Instellingen voor collectieve belegging in effecten
Einde inhoudsopgave
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/5.6.2:5.6.2 Starten van Europees bijkantoor
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/5.6.2
5.6.2 Starten van Europees bijkantoor
Documentgegevens:
mr. drs. J.E. de Klerk, datum 01-02-2020
- Datum
01-02-2020
- Auteur
mr. drs. J.E. de Klerk
- JCDI
JCDI:ADS193596:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 16 lid 2 Icbe-Richtlijn.
Deze procedure is terug te vinden in art. 17 Icbe-Richtlijn.
Art. 2 lid 1 sub d Icbe-Richtlijn.
Art. 17 lid 2 Icbe-Richtlijn
Art. 17 lid 3 eerste alinea Icbe-Richtlijn.
Art. 17 lid 3 tweede alinea Icbe-Richtlijn. Tegen deze weigering of tegen het uitblijven van doorzenden staat beroep open.
Zie hierover ook Van Praag (2017a), p. 171 en Moloney (2014), p. 400.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een beheerder is vrij om een bijkantoor in een andere lidstaat te openen. Dit mag niet afhankelijk zijn van een vergunning en er mogen geen aanvullende verplichtingen worden opgelegd ten aanzien van het kapitaal.1 Als een beheerder een bijkantoor wil openen in een andere lidstaat dan zijn lidstaat van herkomst, dient hij hiertoe een verzoek in bij de toezichthouder van zijn lidstaat van herkomst.2 De lidstaat waarin hij het bijkantoor wil openen, wordt ook wel aangeduid als de lidstaat van ontvangst.3 De inhoud van het verzoek is voorgeschreven. Het moet de volgende informatie bevatten:4
de lidstaat waar de beheerder zijn bijkantoor wil vestigen;
een programma van werkzaamheden waarin onder andere is opgenomen:
de voorgenomen diensten en activiteiten;
de organisatiestructuur van het bijkantoor;
de risicobeheerprocedure;
de klachtenprocedure;
het adres in de lidstaat van ontvangst waar documenten kunnen worden opgevraagd;
de namen van bestuurders van het bijkantoor.
De toezichthouder heeft vervolgens twee maanden de tijd om het verzoek door te sturen naar de
toezichthouder van de lidstaat van ontvangst.5 Bij het verzoek dient de toezichthouder ook de eventueel van toepassing zijnde (beleggers)garantiestelsels te vermelden6 en, voor zover de beheerder in de lidstaat van ontvangst een icbe wil beheren, een verklaring waarin is opgenomen dat de beheerder over een vergunning beschikt alsmede een beschrijving van de reikwijdte van de vergunning en eventuele beperkingen inzake de soorten icbe’s die de beheerder mag beheren.7
Het doorsturen van het verzoek moet de toezichthouder melden aan de beheerder. Het doorsturen van het verzoek mag alleen geweigerd worden als er reden is om te twijfelen aan de deugdelijkheid van de administratieve structuur of aan de financiële positie.8
De toezichthouder van de lidstaat van ontvangst heeft twee maanden de tijd om het toezicht op het bijkantoor in te richten, te rekenen vanaf de datum dat hij het verzoek hiertoe heeft ontvangen.9 Het bijkantoor mag vervolgens aanvangen met zijn werkzaamheden zodra de toezichthouder van ontvangst aan de beheerder heeft medegedeeld dat dit mag.10 Als de toezichthouder niet binnen twee maanden een dergelijke mededeling doet, mag de beheerder starten met het bijkantoor twee maanden nadat de toezichthouder van herkomst het verzoek heeft doorgestuurd aan de toezichthouder van ontvangst.11
De toezichthouder van de lidstaat van ontvangst van de beheerder mag de aanvraag niet weigeren.12
Als er wijzigingen zijn in de verplicht op te sturen gegevens, moeten beide toezichthouders ten minste één maand voor de toepassing van de wijziging hiervan op de hoogte worden gesteld door de beheerder, zodat beide toezichthouders zich over de wijziging kunnen uitspreken.13 De toezichthouders hebben hierbij dezelfde bevoegdheid als bij de indiening van het verzoek. Dit betekent dat de toezichthouder van de lidstaat van herkomst zich tegen een wijziging kan uitspreken en de toezichthouder van de lidstaat van ontvangst zijn toezicht slechts conform de wijziging kan inrichten. Als de deugdelijkheid van de administratieve structuur of de financiële positie van de beheerder in gevaar komt, moet de toezichthouder van de lidstaat van herkomst dit mededelen aan de toezichthouder van de lidstaat van ontvangst.14 Dit doet hij eveneens als er wijzigingen zijn in reikwijdte van de afgegeven vergunning.
5.6.2.1 Toepasselijke regels