Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel
Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/8.1:8.1 Het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/8.1
8.1 Het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht
Documentgegevens:
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS362962:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Douma e.a.2019, onder 2.1.
Artikelen 1:1, 1:2 en 1:3 van de Awb.
Artikel 4:12 van de Awb.
Artikelen 4:7 en 4:8 van de Awb en de uitzondering van artikel 4:12 van de Awb.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Eerst zal het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht worden besproken voor zover hierin een recht een standpunt kenbaar te mogen maken, is neergelegd. Tevens worden de beperkingen op dat recht in kaart gebracht. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen het algemene (fiscale) bestuursrecht van de Awb en de AWR (paragraaf 8.1.1), de procedure voor vergrijpboeten (paragraaf 8.1.2) en invordering (paragraaf 8.1.3). Ik bespreek de vergrijpboeten afzonderlijk, omdat hiervoor een specifieke hoorprocedure van toepassing is. Ook maak ik een uitstapje naar de IW 1990 en de Leidraad Invordering 2008, omdat in die Leidraad voor bepaalde fiscale besluiten het kenbaarmakingsbeginsel is neergelegd en omdat in de IW 1990 bepaalde situaties zijn omschreven die voor fiscale besluiten kunnen leiden tot een gerechtvaardigde beperking van het hoorrecht.
Het is goed nog even stil te staan bij het feit dat de AWR niet los functioneert van de Awb.1 Het is daarom van belang de verhouding tussen de AWR en de Awb kort te belichten. De Awb kent regels van dwingend recht, regelend recht, aanvullend recht en facultatief recht. Regels van dwingend recht gelden zonder uitzondering voor het gehele bestuursrecht, dus ook voor het belastingrecht. Daaronder vallen ook de definitiebepalingen voor bijvoorbeeld een bestuursorgaan, een belanghebbende, een besluit, een beschikking en een aanvraag.2 De Awb kent een afdeling die ziet op het horen van belanghebbenden voordat het bestuursorgaan een besluit neemt. Voor het belastingrecht wordt in de Awb een uitzondering gemaakt van het horen in de voorfase voor beschikkingen van financiële aard.3 Daarmee lijkt de Awb ten aanzien van het horen niet relevant te zijn. Toch bespreek ik de hoorartikelen van de Awb en de uitzondering daarop.4 Aangezien discussie bestaat of de uitzondering van het horen vanuit het perspectief van het kenbaarmakingsbeginsel wel een gerechtvaardigde beperking van het kenbaarmakingsbeginsel op kan leveren, acht ik de hoorartikelen 4:7 en 4:8 van de Awb relevant. Als blijkt dat vanuit Unierechtelijk perspectief het horen niet mag worden uitgezonderd op grond van artikel 4:12 van de Awb wordt namelijk de vraag relevant of horen op grond van de artikelen 4:7 en 4:8 van de Awb voldoet aan de eisen die het kenbaarmakingsbeginsel stelt in belastingzaken die binnen het Unierecht vallen en of op die artikelen kan worden teruggevallen.
8.1.1 Het recht een standpunt kenbaar te mogen maken in de Awb en AWR8.1.2 Het recht een standpunt kenbaar te mogen maken en vergrijpboeten8.1.3 Het recht een standpunt kenbaar te mogen maken en invordering