Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel
Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/2:Hoofdstuk 2 Aspecten van het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht en het douanerecht
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/2
Hoofdstuk 2 Aspecten van het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht en het douanerecht
Documentgegevens:
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS363021:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Een ANBI is een algemeen nut beogende instelling (zie artikel 2 en 5b van de AWR). De ANBI-status brengt bepaalde belastingvoordelen met zich. Een gift aan een ANBI is aftrekbaar voor de belasting en een ANBI behoeft bijvoorbeeld geen erfbelasting of schenkbelasting te betalen over erfenissen en schenkingen die de ANBI ontvangt.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voordat ik het kenbaarmakingsbeginsel ga onderzoeken, is het van belang enige aspecten van het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht en het douanerecht te belichten. De samenhang tussen deze aspecten zal duidelijk worden in de komende hoofdstukken. Voor het onderzoek is het onder andere van belang inzicht te hebben in de Nederlandse heffingsmethoden. De heffingsmethoden worden besproken in de paragrafen 2.1.1 (heffing bij wege van aanslag) en 2.1.2 (heffing bij wege van voldoening of afdracht op aangifte). Deze heffingsmethoden hebben een aantal fiscale besluiten tot gevolg, maar er zijn ook handelingen die niet als besluit in de zin van de Awb kwalificeren. Voor het onderzoek is van belang te weten wanneer er sprake is van een besluit van een bestuursorgaan in de zin van het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht of inzake het douanerecht, omdat zal blijken dat het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht en het douanerecht een verschillend besluitenbegrip kennen. De vraag die daarmee opkomt en ook zal worden onderzocht is welk besluitenbegrip het kenbaarmakingsbeginsel met zich brengt. Het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht kent ook beslissingen op aanvraag. Daarbij kan worden gedacht aan bijvoorbeeld beslissingen op het aanvragen van de ANBI-status of beslissingen op verzoeken om belasting op aangifte met een afwijkend tijdvak te mogen betalen.1 Ook bij deze beslissingen wordt onderzocht wanneer sprake is van een besluit (paragraaf 2.1.3). Deze informatie over het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht is noodzakelijk om een goed inzicht te krijgen in de overeenkomsten en de verschillen tussen het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht en het douanerecht. Vervolgens komen de Nederlandse fiscale bestuurlijke boeten aan bod in paragraaf 2.1.4. Daarbij wordt kort het verschil tussen een verzuim- en vergrijpboete besproken. Deze kennis is van belang bij het latere onderzoek naar het beperken van het kenbaarmakingsbeginsel. Ook voor de analyse van de codificatie van het kenbaarmakingsbeginsel in het Handvest is deze kennis nuttig. Ten slotte wordt de Nederlandse vervolgprocedure van bezwaar en beroep besproken (paragraaf 2.1.5). De begrippen in het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht blijken niet één op één gelijk te lopen met het douanerecht. Deze kennis is noodzakelijk om de jurisprudentie van het Hof van Justitie ten aanzien van het kenbaarmakingsbeginsel te kunnen analyseren. Veel jurisprudentie ziet op het douanerecht en begrip van de verschillende termen helpt bij het vertalen van de jurisprudentie van het Hof van Justitie naar de Nederlandse situatie. Bovendien is deze kennis relevant bij het onderzoeken van de temporele reikwijdte van het kenbaarmakingsbeginsel.
Zoals hiervoor benoemd, ziet veel jurisprudentie van zowel het Hof van Justitie en vooral ook van de Hoge Raad over het kenbaarmakingsbeginsel op het douanerecht. Basiskennis van het douanerecht is nodig om deze jurisprudentie te kunnen analyseren. Het douanerecht kent bijvoorbeeld een ander besluitenbegrip dan het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht en ook een andere definitie van beroep. Voorts is van belang dat het kenbaarmakingsbeginsel in het douanerecht is gecodificeerd. Bij het bespreken van het gecodificeerde kenbaarmakingsbeginsel en de in het douanerecht opgenomen uitzonderingen is kennis van bepaalde aspecten van het douanerecht noodzakelijk. Zonder kennis over wat precies een BTI- of BOI-beschikking is of wat een tariefcontingent inhoudt, kunnen de in het DWU gecodificeerde beperkingen van het kenbaarmakingsbeginsel niet worden geanalyseerd. De in de vorige alinea genoemde verschillen tussen het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht en het douanerecht zorgen ervoor dat er aandacht zal worden besteed aan de verschillende douanebesluiten, de bestuurlijke sancties in het douanerecht en de vervolgprocedure. In paragraaf 2.2 verschuift het onderzoek naar een aantal aspecten van het douanerecht: de ambtshalve beschikkingen in paragraaf 2.2.1, de beschikkingen op aanvraag in paragraaf 2.2.2., de bestuurlijke sancties in paragraaf 2.2.3 en de vervolgprocedure in paragraaf 2.2.4. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een samenvatting en conclusie.
2.1 Aspecten van het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht2.2 Aspecten van het douanerecht2.3 Samenvatting en conclusie