Einde inhoudsopgave
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/4.1
4.1 Bevoegdheid tot meervoudige en enkelvoudige rechtspraak
mr. drs. R. Baas, datum 24-12-2019
- Datum
24-12-2019
- Auteur
mr. drs. R. Baas
- JCDI
JCDI:ADS174234:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Voetnoten
Voetnoten
Zie de nadere uitleg hierover in paragraaf 4.5.1.
De functies ‘raadsheer’ en ‘rechter’ worden op deze plaats gebruikt als aanduiding van een rechterlijke ambtenaar met rechtspraak belast van bepaalde rang. In het normale spraakgebruik en ook in dit boek zijn ‘raadsheren’ en ‘rechters’ verzamelnamen voor rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast bij de Hoge Raad en de hoven, respectievelijk voor rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast in zijn algemeen.
Zie over het belang van het verschil tussen rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast en rechtsprekers die dat niet zijn: Bovend’Eert m.m.v. Kortmann 2013, p. 167-168.
De rechtsprekende leden van de ABRvS worden staatsraad genoemd, al dan niet in buitengewone dienst; die van de CRvB en het CBb senior raadsheer, raadsheer of raadsheer-plaatsvervanger (art. 2, tweede lid, Beroepswet, resp. art. 3, tweede lid, Wbbo). Zie paragraaf 4.5.1.2.
Het bestuur van een gerecht vormt voor het behandelen en beslissen van zaken enkelvoudige en meervoudige kamers. Ook bepaalt het bestuur de bezetting van de kamers (art. 6, eerste lid, Wet RO).1 Deze personele bezetting bestaat voornamelijk uit rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast (art. 1 sub c jo. art. 14, eerste lid, Wet RO). De wet wijst aan wie rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast zijn. Het gaat om de president, de vicepresidenten, de raadsheren en de raadsheren in buitengewone dienst in de Hoge Raad; de senior raadsheren, de raadsheren en de raadsheren-plaatsvervangers in de gerechtshoven; en de senior rechters A, de senior rechters, de rechters en de rechters-plaatsvervangers in de rechtbanken (art. 1 sub b onder 1, resp. onder 2, resp. onder 3, Wet RO).2 Hun benoeming geschiedt bij koninklijk besluit op voordracht van de minister van Veiligheid en Justitie (art. 2, eerste lid, Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren). De benoeming tot rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast is nooit beperkt tot een meervoudige of enkelvoudige kamer. Verder is een rechter in een rechtbank tevens rechter-plaatsvervanger in elke andere rechtbank (art. 40, tweede lid, Wet RO). In artikel 58, tweede lid, Wet RO is eenzelfde regeling voor raadsheren van de gerechtshoven getroffen.
Bij een gerecht kunnen ook senior-gerechtsauditeurs, gerechtsauditeurs en rechters in opleiding werkzaam zijn. Zij verrichten de werkzaamheden die bij of krachtens de wet aan de griffier zijn opgedragen (art. 14, tweede en derde lid, Wet RO). In het kader van hun opleiding kunnen zij tot rechter-plaatsvervanger worden benoemd. Daardoor worden zij bevoegd tot rechtspraak (art. 8 Wet RO). De wet maakt daarbij geen onderscheid tussen rechtspraak in meervoudige en enkelvoudige kamer.
Artikel 116, derde lid, Gw maakt het mogelijk om bij wet voor te schrijven dat aan rechtspraak door de rechterlijke macht mede wordt deelgenomen door personen die daar niet toe behoren. In de Wet RO is van deze mogelijkheid gebruik gemaakt door te bepalen dat sommige meervoudige kamers van de rechtbanken en gerechtshoven worden aangevuld met ‘deskundige leden’, soms ‘raden’ genoemd, die geen rechter of raadsheer zijn. Voorbeelden hiervan zijn de pachtkamers van de rechtbanken (art. 48, tweede lid, Wet RO). Uit de formulering van artikel 116, derde lid, Gw volgt dat deskundige leden binnen gerechten die tot de rechterlijke macht behoren alleen plaats kunnen nemen in meervoudige kamers waarin ook rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast zitting hebben. De andere personen dan rechterlijke ambtenaren behandelen zaken in meervoudige kamer op voet van gelijkwaardigheid met de rechters en raadsheren die daar deel van uitmaken.
Er zijn ook gerechten waarin louter anderen dan rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast rechtspreken.3 Deze gerechten behoren niet tot de rechterlijke macht (zie artikel 112, tweede lid, Gw). De voornaamste voorbeelden hiervan zijn de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS; art. 30 jo. art. 30b Wet RvS), de Centrale Raad van Beroep (CRvB; art. 1 Beroepswet) en het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb; art. 2 Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie, Wbbo), tezamen de bijzondere beroepsinstanties in bestuurszaken genoemd (zie paragraaf 4.5.1.2).4
In dit boek wordt de benaming ‘rechtspreker’ gehanteerd voor eenieder die bevoegd is tot rechtspraak. Tot de rechtsprekers worden dus gerekend de rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast, de deskundige leden (met rechtspraak belast in meervoudige kamer, niet zijnde rechterlijke ambtenaar) en de rechtsprekende leden van de hiervoor genoemde bijzondere beroepsinstanties in bestuurszaken.