarheid en deskundigheid van de dagelijks beleidsbepalers (bestuurders) van de “nieuw” onder toezicht geplaatste instellingen.4 Het einde van deze uitbreidingsgolf is overigens nog niet in zicht.5
Gevolg hiervan is de dat de groep personen die aan toetsingscriteria zijn onderworpen, ook in Nederland aanzienlijk is uitgebreid.