Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/8.6.2
8.6.2 Andere rechtsgevolgen
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS362942:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Richardson 2017, onder 3.4: “National law governs the conditions under which observance of the rights of the defence is to be ensured and the consequences of the infringement of those rights, provided that the rules adopted to that effect are the same as those to which individuals in comparable situations under national law are subject and that they do not make it impossible in practice or excessively difficult to exercise the rights of the defence conferred by the EU legal order.”
Zie de noot van Marseille en Wever bij CBb 15 mei 2018, AB 2019/48, ECLI:NL:CBB:2018:279.
HvJ 23 oktober 1974, zaak 17/74, (Transocean Marine Paint Association).
HR 25 november 2016, nr. 15/02183, NTFR 2016/2989, BNB 2017/46, r.o. 2.3.5.
De lidstaten hebben procedurele autonomie nu het Unierecht de rechtsgevolgen van een schending van het kenbaarmakingsbeginsel niet regelt en de jurisprudentie van het Hof van Justitie andere rechtsgevolgen niet lijkt uit te sluiten als de schending slechts op een deel van het bezwarende besluit ziet. De conclusie kan worden getrokken dat de lidstaten onder omstandigheden andere rechtsgevolgen mogen verbinden aan een schending van het kenbaarmakingsbeginsel dan een (partiële) vernietiging van het bezwarende besluit. Hierbij moet een lidstaat wel het gelijkwaardigheidsbeginsel en het doeltreffendheidsbeginsel in acht nemen (paragraaf 7.1).1
Daarvoor is eerst van belang te onderzoeken welke gevolgen nationaal mogelijk zijn bij een schending van de hoorplicht. De mogelijke nationale consequenties van niet op de juiste wijze horen in de bezwaarfase zijn: vernietiging van het primaire besluit, vernietiging van de uitspraak op bezwaar met in stand laten van de rechtsgevolgen, het al dan niet toekennen van een proceskostenvergoeding/schadevergoeding of voorbijgaan aan de gebreken met het al dan niet toekennen van een proceskostenvergoeding of schadevergoeding.2
Over de vernietiging van het primaire besluit kan ik kort zijn en verwijzen naar hoofdstuk 7, waarin is onderzocht wanneer een bezwarend besluit kan worden vernietigd bij schending van het kenbaarmakingsbeginsel. Van belang is daarbij dat moet worden voldaan aan het ‘andere afloop’-criterium. Partiële vernietiging van een besluit behoort daarbij tot de mogelijkheden.
In een aantal gevallen zal het vernietigen van het primaire besluit een belanghebbende niet helpen. Hiervan is bijvoorbeeld sprake bij besluiten op aanvraag, zoals een aanvraag voor een vergunning wanneer slechts een voorwaarde van de afgegeven vergunning ter discussie staat. Met een vernietiging is de belanghebbende de hele vergunning kwijt.3 Er gaat van een vernietiging ook geen enkel signaal uit naar het bestuursorgaan. Alsdan kan partieel vernietigen nog aan de orde zijn of het passeren van het gebrek al dan niet met toekenning van een proceskostenvergoeding/schadevergoeding.
Als het kenbaarmakingsbeginsel slechts ten aanzien van een ondergeschikt/gering punt is geschonden, wordt niet voldaan aan het ‘andere afloop’-criterium en is vernietiging niet mogelijk. Het passeren van het gebrek met toekenning van een proceskostenvergoeding/schadevergoeding kan dan passend zijn. Een variant daarop is het vernietigen van het besluit met in stand lating van de rechtsgevolgen zonder toekenning van proceskosten/schadevergoeding. Als de schending van het kenbaarmakingsbeginsel veelomvattend is en wordt voldaan aan het ‘andere afloop’-criterium, maar een vernietiging de belanghebbende niet kan baten, dan is een vergoeding van de forfaitaire of werkelijke proceskosten wellicht aan de orde. Ook een schadevergoeding kan dan in beeld komen. Voor bezwaren tegen de voldoening of afdracht op aangifte speelt het kenbaarmakingsbeginsel in de bezwaarfase. Voor deze zaken kan terugwijzen naar de bezwaarfase een oplossing bieden voor een geconstateerde schending. De schending kan dan ongedaan worden gemaakt. Als een belanghebbende terugwijzing afwijst, dan geeft een belanghebbende daarmee zijn recht een standpunt kenbaar te mogen maken op.4 Als dit voor de belanghebbende duidelijk is, kan de belanghebbende zich daarna niet meer met vrucht beroepen op schending van het kenbaarmakingsbeginsel.