Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/V
V Leerboeken staatsinrichting vhmo 1864-1945
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977408:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
A.A. van Heusden, Handboek der Aardrijkskunde, Staatsinrigting, Staatshuishouding en Statistiek van het Koningrijk der Nederlanden, Eerste stuk, Haarlem: Bohn 1866.
A. Feenstra, De Gronden der staatsinrichting van Nederland, Gorinchem: Noorduijn 1899, p. 3. M.V. Polak zet de uitgave voort vanaf de 30e geheel herz. druk als Ons staatsbestel, de gronden der Nederlandse staatsinrichting, Arnhem: Gouda Quint 1970.
L.R. Beijnen, Kort overzigt van de Staatsregeling van ons vaderland, van het jaar 1428 tot op onzen tijd , ˈs-Gravenhage: Gebr. Van Cleef 1864.
L. de Hartog, De Gronden der Staats-, provinciale- en gemeente-inrichting van Nederland, Leiden: A.W. Sijthoff 1866. In leerboeken komt ook ‘gemeenteinrichting’ voor.
J.C. de Vries, ´Bespreking van L. de Hartogs De Gronden der Staats-, provinciale- en gemeente-inrichting van Nederland´, De Gids, 1866, p. 169 e.v. en Duyverman 1936, p. 63.
Duyverman 1936, p. 63. De uitgave is later voor opzet en thematiek beschreven.
L.Ed. Lenting, Schets van het Nederlandsch Staatsbestuur en dat der Overzeesche Bezittingen, ˈs-Gravenhage: Gebr. Van Cleef 1866.
J. van Gigch, Beknopte handleiding voor de staats-, provinciale- en gemeenteinrichting van Nederland, Alkmaar: Kluitman 1868.
J.J. de la Bassecour Caan, Schets van het Nederlandsch staatsbestuur, ten gebruike bij de Hoogere Burgerscholen, ˈs-Gravenhage: Belinfante 1870; Duyverman 1936, p. 60 over dit 400 p. tellende leerboek. Eerder verschijnt De la Bassecour Caans Schets van de Regeringsvorm der Nederlandsche Republiek van 1515-1795, ˈs-Gravenhage: Belinfante 1862 en Robert Fruin 1980, p. IX-X.
A. Oudeman, De Nederlandsche Wetboeken, benevens De Grondwet en eenige andere Wetten, Besluiten en Reglementen, enz., 4e herz/verm. druk, Leiden: D.Noothoven/van.Goor 1870.
H.G. Hartman Jz, Staatsregt en staatsinrichting van Nederland, ’s-Gravenhage: Belinfante 1873.
F.W.J. George Snijder van Wissenkerke, Nederland's staatsinrichting en die zijner kolonien, 's-Gravenhage: Stemberg 1881.
F.G. Mellink, Staatsinrichting van Nederland en zijne koloniën: een overzicht, ’s-Gravenhage: Stemberg 1881.
M.J. IJzerman, Schets van de geschiedenis onzer staatsregeling, Haarlem: H.D. TjeenkW 1882, besproken in de De Gids, 1882, p. 539 en door Domela Nieuwenhuis in De Tijdspiegel, 1883, p. 74-82. De Tijdspiegel is een uitgave van Stemberg, ’s-Gravenhage.
F. Domela Nieuwenhuis, Hoe ons land geregeerd wordt op papier en in de werkelijkheid, 's-Gravenhage: Liebers 1885.
R. van Eck, Beknopt leerboek der Geschiedenis, Staatsinrichting en Land- en volkenkunde van Nederlandsch Oost-Indië, Breda: Broese & Comp. 1885.
M.J. IJzerman, Schets van de geschiedenis onzer staatsregeling: van 1814 tot heden, Haarlem: H.D. TjeenkW 1902. Dit is voor achtergrondkennis te gebruiken.
