Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel
Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/8.2:8.2 Stap 1: Wordt het Unierecht ten uitvoer gebracht?
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/8.2
8.2 Stap 1: Wordt het Unierecht ten uitvoer gebracht?
Documentgegevens:
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS362991:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Prechal en Widdershoven 2017, onder 6.4.
Conclusie A-G Ettema van 4 juni 2019, nrs. 18/01694, 18/01696 en 18/03982, ECLI:NL:PHR:2019:780, onder 2.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Nu in paragraaf 8.1 het recht een standpunt kenbaar te mogen maken en de beperkingen daarvan in beeld zijn gebracht voor Nederlandse (fiscale) zaken, kan ik het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht met behulp van het stappenplan gaan analyseren.
Daaraan voorafgaand maak ik nog de opmerking dat zichtbaar is dat het horen in het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht in de voorfase de zorgvuldige feitenvergaring door het bestuursorgaan tot doel heeft.1 Dit terwijl bij het kenbaarmakingsbeginsel de rechtsbescherming centraal staat.
De vraag die als eerste beantwoording behoeft, is in welke gevallen het Unierecht ten uitvoer wordt gebracht in fiscale zaken. In hoofdstuk 3 is onderzocht wanneer sprake is van het ten uitvoer brengen van het Unierecht. Bezien kan worden of een zaak onder de Wachauf- of ERT-lijn valt (paragrafen 4.2 en 4.3). Als dat niet meteen duidelijk is, kunnen een drietal vragen worden gesteld (paragraaf 4.7). A-G Ettema betoogt dat ten aanzien van de Nederlandse context bij het ten uitvoer brengen van het Unierecht kan worden gedacht aan: uitnodigingen tot betaling (utb’s) van douanerechten, antidumpingrechten, aanvullende invoerrechten, naheffingsaanslagen omzetbelasting en aansprakelijkstellingen van een bestuurder op de voet van artikel 36 van de IW 1990 ter zake van een omzetbelastingschuld.2 Hierna bespreek ik in hoeverre sprake is of kan zijn van het ten uitvoer brengen van het Unierecht ten aanzien van een aantal verschillende Nederlandse fiscale rechtsgebieden (paragrafen 8.2.1 tot en met 8.2.4) met tussenconclusie (paragraaf 8.2.5). Daarna maak ik een uitstapje naar de beschikkingen aansprakelijkstellingen (paragraaf 8.2.6), die meerdere rechtsgebieden kunnen omvatten en daardoor specifieke problematiek kennen.
8.2.1 De omzetbelasting en de accijnzen8.2.2 De BPM8.2.3 De vennootschapsbelasting, de inkomstenbelasting en de loonbelasting8.2.4 Andere belastingen8.2.5 Tussenconclusie8.2.6 Bestuurdersaansprakelijkheid