Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel
Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/9.2.2.b:9.2.2.b Het recht een standpunt kenbaar te mogen maken en vergrijpboeten
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/9.2.2.b
9.2.2.b Het recht een standpunt kenbaar te mogen maken en vergrijpboeten
Documentgegevens:
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS362996:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het recht een standpunt naar behoren en effectief kenbaar te mogen maken in de voorfase is voor de vergrijpboeten geregeld in afdeling 5.4.2 van de Awb. Deze zware procedure regelt een recht op informatie, op verzoek een recht op (inzage in) de stukken en een recht een standpunt kenbaar te mogen maken. In paragraaf 12, vierde lid, van het BBBB is neergelegd dat als de belastingdienst de zware procedure toepast, de inspecteur aan de belanghebbende een redelijke termijn geeft waarbinnen hij de aangevoerde gronden kan betwisten. Een kleine kanttekening is dat de mogelijkheid lijkt te bestaan dat de stukken voor belanghebbende in een onbegrijpelijke taal worden aangeleverd. Zolang dat niet gebeurt of een belanghebbende tijd krijgt om een vertaling te regelen, zal geen schending van het kenbaarmakingsbeginsel optreden. De zware procedure voldoet mijns inziens aan de eisen die het kenbaarmakingsbeginsel stelt. Schematisch ziet dat er als volgt uit:
Overeenkomsten
Verschillen
Beperking
Gerechtvaardigd?
De zware procedure bevat alle vier de deelaspecten van het kenbaarmakingsbeginsel (paragraaf 8.4.4.c).
De zware procedure lijkt ruimte te geven om de stukken in een voor de belanghebbende niet begrijpelijke taal aan te leveren (paragraaf 8.4.4.c).
N.v.t.
N.v.t.
Tabel 11