H.M.J. Wattel, De Nederlandsche staatsinrichting en de Wetten en Instellingen der maatschappelijke samenleving, en het volk verklaard, Amsterdam: Cohen 1904.
A. Landman, Schets der Staatsinrichting van de Republiek der Vereenigde Nederlanden, Tiel: Mijs 1906. Deze schets is voor achtergrondkennis te gebruiken.
J. Gerritsz, Schets onzer staatsinrichting. Voor schoolgebruik en leeken, Rotterdam: Delwel 1910/1914.
P.C. Andrae, Beknopt overzicht van de staatsinrichting van het Koninkrijk der Nederlanden, 4e druk, Sneek: Van Druten 1914.
A. Feenstra, De gronden der staatsinrichting van Nederland, 11e druk, 1915.
C.K. Elout, Hoe wij geregeerd worden, Amsterdam: De Degel 1915.
S. & W.N. van Nooten, Grondwet voor het Koningrijk der Nederlanden, Schoonhoven: S. & W.N. van Nooten.
J.B. Bomans, Een cursus over staatsinrichting, Haarlem: Spaarnestad 1919 en Geestelijke Vernieuwing inzake een cursus in de Nederlandse staatsinrichting voor de R.K.vrouw, Haarlem: Gottmer 1919.
M. Spierings, Onze staatsinrichting, Tilburg: Drukkerij van het Jongensweeshuis 1920.
E. Bahlmann, Populaire besprekingen over de grondbeginselen onzer staatsinrichting, Bussum: Paul Brand 1920.
M. Spaander, Staatsinrichting van Nederland, 2e dr, Groningen: Noordhof 1923.
C.A. Muller/C.Bennekers, Grepen uit de grondwet en enkele organieke wetten, Rotterdam: s.n., 1924.
F. Vorstman, Hoofdlijnen der Staatsinrichting van het Koninkrijk der Nederlanden, Haarlem: TjeenkW 1925; VOS-M, 80, 1966: J. van der Scheer, ´In memoriam Mr. F. Vorstman’, p. 5.
J.C.J. Kleijntjes & H.I. de Bie, Overzicht onzer huidige staatsinrichting, Leiden: Dieben 1925.
G.H. Mouw, Kort overzicht over den volkenbond, Groningen/Den Haag: Wolters 1926.
H.F.J. Westerveld, Leerboek der staatsinrichting van Nederland c.a., Leiden: Sijthoff 1927.
J.M. van Sas, Grondbeginselen der Nederlandsche staatsinrichting met losbladig katern aanvullingen, 2e druk, Maastricht: Boosten 1922, J.M. van Sas, De staatsinrichting van Nederland en Indië, in vragen en antwoorden, Maastricht: Leiter-Nypels 1931.
H.J. Mollen, Overzicht van de nieuwe staatsinrichting van Nederlandsch-Indië, Groningen: Wolters 1928.
F. Vorstman, Hulpboekje bij Vorstmans Hoofdlijnen der Staatsinrichting van het Koninkrijk der Nederlanden, Haarlem: TjeenkW 1928.
J.P. Duyverman, ´Nieuwere stroomingen in het staatsinrichtingonderwijs´, PS 1939, p. 313.
A. Feenstra, 19e druk, 1929.
C.J .Franssen, J. van Zwijndregt & H.J. Mollen, Beknopt leerboek der staatsinrichting van Nederland en Nederlandsch-Indië, Groningen: Wolters 1930.
M. Spaander, Staatsinrichting van Nederland en zijn koloniën voor H.B.S. en zelfstudie, 4e druk, Groningen: Noordhoff 1930. In 1923 verschijnt Spaanders Staathuishoudkunde, Groningen: Noordhoff.
M.V. Polak, Beginselen van Nederlandsch staatsrecht, Amsterdam: Brinkman 1930.
J.M. van Sas, Maastricht: Boosten & Stols 1931.
J.C. Deering & J. van Buren, Beknopte staatsinrichting, Zwolle: W.E.J. TjeenkW 1932.
