Einde inhoudsopgave
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/5.2.3
5.2.3 Bestuurszaken
mr. drs. R. Baas, datum 24-12-2019
- Datum
24-12-2019
- Auteur
mr. drs. R. Baas
- JCDI
JCDI:ADS174209:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Voetnoten
Voetnoten
Een bestuursrechter vertelde in het interview dat in circa 90 procent van de gevallen het oordeel van deze ‘poortwachters’ wordt gevolgd.
Zo geschiedt ook de toedeling van zaken in de Raad van State (Marseille, De Graaf & Smit 2007, p. 124-129). In geval van twijfel over meervoudige of enkelvoudige behandeling kan de unit-voorzitter worden geraadpleegd.
De afkortingen van genoemde wetten staan voor: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet Wia), Wet sociale werkvoorziening (Wsw), Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), Wet ruimtelijke ordening (Wro), Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Wet werk en bijstand (Wwb) en Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
Voortraject
De administratie of griffie maakt beroepschriften die bij de afdeling bestuur binnenkomen eerst ‘zittingsrijp’. Dat houdt in dat beoordeeld wordt of de rechtbank bevoegd is tot behandeling, griffierecht is betaald, het beroepschrift aan de formele ontvankelijkheidseisen voldoet en de stukken en het verweerschrift zijn ontvangen. Na dit vooronderzoek volgen uiteenlopende werkwijzen van zaakstoedeling.
Zaakstoedeling
In de meeste bestuursafdelingen van de rechtbank gebeurt de selectie van een zaaksrechter door een stafjurist, gerechtssecretaris of juridisch medewerker.1 Vervolgens beslist deze zaaksrechter, al dan niet in samenspraak met de behandelend zaaksgriffier, of een zaak meervoudig of enkelvoudig zal worden behandeld.
Enkele rechtbanken volgen een alternatief traject. In een daarvan verricht de administratie het vooronderzoek, zo nodig in overleg met een van de vier ‘voorfaserechters’, die verantwoordelijk zijn voor de zaaksbehandeling in de fase voor de zitting. Vervolgens controleert een team van rechters, secretarissen en stafjuristen of een zaak daadwerkelijk zittingsrijp is. Als dat het geval is, deelt het team de zaak in beginsel toe aan een enkelvoudige kamer. Een andere rechtbank kent een soortgelijk voorfaseteam, maar dit team bestaat uit drie senior rechters (voorheen vicepresidenten), drie juridisch medewerkers en twee administratief juridisch medewerkers. De senior rechters en juridisch medewerkers vertegenwoordigen een van de volgende kennisgebieden: vreemdelingenrecht, sociale zekerheid en ex-Arob (beroep tegen overheidsbeschikkingen die niet onder een ander stelsel van rechtsbescherming vallen). Het team ontwikkelt criteria voor de toedeling en legt die ter goedkeuring aan de afdelingsvoorzitter voor. Meestal selecteert de juridisch medewerker van het betrokken kennisgebied de zaken voor behandeling in meervoudige of enkelvoudige kamer.2 Variatie is mogelijk: in één rechtbank vindt toedeling aan een kamer plaats door de teamleider bij algemene bestuurszaken en door de griffie bij vreemdelingenzaken.
Meervoudige behandeling
Meervoudigheid in bestuurszaken betekent bij de meeste rechtbanken meervoudig zitten, meervoudig raadkameren en meervoudig beslissen.
Eén respondent schreef dat een zaaksrechter een enkele keer na het onderzoek ter zitting naar de meervoudige kamer verwijst, die dan over de zaak beraadslaagt en beslist. Dit gebeurt zonder nieuwe zitting, mits partijen daar toestemming voor geven. Een andere respondent merkte op dat na enkelvoudige behandeling een zaak soms informeel meervoudig wordt besproken, indien de zaak zich bij nader inzien meer leent voor meervoudige behandeling maar heropening onwenselijk wordt geacht. Weer een andere respondent vermeldde dat rechters met name overleggen als er onderwerpen spelen waarin nieuw rechterlijk beleid moet wordt gemaakt. De rechtbank beschouwt dit als een vorm van meervoudig raadkameren en beslissen, omdat het doel van een dergelijk overleg is om tot een gezamenlijk aanvaarde lijn te komen. Verder wordt er soms met het oog op intervisie meervoudig geraadkamerd bij zaken waarin enkelvoudig is gezeten.
In de afdelingen bestuur van de rechtbanken zijn er weinig zaken die standaard naar de meervoudige kamer gaan. Tot deze categorie behoren volgens de meeste respondenten de ‘besluiten ongewenstverklaring vanwege vermeende betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen’ (exart. 1F Vluchtelingenverdrag). De respondenten vermeldden wel veel zaken met de indicatie meervoudige behandeling, dat wil zeggen: zaken die in principe naar de meervoudige kamer gaan, maar die voordat toedeling plaatsvindt eerst inhoudelijk worden getoetst op definitieve kwalificatie voor meervoudige dan wel enkelvoudige afdoening. Zo behandelt één rechtbank zaken op het gebied van mededinging, telecommunicatie, financieel toezicht, planschades en ESF-subsidies in principe meervoudig. Een andere rechtbank legt zaken met betrekking tot gedwongen opneming in een psychiatrisch ziekenhuis (exartikel 41a Wet BOPZ) in de regel voor aan de meervoudige kamer. Een derde rechtbank behandelt zaken doorgaans collegiaal waarin de Inspectie Ruimtelijke Ordening partij is en zaken die omvangrijke bouwplannen betreffen. Een vierde rechtbank doet generaalpardonzaken in beginsel meervoudig af. Twee rechtbanken leggen zaken in de regel voor aan een meervoudige kamer indien deze gaan over onderwijs, zelfstandige schadebesluiten, vrijstelling van bestemmingsplannen op basis van artikel 19 Wro (voor relatief grote projecten) of disciplinair ambtenarenontslag. Daarnaast behandelt een van deze twee gerechten ook zaken meervoudig over de openbaarheid van bestuur (Wob), planschade (met name in geval van een contra-expertise), waardering van bedrijfspanden en het waterschap. Een andere rechtbank behandelt Wob-zaken en waterschapszaken gewoonlijk meervoudig, evenals ambtenarenontslag, zaken die Europese regelgeving betreffen, schadezaken en lastige Flexwetzaken. Bij weer een andere rechtbank worden zaken normaliter meervoudig afgedaan als deze uitleg van EU-regelgeving vergen, als het gaat om Wia-zaken over duurzaamheid, betekenis van protocollen ter zake van medische aandoeningen, moeilijk objectiveerbare aandoeningen, het belanghebbendebegrip, Wsw/AWBZ-indicaties, Wro-zaken waarin nieuwe wetgeving een rol speelt, Wmo-zaken, Wwb-zaken waarin sprake is van vermogen in het buitenland of van sanctie bij misdraging, ambtenarenontslag, grootschalige functiewaarderingsprojecten, subsidies aan instellingen van enige omvang, Wav-zaken,3 overlastzaken (ingevolge nieuwe wetten), onderwijssubsidies en baatbelasting.