Afspraken en Aanspraken
Einde inhoudsopgave
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/2.4:2.4 Ontwikkeling vertrouwensbeginsel
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/2.4
2.4 Ontwikkeling vertrouwensbeginsel
Documentgegevens:
N. van Triet, datum 23-12-2022
- Datum
23-12-2022
- Auteur
N. van Triet
- JCDI
JCDI:ADS685490:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vos 2011, p. 243. Zie bijv. de conclusie van A-G Widdershoven over exceptieve toetsing, ECLI:NL:RVS:2017:3557, onder 6.6: “Het rechtszekerheidsbeginsel omvat drie eisen of sub-beginselen, waaraan algemeen verbindende voorschriften soms of met enige regelmaat worden getoetst, het beginsel van duidelijkheid, het verbod van terugwerkende kracht en het vertrouwensbeginsel.”
Kortmann 2019, p. 684.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het vertrouwensbeginsel heeft zich ontwikkeld parallel aan de hierboven geschetste evolutie van de bestuursrechtspraak. Binnen die ontwikkeling van de bestuursrechtspraak ontstonden de algemene beginselen van behoorlijk bestuur als toetsingsgrond voor de beoordeling van besluiten. Het vertrouwensbeginsel is van oorsprong een uitvloeisel van het rechtszekerheidsbeginsel, maar is vandaag de dag een autonoom (materieel en ongeschreven) beginsel van behoorlijk bestuur ten opzichte van het rechtszekerheidsbeginsel.1 Kort gezegd ziet het rechtszekerheidsbeginsel op vertrouwen ontleend aan objectief recht zoals wetten en op vertrouwen op het voortbestaan van een opgebouwde rechtspositie,2 terwijl het vertrouwensbeginsel ziet op het beschermen van verwachtingen als gevolg van een verklaring of gedraging over toekomstig overheidshandelen in een concreet geval. Hieronder schets ik die ontwikkeling van het vertrouwensbeginsel.
2.4.1 Van rechtszekerheid naar vertrouwen2.4.2 Erkenning van het vertrouwensbeginsel door de verschillende bestuursrechters2.4.3 Wettelijke verankering van het vertrouwensbeginsel?2.4.4 Rechtszekerheid en inlichtingen2.4.5 Naar een dienende overheid