Eigendomsvoorbehoud
Einde inhoudsopgave
Eigendomsvoorbehoud (Rechtswetenschappelijke publicaties) 2018/8.6.2:8.6.2 Verkrijging door verjaring
Eigendomsvoorbehoud (Rechtswetenschappelijke publicaties) 2018/8.6.2
8.6.2 Verkrijging door verjaring
Documentgegevens:
E.F. Verheul, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
E.F. Verheul
- JCDI
JCDI:ADS400822:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Met de erkenning van de rechtspositie van de koper als zelfstandig goederenrechtelijk recht, is in theorie ook de verkrijgende verjaring van een eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde denkbaar.1 Bij het eigendomsvoorbehoud laat zich een dergelijke situatie echter niet eenvoudig voorstellen, onder meer als gevolg van het causale karakter van het voorwaardelijk eigendomsrecht. Vanwege de koppeling van de eigendomsovergang aan de betaling van de koopprijs is het voorwaardelijk recht in zijn totstandkoming en voortbestaan afhankelijk van het bestaan van de koopovereenkomst. Het ontstaan door verkrijgende verjaring van een eigendomsrecht dat afhankelijk is gesteld van de betaling van de koopprijs kan derhalve slechts aan de orde zijn, indien er een koopovereenkomst bestaat op grond waarvan betaling kan plaatsvinden, die kan leiden tot vervulling van de voorwaarde.
De verkrijgende verjaring van een voorwaardelijk eigendomsrecht kan zich bij een eigendomsvoorbehoud dus enkel voordoen in het zeldzame geval dat wel een koopovereenkomst tot stand is gekomen, maar geen overdracht onder opschortende voorwaarde. Daarvan zal slechts sprake zijn indien ondanks de geldigheid van de koopovereenkomst, sprake is van een gebrek in een van de overdrachtsvereisten, waardoor geen verkrijging van een eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde heeft kunnen plaatsvinden. Ook denkbaar is dat een verkrijging door verjaring plaatsvindt door een rechtsopvolger van de koper, die ervan uitging dat de koper eigenaar onder opschortende voorwaarde was, terwijl hij dat in werkelijkheid niet was. Wanneer de verkoper en de koper bijvoorbeeld overeenkomen dat voor betaling van de koopprijs in het geheel geen overdracht wordt bewerkstelligd – en dus ook de levering pas plaatsvindt na betaling van de koopprijs – verkrijgt de koper geen voorwaardelijk eigendomsrecht. Indien de koper vervolgens beoogt aan een derde zijn niet-bestaande voorwaardelijk eigendomsrecht over te dragen, is denkbaar dat de derde te goeder trouw aanneemt dat een voorwaardelijke overdracht tot stand is gekomen. Hoewel artikel 3:86 BW op een zodanig geval niet van toepassing is,2 kan de derde wel na verloop van drie jaren door verkrijgende verjaring alsnog een voorwaardelijk eigendomsrecht verkrijgen (art. 3:99 BW).
Bij gevallen van verkrijgende verjaring van een voorwaardelijk eigendomsrecht in geval van eigendomsvoorbehoud gaat het derhalve om gevallen die zich bevinden op de rafelranden van het vermogensrecht. Wat de verkrijging door verjaring van een voorwaardelijk eigendomsrecht in het algemeen moeilijk zal maken, is dat op de een of andere wijze het voorwaardelijk karakter van het recht zich moet manifesteren in de wijze waarop de pretense rechthebbende de macht uitoefent over zaak.