De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.4.3.4:4.4.3.4 Deelname aan demonstraties en academische vrijheid bij het geven van onderwijs
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.4.3.4
4.4.3.4 Deelname aan demonstraties en academische vrijheid bij het geven van onderwijs
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949427:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
CRvB 10 januari 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:51.
CRvB 1 september 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:3254.
CRvB 28 april 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1548.
Rechtbank Noord-Nederland 2 november 2017, ECLI:NL:RBNHO:2017:9139.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In een zaak die speelde omtrent het ontslag van een docent aan een universiteit kwam de vraag aan de orde of de academische vrijheid werd beperkt en in hoeverre de leraar is gebonden aan het onderwijsprogramma.1 De leraar stelt dat hij is ontslagen omdat hij mee heeft gedaan aan de bezettingen van het Bungehuis en Maagdenhuis. Dit waren protesten gericht op het democratiseren van de universiteit. De universiteit geeft aan dat zij het activisme van de leraar niet wil beperken. Wel is hij erop aangesproken dat hij tijdens de bezettingen zijn onderwijstaken heeft verwaarloosd. De CrvB ziet geen aanleiding om aan te nemen dat de bezettingen een rol hebben gespeeld bij het ontslag van de leraar.
De universiteit geeft aan dat de leraar is ontslagen omdat hij ongeschikt was voor het uitoefenen van zijn functie. Hiervan is sprake bij het ontbreken van de eigenschappen, mentaliteit of instelling die voor de goede wijze van het vervullen van de functie vereist is.2 Hiervan kan ook sprake zijn als de werknemer naar behoren functioneert, maar zijn houding en gedrag hem toch ongeschikt maken voor zijn werkzaamheden.3 Hiervan was in casu sprake. Hoewel de leraar als zodanig goed functioneert, werkte hij gebrekkig samen met collega’s, volgde hij aanwijzingen niet op, accepteerde hij gezagsverhoudingen niet en hield hij zich niet aan gemaakte afspraken.
Met de leraar is in de jaren voorafgaand aan het ontslag verschillende keren gesproken over zijn houding en gedrag. De zaak werd op de spits gedreven doordat hij zich weigerde te verbinden aan het nieuwe onderwijsprogramma. De leraar gaf onder meer aan niet betrokken te zijn geweest bij de totstandkoming van de nieuwe vakken. Daarnaast doet hij een beroep op de academische vrijheid. Hij zou niet gebonden zijn aan het onderwijsprogramma. Hij zou zelf qua methoden en inhoud eindverantwoordelijk zijn voor de invulling van het vak, mits dit past binnen het onderwijs- en examenreglement. De CRvB volgt de leraar hier niet in. De Raad bepaalt dat het bevoegd gezag een ruime vrijheid toekomt bij het bepalen van de inrichting van zijn organisatie, dit geldt ook voor de inrichting en vaststelling van het onderwijsprogramma. Mits de door het bevoegd gezag gemaakte keuzes berusten op zakelijke en objectieve gronden. De leraar is gebonden aan de besluiten van het faculteitsbestuur over het onderwijsprogramma. Voor wat betreft de academische vrijheid verwijst de CRvB in de eerste plaats naar de overwegingen van de rechtbank hierover:
“Gelet op de academische vrijheid stond het eiser evenwel vrij om binnen het vastgestelde nieuwe onderwijsprogramma op eigen wijze en naar eigen inzicht invulling te geven aan de inhoud van de door hem te geven lessen. Dit uitgangspunt heeft verweerder ter zitting van de rechtbank onderschreven. De omstandigheid dat [naam 1] inzicht wilde in de door eiser bij zijn lessen te gebruiken literatuur, maakt nog niet dat daarmee de academische vrijheid wordt aangetast.”4
De CRvB maakt verder uit de wetsgeschiedenis op dat de academische vrijheid niet onbegrensd is. Zoals uitgebreider toegelicht in § 3.6 wordt de academische vrijheid volgens de wetgever onder meer beperkt door de kaders die door de faculteitsraad en het vakgroepbestuur worden vastgesteld.5 Ook dient de leraar op didactisch verantwoorde wijze onderwijs te geven. De CRvB hecht tevens belang aan de Nederlandse gedragscode wetenschapsbeoefening waarin de academische vrijheid is uitgewerkt. Hierin is vermeld dat de leraar dient te werken binnen het onderwijsprogramma. De CRvB concludeert dan ook dat de academische vrijheid niet zo ver gaat dat de leraar zich niet hoeft te houden aan het in overleg en op zorgvuldige wijze vastgestelde onderwijsprogramma.