De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.4.3.3:4.4.3.3 Deelname aan extremistische organisaties
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.4.3.3
4.4.3.3 Deelname aan extremistische organisaties
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949683:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In casu werd een docent geschiedenis ontslagen vanwege rechts-extremistische uitlatingen op het internet.1 Leerlingen en ouders kwamen er tijdens zijn stage door middel van foto’s op internet achter dat de leraar deel heeft genomen aan een mars van de Nederlandse Volksunie (NVU), dat hij aanwezig was bij een rechtszaak tegen onder meer de voorman van de NVU en dat hij op social media actief bezig was met de NVU door berichten te delen en schrijven die geweld predikten. Evenwel werd hij na zijn stage toch aangenomen bij de school, in zijn sollicitatiegesprek is zijn deelname aan rechts-extremistische organisaties besproken. Daarbij gaf hij aan dit gedachtegoed niet meer aan te hangen en dat berichten hierover online niet meer terug te vinden zouden zijn. Dit bleek na onderzoek van de school niet het geval te zijn, waarna zijn aanstelling werd ingetrokken, voordat de leraar opnieuw aan het werk was gegaan op de school.
De rechtbank oordeelt dat tussen de werkgever en de leraar een arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen. Van dwaling aan de kant van de school is geen sprake omdat de school wist dat de leraar extremistisch gedachtegoed aanhing, ook was van bedrog door de leraar geen sprake. Daarbij speelt mee dat de leraar geen (correct) antwoord hoefde te geven op vragen over zijn politieke gezindheid. Op grond hiervan mag geen onderscheid gemaakt worden bij het aannemen van een werknemer.2 De rechtbank ziet evenwel grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De leraar zou zijn functie als geschiedenisdocent niet behoorlijk kunnen vervullen. Hij heeft een voorbeeldfunctie en die houdt niet op bij het einde van de lesdag. Van de leraar wordt verwacht dat hij binnen en buiten de school met respect omgaat met anderen, ook op het internet. De rechtbank oordeelt dat zijn uitlatingen op internet de grenzen van respect ver overschrijden. De leraar voerde nog aan dat het hier ging om jeugdzonden die niet eenvoudig van het internet te verwijderen zouden zijn. Hier gaat de rechtbank niet in mee. De leraar heeft in de stukken en ter zitting geen afstand gedaan van zijn uitlatingen. Ook zou de leraar volgens de rechtbank niet geloofwaardig zijn na het verwijderen van alle uitlatingen op internet. De arbeidsovereenkomst mag dan ook ontbonden worden.