Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/2.1.4
2.1.4 Fiscale bestuurlijke sancties
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS363000:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 5:2 van de Awb.
Feteris 2002, onder 1.2.1.
Artikelen 67a tot en met 67c van de AWR (verzuimboeten) en artikelen 67cc tot en met 67f van de AWR (vergrijpboeten).
Artikel 67g, eerste lid, van de AWR.
Artikel 67a van de AWR voor aanslagbelastingen en artikel 67b van de AWR voor aangiftebelastingen.
Artikel 67c van de AWR voor de aangiftebelasting en artikel 67ca van de AWR.
De artikelen 67a, 67c en 67ca van de AWR noemen een maximum van € 5.514 en artikel 67b van de AWR een maximum van € 1.377.
Artikel 67cc, 67d, 67e en 67f van de AWR en artikel 10a AWR. Artikel 10a, eerste lid, van de AWR bepaalt dat in bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gevallen belastingplichtigen of inhoudingsplichtigen kunnen worden gehouden de inspecteur eigener beweging mededeling te doen van onjuistheden of onvolledigheden in voor de belastingheffing van belang zijnde gegevens en inlichtingen die hun bekend zijn of zijn geworden. In het derde lid wordt bepaald dat bij algemene maatregel van bestuur het niet nakomen van de in het eerste en tweede lid bedoelde verplichting kan worden aangemerkt als een overtreding. Indien het niet nakomen van die verplichting is te wijten aan opzet of grove schuld van de belastingplichtige of inhoudingsplichtige, vormt dit een vergrijp ter zake waarvan de inspecteur hem een bestuurlijke boete kan opleggen van ten hoogste 100 percent van het bedrag aan belasting dat als gevolg van het niet nakomen van de in het eerste en tweede lid bedoelde verplichting niet is of zou zijn geheven.
Artikelen 67d, vijfde lid en 67e, zesde lid, van de AWR.
Een specifieke groep fiscale besluiten zijn de fiscale bestuurlijke boeten. Deze fiscale bestuurlijke boeten bespreek ik hierna. Vooral bij de vraag wanneer een beperking van het kenbaarmakingsbeginsel wenselijk kan zijn, is kennis hiervan van belang.
Een bestuurlijke sanctie is een door een bestuursorgaan wegens een overtreding opgelegde verplichting of onthouden aanspraak.1 Kenmerkend voor bestuurlijke sancties is dat deze kunnen worden opgelegd zonder tussenkomst van een onafhankelijke rechter.2 In de AWR is de regeling voor fiscale bestuurlijke boeten opgenomen in hoofdstuk VIIIA en de regeling maakt een onderscheid tussen verzuimboeten en vergrijpboeten.3 Boeten worden bij afzonderlijke, voor bezwaar vatbare beschikking, opgelegd.4 Verder zijn formele bepalingen ten aanzien van bestuurlijke boeten opgenomen in de AWR en ten aanzien van beleidsregels in het BBBB.
Het belangrijkste verschil tussen de twee categorieën bestuurlijke boeten (vergrijp- en verzuimboeten) is het verwijt dat de belastingplichtige wordt gemaakt. Voor het opleggen van verzuimboeten is voldoende dat niet aan een bepaalde wettelijke verplichting is voldaan. Indien een belastingplichtige niet of niet tijdig aangifte doet, kan de inspecteur een verzuimboete opleggen.5 Ook als een belastingplichtige niet tijdig betaalt, kan de inspecteur een verzuimboete opleggen of als een belastingplichtige niet aan bepaalde verplichtingen voldoet, zoals het uitschrijven van een nota bij het uitkeren van een kansspelprijs.6 Een verzuimboete heeft tot doel een belastingplichtige tot nakoming van zijn fiscale verplichtingen aan te sporen (zoals het tijdig doen van aangifte en tijdig voldoen of afdragen van belasting). Voor het opleggen van een verzuimboete is niet vereist dat sprake is van opzet of grove schuld aan de zijde van de belastingplichtige of de inhoudingsplichtige. Het enkele feit dat de aangifte niet (tijdig) is gedaan of de belasting niet (tijdig) is betaald, is voldoende voor het opleggen van een verzuimboete, tenzij sprake is van afwezigheid van alle schuld. Bij verzuimboeten kan het om aanzienlijke bedragen gaan en de belastingdienst kan verschillende verzuimboeten naast elkaar opleggen.7 De belastingdienst begint bij het opleggen van verzuimboeten met bedragen die veel lager liggen dan het wettelijk maximum, maar bij herhaald verzuim worden de bedragen hoger tot het maximum wordt bereikt.8
Bij vergrijpboeten gaat het ook om het niet-nakomen van wettelijke verplichtingen, maar voor het opleggen van vergrijpboeten moet wel sprake zijn van opzet of grove schuld aan de zijde van de belastingplichtige of inhoudingsplichtige. Vergrijpboeten zijn gericht op het bestraffen van een handelen of nalaten van de belastingplichtige. Vergrijpboeten kunnen worden opgelegd indien het aan opzet van de belastingplichtige te wijten is dat in een verzoek om het vaststellen van een voorlopige aanslag of in een verzoek om herziening onjuiste of onvolledige gegevens of inlichtingen zijn verstrekt, indien een belastingplichtige opzettelijk onjuist of onvolledig aangifte doet voor de aanslagbelasting, indien door opzet of grove schuld te weinig aanslagbelasting is geheven, indien door opzet of grove schuld te weinig aangiftebelasting is voldaan of afgedragen en indien een belastingplichtige of inhoudingsplichtige de verplichtingen van artikel 10a AWR niet naleeft en dit niet naleven aan opzet of grove schuld van belastingplichtige/inhoudingsplichtige is te wijten.9 Bij vergrijpboeten kan de boete oplopen tot 100 percent van het te weinig of te laat betaalde bedrag, 100 percent van het bedrag van de aanslag en onder bijzondere omstandigheden zelfs oplopen tot 300 percent.10