G. de Haas Jr, Hoofdzaken der staatsinrichting van Nederland, Groningen: Wolters 1932.
J. in 't Veld, De inrichting van onzen staat, deel I en II, Amsterdam: De Arbeiderspers 1932.
L.J.A. de Groot, Vragen bij Feenstraˈs Staatsinrichting 1934. In 1967 verschijnt van De Groot, Staatsinrichting, Alphen a/d Rijn: Samsom 1967.
Duyverman 1938, p. 50-51.
Ibid., p. 203. Het is het meest voorgeschreven staatsinrichtingboek op hbs en lyceum.
W. Lubberink, Leerboek van het maatschappelijk leven, Amsterdam: Versluys 1938; Duyverman 1939, p. 313.
H.J. Zijlstra, Inleiding tot de staatsinrichting van Nederland en koloniën, herz. door J. Mullemeister met titeltoevoeging ‘en koloniën’, 4e druk, Rotterdam: Nijgh & van Ditmar 1938. Mullemeister zet de uitgave voort met de in 1948 verschenen 5e geh. herz. druk, bevattende praktijkvoorbeelden.
Zijlstra 1938, p. 5.
H.J. Mollen, Beknopt overzicht der staatsinrichting van Nederlands-Indië, Groningen: Wolters 1938.
M. Spaander, Staatsinrichting van Nederland en de overzeese gewesten, herdruk, 1938.
B. Wigersma, Richtlijnen en schets eener redelijk-democratische staatsinrichting voor Nederland, Bussum: Van Dishoeck 1936. De uitgave behoort tot de NSB-uitgaven.
G.J. Rooymans, Onze Nederlandse stam en staat, ˈs-Hertogenbosch: Malmberg 1937-1938.
G. Nolst Trenité & C.J.E. Dinaux, De Grondwet met korte aanteekeningen, Haarlem: TjeenkW 1938; Duyverman 1939, p. 315 (‘de vormende waarde op de eerste plaats, het vormen van de geest eerste doel, de grondwet centraal en deductie door de heuristische methode geleid’).
A.J.M. Cornelissen, Ordening, R.K. Staatspartij, Den Haag 1938.
W.F. Wijthoff, De staatsinrichting van Nederland, 4e druk, Haarlem: Erven Bohn 1940.
Tj. Sterringa, Onze staatsinrichting, 's-Gravenhage: Van Goor 1940.
J.H.P. Bellefroid, Beknopt overzicht der staatsinrichting van Nederland tijdens de bezeting, Nijmegen: DV 1941. Titel aangetroffen in de NCC in de KB Den Haag.
J. Hoogcarspel, Supplement behorende bij De inrichting van het Nederlandse Staatsbestuur voor Hogere Burgerscholen en voor zelfstudie, Haarlem: H.D. TjeenkW 1942.
F.M. Beukers, Wat nu?, Schiedam: Roelants 1945.
J. Barents, Bestek, Den Haag: Daamen Uitg. 1945.
A. Feenstra, De gronden der staatsinrichting van Nederland, Indonesië, Suriname en Curaçao, Gorinchem: Noorduijn 1946.
KVP, Onze staatsinrichting, 4e herz. druk, Den Haag: Algem. Secr. KVP 1946.
Van Heusden, Handboek der Aardrijkskunde, Staatsinrigting, Staatshuishouding/Statistiek, van het Koningrijk der Nederlanden1
Uit het Voorberigt blijkt het doel het eerste deel (het tweede deel handelt over de provinciën W) te bestemmen voor staatsinrigting, staatshuishouding en de statistiek. Par.16 bevat de Staatsregeling (p. 170, par.17 Algemeen bestuur (p.180) en par.19 Regtswezen en politie (p.198). Par. 16 is Staatsregeling. Dit doet geen recht aan Staatsinrigting, zoals het Handboek […] doet vermoeden.
