Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/3.2.5.1
3.2.5.1 Visie op communicatie en dienstverlening
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661395:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Voetnoten
Voetnoten
Belastingdienst, Beleidsplan diensten en communicatie 1990-1994, waarover Brunger en Veldman 2011, p. 25-26 schrijven dat de Belastingdienst niet alleen wilde ‘voldoen aan de informatieplicht’, maar ook medewerking van belastingplichtigen nodig had. Daarvoor werd communicatie ingezet.
Bijv. Belastingdienst Beleidsplan Diensten en communicatie 1993-1997, par. 1: ‘De kerntaken van de Belastingdienst zijn heffing, controle en inning van belastingen en controle en toezicht op het internationale personen- en goederenverkeer. Dienstverlening en communicatie zijn belangrijk om deze taken goed uit te kunnen voeren’.
Bijv. Belastingdienst Beleidsplan Diensten en communicatie 1993-1997, par. 2: ‘Communicatie is een belangrijk middel om de permanente opdracht en de daarvan afgeleide doelstellingen te realiseren. De opdracht vormt het kader voor de doelstelling en strategische uitgangspunten op het terrein van de dienstverlening en communicatie. Communicatie en dienstverlening vormen aldus een onlosmakelijk onderdeel van de bedrijfsvoering van de Belastingdienst. Inspanningen en investeringen op deze terreinen leveren rendement op door stroomlijning van de bedrijfsprocessen, een verbeterde relatie met het publiek en de vestiging van de gewenste organisatiecultuur.’
Zie ook Brunger en Veltman 2011 p. 30.
Zie Overdijk 1993, p. 60.
Belastingdienst Beleidsplan Diensten en communicatie 1996-2000, par. 1. Zie ook Belastingdienst Beleidsplan Communicatie en Dienstverlening 1997-2001, par. 1; Belastingdienst Beleidsplan Communicatie en Dienstverlening 1998-2002, par. 1. Vgl. Belastingdienst Beleidsplan Diensten en communicatie 1995-1999, par. 1 en Belastingdienst Beleidsplan Diensten en communicatie 1993-1997, par. 1.
Belastingdienst Beleidsplan Communicatie en Dienstverlening 1998-2002, par. 1; Belastingdienst Beleidsplan Communicatie en Dienstverlening 1997-2001, par. 1; Belastingdienst Beleidsplan Diensten en communicatie 1996-2000, par. 1; Belastingdienst Beleidsplan Diensten en communicatie 1995-1999, par. 1; Belastingdienst Beleidsplan Diensten en communicatie 1993-1997, par. 2.
Belastingdienst Beleidsplan Diensten en communicatie 1996-2000, par. 1; Belastingdienst Beleidsplan Communicatie en Dienstverlening 1997-2001, par. 1; Belastingdienst Beleidsplan Communicatie en Dienstverlening 1998-2002, par. 1; Belastingdienst Beleidsplan Diensten en communicatie 1993-1997, par. 3.1, waarin staat dat voorlichting is gericht ‘op de vergroting van de kennis over de wettelijke rechten en verplichtingen en over de organisatie van de Belastingdienst’.
In de diverse beleidsplannen formuleert de Belastingdienst daarom een ‘streefbeeld’, namelijk ‘integer, zakelijk, menselijk en met autoriteit’ met een ‘open, dienstbare opstelling’. Over het streefbeeld zie o.a. Belastingdienst Beleidsplan Communicatie en Dienstverlening 1998-2002, par. 1, 2.1 en 6.1; Belastingdienst Beleidsplan Communicatie en Dienstverlening 1997-2001, par. 1, 2.1 en 6.1; Belastingdienst Beleidsplan Diensten en communicatie 1996-2000, par. 2.1; Belastingdienst Beleidsplan Diensten en communicatie 1995-1999, par. 6.1; Belastingdienst Beleidsplan Diensten en communicatie 1993-1997, par. 4.1. Vgl. Belastingdienst Beleidsplan Communicatie en Dienstverlening 1997-2001, par. 1. Vgl. Belastingdienst Beleidsplan Diensten en communicatie 1995-1999, par. 2: ‘Het nogal stereotiepe beeld van de Belastingdienst kan een drempel betekenen om in contact te treden met de Belastingdienst. Het voorkomen en slechten van drempels is relevant vanuit het oogpunt van compliance.’
