Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/1048
Verbintenissenrecht. Bemiddelingsovereenkomst; belangenverstrengeling; mededelingsplicht bemiddelaar (art. 7:418 BW); onderzoeksplicht opdrachtgever? Schadebegroting; stelplicht en bewijslast; hypothetische situatie; kansschade.
HR 26-09-2025, ECLI:NL:HR:2025:1388
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 september 2025
- Magistraten
Mrs. G. de Groot, T.H. Tanja-van den Broek, H.M. Wattendorff, F.R. Salomons, G.C. Makkink
- Zaaknummer
24/02576
- Conclusie
A-G mr. S.D. Lindenbergh
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1388, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑09‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:592, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 23‑05‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 20‑09‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 23‑08‑2024
- Wetingang
Art. 7:318, 6:97, 6:119 BW; art. 150 Rv
Essentie
Verbintenissenrecht. Bemiddelingsovereenkomst; belangenverstrengeling; mededelingsplicht bemiddelaar (art. 7:418 BW); onderzoeksplicht opdrachtgever? Schadebegroting; stelplicht en bewijslast; hypothetische situatie; kansschade.
Samenvatting
In geval van een bemiddelingsovereenkomst geldt de mededelingsplicht — behoudens de in art. 7:418 lid 1 slot BW genoemde uitzondering — zodra de bemiddelaar direct of indirect belang heeft bij de totstandkoming van de rechtshandeling. Het is vervolgens aan de opdrachtgever om te beoordelen of zich een belangenconflict voordoet dat aan een optimale behartiging van zijn belang door de bemiddelaar zou kunnen afdoen. De mededelingsplicht geldt dus onafhankelijk van het antwoord op de vraag of het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.