Elders in deze studie is de lezer opmerkzaam gemaakt op het door elkaar gebruiken van de begrippen Staatsinrigting, Staatsinstellingen en Staatsregeling voor de aanduiding van het staatsrecht. Par.17 Algemeen bestuur (p. 180) opent met ‘Volgens de grondwet stelt de Koning Ministeriële Departementen in, benoemt er de hoofden van, en ontslaat die naar welgevallen. […]. De hoofden vormen de Raad van Ministers’. De openingszin van par. 16 Staatsregeling luidt: ‘De regeringsvorm is bepaald monarchaal’ (p. 170). In par. 19 Regtswezen en politie (p. 199) valt onder een eerste taak van de Hoge Raad het verlenen van brieven met de verklaring van meerderjarigheid (venia aetatis).
Feenstra, De Gronden der staatsinrichting van Nederland2
Uit het Voorbericht blijkt Feenstra ‘in dit werkje […] voornamelijk weer te geven wat hij gewoon is bij het onderwijs in de Staatsinrichting te behandelen. Voor wie het bestemd is? […]: In het algemeen voor ieder, die zich voorbereidt voor enig examen, waarvoor ook kennis van onze staatsinstellingen (curs.W) geëischt wordt’. Hij spreekt de wens uit dat ‘deze pennevrucht ook in ruimeren kring moge bijdragen tot bevordering van de bekendheid met ons staatsbestuur. Een goed inzicht toch in de wijze, waarop het bestuur van staat, provincie en gemeente geregeld is, mag in onze dagen van uitgebreid kiesrecht en toenemende belangstelling in staatszaken een eisch des tijds genoemd worden.’
Feenstra begint met een beknopt historisch overzicht. De hoofdstukken bestaan weloverwogen niet uit paragrafen. De opzet is de begrippen zo duidelijk mogelijk te verklaren. De index bevat XIV hoofdstukken over het Rijk, III over Provincie en Gemeente en IV over de Koloniën (p. 296).
De trias politica (p. 111) volgt in H.VI De wetgevende macht, H.VII De uitvoerende macht en H.IX Justitie. ‘Met de uitvoerende en rechtsprekende macht behoort de wetgevende tot de drie deelen, waarin volgens […] de ‘trias politica’ de staatsmacht is gesplitst tot wering van het absolutisme’, schrijft Feenstra (p. 111).
NB: ‘De grondwet laat den Koning evenzeer vrij in de keuze van de personen der ministers, voor wie geen ander vereischte geldt, dan dat zij als Rijksambtenaren Nederlanders behooren te zijn’ (p. 71). Blijkens aantekening in mijn exemplaar is in klas drie de stof behandeld tot p. 101.
Beijnen, Kort overzigt van de Staatsregeling van ons vaderland, van 1428 tot op onzen tijd, opgesteld voor hoogere klassen van Gymnasiën en Hoogere Burgerscholen met 5-j cursus.3
De Hartog, De Gronden der Staats-, provinciale- en gemeente-inrichting van Nederland4 (2e herz. dr., verschenen in 1871). Naar opgave van Duyverman is dit - in 1866 door J. de Vries gerecenseerd- nog in 1920 op de Leidse hbs in gebruik.5 Geen boek is langer in gebruik geweest.6
Lenting, Schets van het Nederlandsch Staatsbestuur en dat der Overzeesche bezittingen.7
Van Gigch, Beknopte Handleiding voor de beoefening van de gronden der Staats-, Provinciale en Gemeente-Inrichting van Nederland met overzicht van het Regeeringsstelsel in onze koloniën.8
De la Bassecour Caan, Schets van het Nederlandsch staatsbestuur, ten gebruike bij de HBS'en.9