Reeds het eerste Beleidsplan Diensten en Communicatie uit 1990 (1990-1994) stelt de essentiële rol van communicatie voor de nalevingsbereidheid van burgers voorop, zie Brunger en Veldman 2011, p. 26.
Doorlichting algemene beleidsdoelstelling Belastingdienst 2010, p. 26. Zo’n verschuiving in strategie roept de vraag op hoe dit zich verhoudt tot de sinds HR 26 september 1979, nr. 19 250, BNB 1979/311 gehanteerde juridische koers (zie hoofdstuk 4).
Doorlichting algemene beleidsdoelstelling Belastingdienst 2010, p. 26. de Belastingdienst geeft in het communicatiebeleid uit de jaren 90 ook aan dat een dienstverlenende houding en voorlichting voor sommige belastingplichtigen niet voldoende is: in die gevallen moet de Belastingdienst optreden als rechtshandhaver, bijv. Belastingdienst Beleidsplan Diensten en communicatie 1995-1999, par. 3.
Zie Belastingdienst Beleidsplan Diensten en communicatie 1995-1999, par. 3.
Brunger en Veldman 2011 bespreken in hoofdstuk 4 waarom het idee van belastingplichtigen als ‘klant’ en de dienstverlenende opstelling ook een problematische kant hebben voor een uitvoeringsorganisatie als de Belastingdienst die tevens rechtshandhaver is. In latere communicatiebeleidsstukken komt dit thema aan bod, vgl. Belastingdienst, Nota Diensten en dreigementen 2009; Verbeek 2005; Belastingdienst, Nota Handhavingscommunicatie 2002.
Belastingdienst Beleidsplan Diensten en communicatie 1993-1997, par. 3.4; Belastingdienst Beleidsplan Diensten en communicatie 1995-1999, par. 2.1.
Belastingdienst Beleidsplan Diensten en communicatie 1995-1999, par. 2.1; Belastingdienst Beleidsplan Diensten en communicatie 1993-1997, par. 3.4.
In de jaren 90 ontstaan nieuwe mogelijkheden op het terrein van communicatie en dienstverlening vanwege technologische ontwikkelingen, opkomst van internet en digitalisering (zie bijv. Belastingdienst Beleidsplan Communicatie en Dienstverlening 1997-2001, par. 5.1; Belastingdienst Beleidsplan Communicatie en Dienstverlening 1998-2002, par. 5.1 en 6.8). Zie ook V-N 1993/2096, 31 (Algemeen. Belastingtelefoon. Belastingfolders. Zelfstandigheid belastinginspecteur).
Met het klantdenken uit de jaren 80 onderkent de Belastingdienst dat voor een efficiënte naleving meer nodig is dan het louter informeren van burgers over fiscale verplichtingen.1 De communicatiebeleidsplannen uit de jaren 90 brengen naar voren dat communicatie en dienstverlening belangrijk zijn bij de uitvoering van de taken van de Belastingdienst.2 In het communicatiebeleid worden deze rechtstreeks gekoppeld aan de algemene beleidsdoelstellingen van de Belastingdienst.3
Het beeld dat naar voren komt uit de communicatiebeleidsstukken is dat wanneer de Belastingdienst erin slaagt op ‘goede’ wijze te communiceren, hij belastingplichtigen een dienst verleent, wat zich – zo is het idee – zal ‘uitbetalen’ in de vorm van nalevingsbereidheid.4
De aan de burger verstrekte voorlichting wordt uitgebreid: de Belastingdienst ontwikkelt een toenemend aantal brochures en folders, en de BelastingTelefoon wordt verder onder de aandacht gebracht.5 De functie van communicatie en dienstverlening voor de Belastingdienst wordt uitgebreid uiteengezet in (o.a.) de inleiding van het Beleidsplan Communicatie en Dienstverlening 1996-2000:
