Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid (IVOR nr. 116) 2019/4.3.6:4.3.6 Opgaaf vrijstelling in geconsolideerde jaarrekening
Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid (IVOR nr. 116) 2019/4.3.6
4.3.6 Opgaaf vrijstelling in geconsolideerde jaarrekening
Documentgegevens:
mr. drs. E.C.A. Nass, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
mr. drs. E.C.A. Nass
- JCDI
JCDI:ADS85577:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het vereiste uit de EU richtlijn jaarrekeningen dat in de toelichting van de geconsolideerde jaarrekening van de moedermaatschappij melding van de vrijstelling moet worden gemaakt, ontbreekt – anders dan in de wetgevingen van Luxemburg, Ierland en Duitsland – in art. 2:403 BW. Vermoedelijk heeft de wetgever beoogd met zijn voorschrift in art. 2:414 lid 5 BW daaraan uitvoering te geven. In deze bepaling is opgenomen:
Vermeld wordt ten aanzien van welke rechtspersonen de rechtspersoon een aansprakelijkstelling overeenkomstig artikel 403 heeft afgegeven;
Door de opneming van deze meldplicht in art. 2:414 lid 5 BW en niet in art. 2:403 BW vormt de opgaaf geen constitutief vereiste voor het gebruik van het groepsregime. Dit heeft ook tot gevolg dat als de moedermaatschappij haar geconsolideerde jaarrekening inricht volgens EU IFRS, de meldplicht van art. 2:414 lid 5 BW niet aan de orde komt. Dit had de wetgever kunnen repareren door hierover een aanvullende eis in art. 2:362 lid 9 BW op te nemen. De meldplicht van art. 2:414 lid 5 BW komt ook niet aan de orde als de consoliderende moedermaatschappij van de Nederlandse groepsrechtspersoon valt onder het recht van een andere lidstaat. Als in onze wetgeving in art. 2:403 lid 1 BW correct uitvoering zou zijn gegeven aan de in de EU richtlijn jaarrekeningen voorgeschreven opgaaf tot melding van het gebruik van het groepsregime zou de genoemde complicatie niet optreden.