Oudeman, De Nederlandsche Wetboeken, benevens De Grondwet en eenige andere Wetten, Besluiten en Reglementen, enz.10
Hartman, Staatsregt en Staatsinrichting van Nederland, handleiding voor het onderwijs aan de Hoogere Burgerscholen en voor eigen oefening.11
Snijder van Wissenkerke, Nederland's staatsinrichting en die zijner koloniën.12
Mellink, Staatsinrichting van Nederland en zijne koloniën: een overzicht.13
IJzerman, Schets van de geschiedenis onzer staatsregeling.14
Domela Nieuwenhuis, Hoe ons land geregeerd wordt op papier en in de werkelijkheid.15
Van Eck, Beknopt leerboek der Geschiedenis, Staatsinrichting en Landen volkenkunde van Nederlandsch Oost-Indië.16
IJzerman, Schets van de geschiedenis onzer staatsregeling: van 1814 tot heden.17
Wattel, De Nederlandsche staatsinrichting en de Wetten Instellingen der maatschappelijke samenleving, en het volk verklaard.18
Landman, Schets der Staatsinrichting van de Republiek der Vereenigde Nederlanden.19
Gerritsz, Schets onzer staatsinrichting.Voor schoolgebruik en leeken.20
Andrae, Beknopt overzicht van de staatsinrichting van het Koninkrijk der Nederlanden.21
Feenstra, De gronden der staatsinrichting van Nederland.22
Elout, Hoe wij geregeerd worden.23
Van Nooten, Grondwet voor het Koningrijk der Nederlanden.24
Bomans, Een cursus over staatsinrichting (Voor R.K. Vrouwenbonden).25
Spierings, Onze staatsinrichting.26
Bahlmann, Populaire besprekingen over de grondbeginselen onzer staatsinrichting.27 De eerste vrouw als auteur. Uitgave op aanbeveling van de Federatie van R.K. Vrouwenbonden in Nederland.
Spaander, Staatsinrichting van Nederland en zijn koloniën.28
Muller & Bennekers, Grepen uit de grondwet en enkele organieke wetten.29
Vorstman, Hoofdlijnen der Staatsinrichting van het Koninkrijk der Nederlanden.30
Kleijntjes & De Bie, Overzicht onzer huidige staatsinrichting.31
Mouw, Kort overzicht over den volkenbond.32 Schooluitgave.
Westerveld, Leerboek der Staatsinrichting van Nederland en zijne koloniën voor middelbare scholen.33
Van Sas, Grondbeginselen der Nederlandsche Staatsinrichting.34
Mollen, Overzicht van de nieuwe staatsinrichting van Nederlandsch-Indië.35
Vorstman,Hulpboekje bij de studie van de Hoofdlijnen der Staatsinrichting van het Koninkrijk der Nederlanden.36 Duyverman duidt dit hulpboekje als prototype aan.37
Feenstra, De gronden der staatsinrichting van Nederland.38 (19e dr.).
Franssen, Beknopt leerboek der Staatsinrichting van Nederland en Nederlandsch-Indië39 gevolgd door 2e druk, mede onder verantwoordelijkheid van Van Zwijndregt/Mollen.
Spaander, Staatsinrichting van Nederland en zijn koloniën voor H.B.S. en zelfstudie.40
Polak, Beginselen van het Nederlandsch staatsrecht (staatsinrichting).41
Van Sas, De staatsinrichting van Nederland en Indië: in vragen en antwoorden.42
Deering & Van Buren, Beknopte staatsinrichting.43
De Haas, Hoofdzaken der staatsinrichting van Nederland voor MULO.44
In 't Veld, De inrichting van onzen staat, deel I en II.45
J.M. van Sas, Grondbeginselen der Nederlandsche Staatsinrichting. Aanvulling op de 2e druk.
De aanvulling (19 p.) betreft het gehele boek, artikel- en paginagewijs en vooral met wettelijke wijzigingen van procedure van totstandkoming van de Rijksbegroting (Middelenwet).