‘De Belastingdienst streeft naar compliance. Dat stelt hoge eisen aan de communicatie en dienstverlening. Belastingplichtigen moeten en willen immers door de Belastingdienst in staat gesteld worden zelfstandig hun verplichtingen na te komen. Dat betekent dat belastingplichtigen weten wat hun fiscale verplichtingen zijn en goed geïnformeerd worden over veranderingen in die verplichtingen. Maar ook dat men voldoende ondersteuning van de Belastingdienst ervaart om werkelijk (zelf) aan de verplichtingen te kunnen voldoen. Dat maakt communicatie en dienstverlening tot een breed begrip. Het streven om het "niet leuker, maar wel makkelijker" te maken moet bijvoorbeeld vertaald worden in concrete kwaliteitseisen (…). Maar goede dienstverlening betekent ook: streven naar heldere en begrijpelijke procedures en duidelijk aangeven wat de belastingplichtige kan en mag verwachten. De Belastingdienst wil daarbij zijn communicatie- en dienstverleningsactiviteiten uitbreiden en verbeteren. (…) In het verlengde van de externe en interne communicatie is aandacht nodig voor de totstandkoming van het streefbeeld van de Belastingdienst. Het streefbeeld moet mede bewerkstelligen dat belastingplichtigen de Belastingdienst ook daadwerkelijk ervaren als dienstverlenend, waardoor zij meer geneigd zijn correct aan hun verplichtingen te voldoen.’6
Deze inleiding laat zien dat het gaat om ‘kennen’ (weten), ‘kunnen’ (in staat zijn) en ‘willen’ (geneigd zijn) aan de zijde van de burger. Goede communicatie heeft dus in de eerste plaats betrekking op kennis en gedrag: communicatie (zoals voorlichting) moet belastingplichtigen in staat stellen hun verplichtingen na te kunnen komen.7 Dat betekent niet alleen dat de verstrekte informatie belastingplichtigen informeert over wat hun fiscale verplichtingen zijn (kennen,weten), maar ook dat zij met die communicatie in staat worden gesteld daadwerkelijk hun verplichtingen na te kunnen komen (kunnen).8 In de tweede plaats is de gedachte dat een dienstverlenende opstelling van de Belastingdienst in positieve zin bijdraagt aan de beeldvorming van het publiek over de Belastingdienst en daarmee de houding van burgers (willen).9 Kortom, de communicatiestrategie van de Belastingdienst gaat ervan uit dat goede informatie en een dienstverlenende opstelling de nalevingsbereidheid bij burgers zowel direct als indirect bevorderen (ik duid dit aan als: ‘dienstverleningsstrategie’).10
Terugblikkend op deze periode beschrijft de Belastingdienst de koers als een verschuiving in het fundamentele vertrekpunt: ‘van straffen naar helpen’.11 De achtergrond daarbij waren nieuwe inzichten in fiscale rechtshandhaving, waaraan de Belastingdienst het uitgangspunt ontleende dat de meeste mensen bereid zijn hun fiscale verplichtingen na te komen, maar dat zij moeite kunnen hebben met complexe belastingwetgeving. Dan blijkt helpen – en niet straffen – een (meer) vruchtbare aanpak. Overigens is de bestraffende aanpak nog steeds wel op zijn plaats voor burgers die niet vrijwillig aan hun verplichtingen willen voldoen.12 Dan is preventie niet meer voldoende en worden toezicht en repressie toegepast, hetgeen overigens tegenwoordig nog steeds geldt.13 Dienstverlening is dus onderdeel van handhaving (en komt niet in de plaats daarvan). Het communicatiebeleid wordt aldus een preventief handhavingsinstrument.
Tot slot is van belang dat de Belastingdienst zich in het communicatiebeleid uit de jaren 90 ook rekenschap geeft van ‘omgevingsfactoren’ bij zijn communicatieve taakopvatting.14 Onder andere over het product ‘belastingen’, in marketingtermen verwoord: ‘Belastingen hebben een laag “verkoopgehalte”. Het is en blijft een moeilijk product’.15 Daarbij speelt onder andere mee de visie op belastingheffing (‘een noodzakelijk kwaad’), administratieve lasten (burgers moeten ‘aanzienlijke inspanningen’ leveren, om vervolgens te moeten betalen) en complexiteit (belastingwetgeving wordt als ‘zeer gecompliceerd ervaren’).16 Het communicatiebeleid straalt desalniettemin uit dat de Belastingdienst met zijn communicatiestrategie alles in het werk wil stellen om burgers op het juiste moment, met de juiste toon, via het juiste kanaal en de juiste informatie te motiveren om hun fiscale verplichtingen na te komen. De technische mogelijkheden daarvoor nemen bovendien toe.17