De Groot, Vragen bij Feenstra′s Staatsinrichting.46
In de loop van de tijd verschijnen vragenboekjes en werkschriften van auteur, en anderen.47 Feenstra is in 1936 nog op negentien Rijks-hbs′en, elf gem. hbs′en, negen bijzondere hbs′en en één gem. lyceum in gebruik.48
’De Groot, Vragen bij Feenstra's Gronden der staatsinrichting van Nederland.
Lubberink, De Grondwet benevens enige aanhalingen uit Staatsstukken, behorende bij het Leerboek van het Maatschappelijk leven, deel I.49
Zijlstra, Inleiding tot de Staatsinrichting van Nederland en koloniën.50
Mullemeister tekent voor zijn verantwoordelijkheid voor deze uitgave, getuigt in het Voorwoord van een boek met een ‘groot nuttig effect´ dat ´uitgaande van de Grondwet en de wet het vak Staatsinrichting niet doet ontaarden in een oppervlakkig praatje en dilettantisme’.51 De Vragen achterin het boek zijn uit didactische overwegingen geschrapt. De wijzigingen ten opzichte van eerdere drukken van Zijlstra (en Mullemeister) zijn ondergeschikt.
Mollen, Beknopt overzicht der staatsinrichting van Nederland en Nederlands-Indië.52
Spaander, Staatsinrichting van Nederland en de overzeese gewesten.53
Westerveld, Leerboek der Staatsinrichting van Nederland en zijne koloniën voor het m.o., Leiden: Sijthoff 1935.
Wigersma, Richtlijnen en schets eener redelijk-democratische staatsinrichting voor Nederland.54
Rooymans, Onze Nederlandse stam en staat: leerboek voor het R.K. vhmo en kweekscholen.55
Nolst Trenité & Dinaux, De Grondwet met korte aantekeningen.56
Cornelissen, Ordening.57
Vorstman, Hoofdlijnen der staatsinrichting van het Koninkrijk der Nederlanden,5e, geh. herz. en bijgewerkte druk.
Wijthoff, De staatsinrichting van Nederland.58 Voor kandidaten voor de door de Nederlandsche Vereeniging voor Gemeentebelangen (NVG) te houden examens komt in mei 1940 De staatsinrichting van Nederland uit. Het is mij niet bekend noch traceerbaar in hoeverre dit lijvige boekwerk op de hbs in gebruik was. De uitgave bevat XVI Hoofdstukken en 432 p. In het Voorwoord staat Wijthoff erbij stil dat ‘[…] het boek een elementaire behandeling van het Staatsrecht beoogt en een beeld geeft van de inrichting van onzen Staat’.
In deze druk zijn de beginselen van recht en de staatsleer uitvoeriger behandeld. Na de Algemeene inleiding volgt hoofdstuk II Beginselen van staatsleer: het begrip Staat, de ideële grondslagen van het staatswezen, regerings- en staatsvormen, en de beginselen van den rechtsstaat en van de leer der trias politica. In de hoofdstukken VII, VIII en IX worden de wetgevende macht, uitvoerende macht en rechterlijke macht behandeld.
De trias politica komt als een dogmatisch begrip in noot 1) op p. 26 aan de orde en uitvoerig in par. 4 (van H II Beginselen van staatsleer) ‘De beginselen van den rechtsstaat en van de leer der trias politica in onzen staat’ (p. 41-43).
Sterringa, Onze staatsinrichting.59
Bellefroid, Beknopt overzicht der staatsinrichting van Nederland tijdens de bezetting.60
Hoogcarspel, Supplement behorende bij De inrichting van het Nederlandse Staatsbestuur.61
Beukers, Wat nu?62
Barents, Bestek.63
Feenstra, De gronden der staatsinrichting van Nederland, Indonesië, Suriname en Curaçao.64
KVP, Onze staatsinrichting.65
Uit het Voorwoord: ‘Mocht het geschriftje ook in zijn nieuwen vorm een steentje tot de vorming van de jongeren kunnen bijdragen, dan zal ik mijn moeite ruimschoots beloond achten’.